Plus

Niet alleen het busje is mistroostig, de ijscoman ook

Yasmina Aboutaleb (29) rapporteert op dinsdag en donderdag vanuit de stad.

Yasmina Aboutaleb. Beeld Agata Nowicka
Yasmina Aboutaleb.Beeld Agata Nowicka

In de Vrolikstraat klinkt een wijsje dat me terugbrengt naar de tijd dat ik nog bermuda's, een zonnebril met Mickey Mouse-oren en waterschoenen droeg. Zodra dit deuntje door de straat schalde, wist ik niet hoe snel ik mijn spaarpot moest legen en struikelend over mijn barbies de deur uit moest rennen.

IJscoman! Wacht op mij!

De kinderen die mij op straat tegemoet liepen, likkend aan hun smeltende ijsje, deden me nog harder rennen. Hijgend sloot ik dan aan achter in de rij voor de kar. Een plakkerige gulden in mijn hand. Precies genoeg voor een kinderhoorntje met één bolletje vanille-ijs en gekleurde spikkels. Even later zaten mijn haar, mijn neus en bermuda onder het ijs.
Dat was vroeger.

Dat gevoel, die ongelofelijke ijshonger bij het horen van dat deuntje, ontbreekt nu. Het is te koud, boven de smalle straat hangt slechts een waterig zonnetje. Toch fiets ik richting het geluid, stiekem hopend op vrolijk aansnellende buurtkinderen.

Mooi niet. Het witte busje staat er eenzaam bij. Vale stickers van ijsjes, roestplekken, deuken. Op de zijkant in comic sans: Paparo Italiaans Schepijs.

Niet alleen het busje is mistroostig, de ijscoman die achter het stuur hangt ook. Warrig kapsel, versleten trui. Een man die het al lang geleden heeft opgegeven.

De bus, de stille straat en de man. Er gebeurt niks. Voordeuren blijven dicht, de straat leeg.

Als ik mijn hoofd door het verkoopraampje steek, duurt het even voordat hij opkijkt.

"U bent er vroeg bij dit jaar," zeg ik tegen de man.
"Dat valt wel mee, vroeger reed ik het hele jaar door," zegt hij. Het kost me moeite hem te verstaan boven het zoemen van de vriezer uit.
"Nu niet meer?"

"Nee, mensen kopen minder ijs."
"Hoe komt dat?"
"Ik weet niet. Is al zo sinds de euro."
"Maar de ene na de andere ijssalon opent in de stad..."

"Die gaan dan waarschijnlijk snel failliet." Achter hem een vergeeld plaatje van wafels met bolletjes ijs.
"Hoe lang heeft u deze bus al?"
"Deze? Ongeveer twintig jaar."
"Dat is lang."

"Hij doet het nog goed."
"Wil je nog iets hebben?"
"Nee, dank u wel, ik heb het koud."
De man is stil.

"Hier om de hoek spelen vaak kinderen. Misschien kunt u daarheen," probeer ik.

"Ik verkoop liever aan volwassenen. Kinderen nemen altijd het goedkoopste ijsje."

De man zet de wagen in de eerste versnelling en rijdt weg. Behalve ik is er nog altijd niemand op straat. Het is alsof de man en zijn kar hier helemaal niet zijn geweest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden