Column

Niemand wil een koekje, ze willen de iPad om iets te bekijken

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column.

Theodor Holman Beeld Wolff

De poëzie van het oppassen is ernstig aan het slijten. Koning is vijf en heeft vriendjes en ze maken de hele tijd ruzie met elkaar.

Het is me soms volstrekt onduidelijk waar de vijfjarige knaapjes ruzie om maken: de positie van Israël in het Midden-Oosten, is Donald Trump een racist of niet en moet Timmermans niet eens ernstig teruggefloten worden. Maar dan in de vorm van een autootje, een bal of een plastic brandweermannetje van Lego of zo.

Het verdriet is soms ondraaglijk: "Hij heeft dat mannetje afgepakt!"

Of: "Het is mijn bal, ik wil er alleen mee spelen."

Ik moet erg aan wijlen mijn oude vader denken. De man was rechter geweest en dat kon je zien wanneer hij een ruzie tussen kinderen ging beslechten.

Dan ging hij ons allemaal uitgebreid verhoren, en dan kwam hij meestal met een dilemma: "Maar nu heb ik hier een koekje. Wie de bal heeft, krijgt geen koekje. Wie wil nu de bal?" En dan bleek niemand de bal te willen, en zaten wij als hondjes op ons koekje te wachten.

Ik probeer de truc met de koekjes te herhalen, maar niemand wil een koekje, en ze willen de bal ook niet, ze willen de iPad om iets te bekijken. Dat duurt dan twintig minuten en dan is er weer onenigheid.

Soms wordt er een jongetje gehaald door een meisje van twaalf, maar dat blijkt dan zijn 24-jarige moeder te zijn, die me hardnekkig 'mijnheer' blijft noemen ook al heb ik dertig keer gezegd dat ze Theodor mag zeggen.

"Vindt u het goed, mijnheer, dat ik even op uw dochter wacht, ze appte dat ze over vijf minuten thuis is."

"Natuurlijk, ga zitten, wil je wat drinken?"

Ze wil niks drinken. Toevallig hebben haar zoon en mijn kleinzoon weer ruzie met elkaar (de één wil het masker, de ander het pak) en het geschreeuw is ongekend.

De moeder - ze heeft blijkbaar wanhoop in mijn ogen gelezen - gaat onder aan de trap staan en zegt: "Koppen dicht!" En het is muisstil.

"Zo doe ik dat!" zegt de moeder.

"Ze zijn echt verder heel lief geweest," zeg ik, want dat moet ik straks ook tegen mijn dochter zeggen. Die komt even later binnen. "Je ziet bleek, pap." "Niks aan de hand, hoor. Ze waren heel lief."

t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden