PlusColumn

Niet klappen is raar, maar wel mooier

Eerste hulp bij klassieke muziek van Erik Voermans, met deze week: klappen tijdens een klassiek concert.

Erik Voermans Beeld Linda Stulic
Erik VoermansBeeld Linda Stulic

Het is bekend dat men in de concertzaal tijdens de uitvoering van een stuk dat uit meerdere delen bestaat - een symfonie bijvoorbeeld - tussen die delen niet hoort te klappen. Klappen doet men pas helemaal aan het eind, als het stuk is afgelopen.

Tussen de delen doet een echt klassiek concertpubliek iets anders: het begint massaal te hoesten. Vermoedelijk is dit het gedrag van zenuwlijders.

Men is bang dat men straks door de muziek heen moet hoesten en daarom hoest men maar alvast in het vooruit. Of dat helpt, waag ik te betwijfelen. Zelf moet ik overigens nooit hoesten (behalve als ik wel moet hoesten).

Genoeg over het hoesten. Het ging over klappen. Als er tussen de delen wordt geklapt, kan dat minstens twee dingen betekenen.

1. Er is zojuist een historische prestatie ­geleverd.

2. Er is publiek dat voor het eerst bij een klassiek concert is. Mogelijkheid 2 is het waarschijnlijkst.

Niet klappen tussen de delen voelt onnatuurlijk aan. Die musici hebben hun best zitten te doen en als ze stoppen met spelen, beloon je ze toch met applaus?

Zeker, ze hebben hun best gedaan. Maar het stuk is na het eerste deel nog niet afgelopen. Dat is de crux. Die geladen stilte, waarin de net gespeelde muziek nog ­­­na-ijlt, hoort bij de muziek.

Het maakt de uiteindelijke ontlading als de laatste tonen van het laatste deel hebben geklonken er alleen maar intenser op.

Toch, toegegeven, in het begin voelt het bijna ongemakkelijk om na deel 1 niet te klappen.

Bij sommige stukken moet je echt je best doen je handen stil te houden. Het extreemste voorbeeld is Tsjaikovski's Symfonie nr. 6, bijgenaamd de Pathétique. Waanzinnig prachtige muziek en dan vooral de finale, Adagio lamentoso, die met zacht kwijnende strijkers begint.

Die finale is op zijn mooist als de muziek vanuit een geladen stilte kan beginnen, maar heel vaak gaat dat mis, omdat het enorme kletsboem-einde van het voorafgaande deel om applaus lijkt te schrééuwen.

Er is er altijd wel eentje die begint te klappen. Maar u dus niet meer, want u hebt net dit stukje gelezen.

Gewandhausorchester ­Leipzig o.l.v. Andris Nelsons. Werken van Larcher, Mozart (Symfonie nr. 40) en Tsjaikovski (Symfonie nr. 6), op 25 april in het Concert­gebouw, aanvang 20.15 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden