Plus

Niet geniaal bedacht, wel nieuw: één behandelaar voor patiënt

Mensen met een verstandelijke beperking en een psychiatrische stoornis zijn gebaat bij een vaste zorgverlener. Dat kan in het donderdag geopende behandelcentrum Mentrum Trace.

Psychiater Jolien Schölvinck (l) en patiënt Francangelo Jonis (r) Beeld Dingena Mol

Niet te vaak wisselen van behandelaar, maar een heel traject een vaste zorgverlener houden. Op die manier krijgen psychiatrische patiënten die ook een verstandelijke beperking hebben de tijd om een vertrouwensband op te bouwen. En dat komt de behandeling ten goede.

Een geniaal inzicht is het niet, toch is het nieuw. Mensen die naast een verstandelijke ­beperking ook een psychische aandoening hebben, zien vaak de ene behandelaar voor hun depressie, een ander voor een seksueel trauma en dan zijn er ook nog de medicatieconsulten.

Psychiater Jolien Schölvinck van Mentrum Trace juicht toe dat patiënten door verschillende specialisten worden behandeld, maar ze ­hamert erop dat één zorgverlener de patiënt het hele traject moet blijven zien.

Vaste arts
Een behandeling duurt vaak jaren, met ups en downs. Een hulpverlener die de patiënt kent, zorgt voor stabiliteit en kan een crisis in de kiem smoren.

"Mensen met een verstandelijke beperking hebben doorgaans geen sterk sociaal netwerk, waardoor een bekend gezicht nóg belangrijker wordt," aldus Schölvinck.

"De behoefte aan een vaste arts bij een lang behandeltraject is heel menselijk. Die heb ik zelf ook." Bij elke patiënt is continuïteit in een langdurige behandelrelatie een pre.

Het kostte Schölvinck drie jaar om de werkwijze te introduceren. Ze moest ambtelijke hordes nemen, maar uiteindelijk zullen zo'n 160 ambulante patiënten en 18 mensen in de kliniek in West van de behandelwijze profiteren.

Francangelo Jonis (48) is zo'n patiënt die met de nieuwe werkwijze wordt begeleid. Schölvinck ziet Jonis één keer per maand om de medicatie te bespreken. Wekelijks heeft Jonis ook contact met een andere zorgverlener.

"Die continuïteit willen we behouden, want zo ontstaat de vertrouwensband die gunstig is voor de behandeling," zegt Schölvinck.

Boos en agressief
Jonis werkte zelf 29 jaar in de zorg. Hij waste ­bejaarden, bereidde maaltijden en plakte pleisters. De rijzige, zwierige Curaçaoënaar vond het contact met de patiënten heerlijk.

"Zijn aanwezigheid werkt ontwapenend op veel mensen," zegt zijn partner Marcel Ras. Met een glimlach: "Op mij ook."

Ook virtual reality maakt onderdeel uit van de behandeling bij Mentrum Trace Beeld Dingena Mol

Dat Jonis het zo lang heeft volgehouden in de zorg is bijzonder. In eerste instantie merk je in de omgang niets aan hem. Maar op de werkvloer komen toch bijzonderheden aan de oppervlakte.

Jonis heeft weinig scholing en kan slecht ­lezen en schrijven. Hij begrijpt nieuwe dingen minder snel. Hij raakt de draad kwijt als gesprekken moeilijker worden. Daarom heeft hij meer tijd per patiënt nodig dan collega's. Jonis kaartte het aan bij z'n werkgever, maar die hield geen rekening met zijn geringere belastbaarheid.

Somberheid
"En toen is het uit de hand gelopen," zegt ­Jonis. "Ze gingen over m'n grenzen heen, terwijl ik al zo lang op m'n tenen moest lopen. Ik werd boos en agressief. Alleen verbaal gelukkig. Als ik had geslagen, had ik iemand ernstig verwond."

Na de boosheid kwam de somberheid. En de slapeloosheid. Uiteindelijk volgde een diagnose: verstandelijke beperking en depressie. Zijn cognitieve beperking kwam voor hem niet als grote verrassing. "Sinds m'n elfde weet ik het."

Jonis krijgt antidepressiva en therapie. Hij leert wat het betekent om een IQ onder de 85 te hebben. Hij leert minder snel boos te worden.

Werken ziet hij voorlopig niet zitten. In de toekomst wil hij ervaringsdeskundige worden. Hij is het prototype van iemand die niet goed heeft leren omgegaan met zijn beperking.

Schölvinck denkt dat Jonis er wel bovenop komt. Als zijn zelfvertrouwen toeneemt, zal hij minder boos en somber worden, denkt ze. Maar het heeft tijd nodig.

Therapieën bij verstandelijk beperkte mensen duren langer, juist vanwege die beperking.

Vlekkeloos gaat de nieuwe werkwijze van Mentrum Trace niet. Zoals ook bij andere instellingen is er gebrek aan personeel. Voor een traumabehandeling kan de wachttijd oplopen tot zes maanden.

"We willen het sneller, maar dat is helaas niet haalbaar," aldus Schölvinck.

160

Er zijn 160 patiënten die ambulant worden behandeld bij Mentrum Trace. De kliniek telt 18 bedden voor ernstigere problematiek

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden