James WorthyBeeld Agata Nowicka

Niet liggend eten. Dat is wat het ouderschap in feite is

PlusJames Worthy

Mijn zoon loopt huilend op me af. Ik til hem op en doe alsof dit me geen moeite kost.

“Wat is er, schat?” vraag ik, terwijl ik naar het klokje op de oven kijk. 04:27.

“Ik had een enge droom.”

“Weer over dat monster?”

“Nee, over een boomhut. Ik zit in een boomhut en dan valt de boom opeens om.”

“Dat is inderdaad een griezelige droom. Denk je dat je nog kunt slapen?”

“Ik denk het niet.”

Ik leg hem neer op de bank en pluk een dekentje uit de kast. Hij pakt de afstandsbediening van de leuning en drukt op het aanknopje. Een herhaling van het journaal. Virussen en vliegtuigongelukken. Ik ga achter hem liggen en probeer niet in slaap te vallen.

“Ik heb honger,” zegt hij. Ik loop naar de keuken toe, gooi wat knapperige honingballetjes in een kom en giet er een flinke scheut halfvolle melk overheen. Alle kleine lepels zitten in de afwasmachine en die ben ik gisteravond vergeten aan te doen. Dan moet hij zijn ontbijtgranen maar met een soeplepel eten.

“Niet liggend eten,” zeg ik tegen hem, terwijl hij de kom van mij overneemt. Ik hoor het mezelf zeggen en moet lachen. Er is geen zin die ik sinds zijn geboorte vaker heb gebruikt. Niet liggend eten. Dat is wat het ouderschap in feite is. Niet liggend eten zeggen en met de zachte kant van een schuurspons viltstift van de keukentafel af proberen te krijgen. Meer is het niet.

“Ik zit vol,” zegt hij na vier happen. Ik geloof niet dat hij vol kan zijn, maar heb geen zin in een oorlog die ik niet kan winnen. Eigenlijk zou er een röntgenapparaat in onze huiskamer moeten staan. En dat ik dan een paar minuten later de foto’s aan hem kan laten zien. De foto’s van zijn nagenoeg inhoudsloze buik.

Ik lig weer achter hem. Ik vind het fijn om achter hem te liggen. Het voelt alsof ik bij hem achter op de motor zit. En dat hij mij zijn wereld laat zien.

“Ik hou van je,” zeg ik.

“Ik ook van jou, maar waarom doen we zo dramatisch?”

“Haha! Is dit dramatisch doen?”

“Je zegt het echt vaak. Ik weet heus wel dat je van me houdt.”

“Sorry, ik kan er niets aan doen. Als ik je zie, moet ik het zeggen. En als ik het zeg, voel ik dat de boom waarin ik mijn boomhut heb gebouwd blijft staan.”

Samen kijken we naar het weerbericht. Het gaat vannacht regenen, maar vannacht is verleden tijd. Het is al bijna licht buiten.

Dan hoor ik hem snurken. Het klinkt nu ook alsof ik bij hem achter op de motor zit. Ik weet niet waar we heen gaan, maar ik blijf zitten.

De droom die ik vervolgens droom is een nacht­merrie. Ik word achtervolgd door een groep krokodillen. Ik loop een doodlopende steeg in. De krokodillen eten me op. En terwijl ze me opeten, zeg ik dat ze niet liggend moeten eten.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden