Column

Niets gemerkt van de wrange lading die kerst zou kunnen krijgen

Albert de Lange (57), bijna dertig jaar redacteur bij Het Parool, is 'uitbehandeld'. Hij verkent, ongewis hoe lang, de route naar zijn aangekondigde dood.

Albert de Lange.Beeld Jan van Breda

De poes in het gezin van mijn jongste broer heet Tijgertje Paard. In onze familie (opa, oma, vier kinderen, vier partners, tien kleinkinderen, wat aanhang - nog geheel compleet) is het beestje een fenomeen, vanwege die naam uiteraard. Tijgertje Paard is een niet helemaal gelukte cyperse, die het plezierig vindt om langs je benen te strijken, maar geen prijs stelt op aanhalige initiatieven.

Op een dag als eerste kerstdag, als de hele De Lange-clan bezit heeft genomen van haar territorium, blijft ze bij voorkeur buiten, op een kussentje in de overdekte schommelbank. Zo'n verzameling lawaaiig volk kan ze niet aan.

Wij beschouwen onszelf als een normale familie, maar voor nieuwkomers is dat niet direct zichtbaar. Er wordt veel en hard gesproken, veel gelachen, we vinden het leuk een disfunctionele indruk te maken, maar neem van mij aan: er is niks mis mee.

Van die paar gelegenheden per jaar dat we het hele spul bij elkaar hebben, is kerst altijd wel een hoogtepunt. Opa en oma vinden meer dan twintig rumoerige gasten wat te veel van het goede tegenwoordig, dus zijn de feestelijkheden verplaatst naar mijn centraal wonende broer. De voedselvoorziening was deze kerst voor het eerst in handen gelegd van de kleinkinderen (tussen 15 en 24 jaar). Het menu zag er aanvankelijk wat zorgelijk uit op hun speciaal ingerichte Facebook-pagina, maar het pakte natuurlijk volkomen overvloedig uit. Zo overvloedig dat na de derde gang een wandelingetje geboden was.

Deze bijeenkomsten, ruim voorzien van wijn en een borreltje voor opa, hebben zo hun eigen dynamiek en eindigen bij ons vrijwel altijd op de dansvloer. De jongste neven, die hun ouders niet graag die bespottelijke bewegingen zien maken, trekken zich met hun elektronica terug op een slaapkamer, alle anderen menen Michael Jackson te zijn. Opa en oma, die in hun jeugd met gesloten gordijnen de foxtrot leerden - dat dansen gaf destijds geen pas - begeven zich graag in het tumult, of kijken vanaf de zijlijn vergenoegd toe hoe hun nageslacht tekeergaat. Al is de muziek wel wat hard.

Je kunt verwachten dat zo'n kerst een enigszins wrange lading krijgt als er iemand dreigt weg te vallen, maar daar heb ik eigenlijk niets van gemerkt. Ik werd er, integendeel, vooral blij van. Of misschien verwar ik het met sentimentaliteit, die me altijd wel overvalt als ik zie hoe die kleine kinderen inmiddels groot zijn geworden, met hun eigen persoonlijkheden en talenten.

Dat is vanzelfsprekend ook een bron van trots voor opa en oma, 82 en 81, en omgekeerd genieten wij van het feit dat we ze nog hebben -vrij bijzonder. Met opa spreek ik wel eens over de dood en ik heb hem aangeraden met zijn huisarts te praten over een wilsverklaring.

Zoals de meeste mensen was hij daarover weifelachtig, dat kan immers altijd nog wel, maar inmiddels weet hij dat zijn huisarts niet graag over euthanasie spreekt. En zelf heeft hij bij nader inzien ook niet zo'n behoefte aan een geagendeerd afscheid. Het idee dat hij op een woensdag een laatste gesprek met mij moet voeren, omdat 'het' op donderdag gaat gebeuren, stuit hem zeer tegen de borst.

Tijgertje Paard intussen is blij dat de rust is teruggekeerd. Die naam kreeg hij tien jaar geleden, toen mijn kleine neef aan zijn vader vroeg: 'Pap, kan een poes ook Paard heten?'


a.delange@parool.nl

Wilt u reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie achter te laten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden