Niet alle mails en vergaderingen zijn overbodige tijdslurpers

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag lees je hier haar column uit Het Parool. Vandaag: druk is het nieuwe dom, maar wat als het heel belangrijk is?

Roos Schlikker Beeld Linda Stulic
Roos SchlikkerBeeld Linda Stulic

In de auto naar een Belangrijke Afspraak luister ik naar een BNR-uitzending over de achturige werkweek. Druk is namelijk het nieuwe dom. Was het vroeger statusverhogend te roepen dat je van businessontbijt naar brainstormborrel naar zakendiner holde, tegenwoordig snappen we dat het geinig is onze kinderen te zien, een potje te seksen met onze partners of een uitgebreide maaltijd te bereiden (liefst niet alle drie tegelijk).

Dus moeten we het leven volgens effectiviteitsgoeroes handiger inrichten. De meesten van ons willen ook echt meer ruimte scheppen, maar juist dat blijkt ironisch genoeg hard werken, want het arbeidsleven is zo ingericht dat het achterlijk veel tijd opslokt. Volgens BNR staat in de top drie van grootste tijdslurpers reizen op één, vergaderen op twee en mailen op drie. En wat doen veel mensen de godganse dag? ­Precies.

Gek eigenlijk. Veel zakenmeetings kunnen worden afgedaan met een telefoontje, menige vergadering kan in twee hamerstukken gepropt en de bcc-diarree die onze inbox verstopt, is doorgaans niet meer dan dat: dunne poep. Terwijl ik over de A4 rijd, vraag ik me af: is het niet allemaal ego? Wie naar een ander reist, zegt eigenlijk: kijk, ik kom jou hoogstpersoonlijk een hand geven! Vergaderingen zijn bedoeld om mensen een plasje over een onderwerp te laten sprietsen. En wie jou e-mailt, schreeuwt: "Hoooi! Ik ben er! Zie je mij?"

Het zouden weleens al die verborgen boodschappen kunnen zijn, waardoor we zo veel tijd verslurpen.

En dan sta ik opeens in de werkkamer van minister Plasterk. We komen praten over de registratie van doodgeboren kinderen die we zo graag willen. Vijf man sterk zijn we: ouders, juristen, wetenschappers. Maar we vallen in het niet bij het ministerie dat met een veel groter aantal op de proppen komt.

Plasterk is er zelf, maar ook Van der Steur, een roedel ambtenaren, communicatie­dieren, specialisten. Ze stellen zich voor, maar te midden van alle visitekaartjes raak ik de draad kwijt. Het is zo vol dat een merkwaardige stoelendans ontstaat om te bepalen wie aan de tafel van de minister mag zitten en wie op een stoeltje tegen de muur moet plaatsnemen.

Waar ben ik in beland? Ik ben blij met de aandacht, maar tegelijkertijd gefascineerd door wat er non-verbaal klinkt. Is dit imponeerdrang? Of de behoefte te tonen dat men ons serieus neemt? Overigens zijn wij ook met een zorgvuldig geselecteerd groepje, we zetten kortom allemaal onze veren op.

Na een lange voorstelronde glimlacht iedereen welwillend naar elkaar. We wisselen beleefd ervaringen uit. We knikken uitgebreid om te tonen dat we elkanders standpunt begrijpen. En een halfuur later staat onze ­delegatie weer buiten met de belofte dat de zaak wordt onderzocht. Ik heb geen idee of ik er gelukkig mee durf te zijn, maar ik wil het zo graag.

Als het asfalt van de A4 weer onder mijn banden doorflitst, laat ik de radio bewust uit. Mailen, reizen, ­vergaderen, we hebben het eindeloos voor deze kwestie ­gedaan. Maar ik weiger te geloven dat het tijdslurpers waren. Dit mag niet voor niets zijn geweest.

r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden