PlusInterview

Niels Meulman: ‘Het is een oorlog en ik win altijd’

Niels ‘Shoe’ Meulman (1967) is kunstenaar. Hij exposeerde wereldwijd met zijn eigen kunstvorm Calligraffiti. Vandaag verschijnt een overzichtswerk en opent zijn nieuwe solotentoonstelling.

Niels 'Shoe' MeulmanBeeld Harmen de Jong

Oud-Zuid

“Toen ik er opgroeide, was het een stuk anarchistischer en een stuk minder chic. Als ik er nu rondloop, vind ik het echt verschrikkelijk. Al die Range Rovers. Vroeger zaten er krakers, graffitischrijvers, punkers; alles door elkaar. Mijn vader was filmer, fotograaf en schrijver. Dat soort mensen woonden daar toen. Mijn moeder was dan wel jurist, maar ze gaf les op de UvA en dat was me toch een stelletje ongeregeld, dat wil je niet weten.”

Schoen

“Shoe. Toen ik elf was, hadden al mijn vrienden op het Spinoza Lyceum een eigen graffitinaam of poppetje dat ze eindeloos herhaalden op wc-deuren of op de muur van de fietsenstalling. Ik had een tekeningetje van een schoen, maar niemand zag wat het was. Dus moest ik er Shoe bijzetten. Die naam is blijven hangen.”

“In '88 heb ik op een blinde muur aan het Rokin eens heel groot Shoe gezet, waar vervolgens een pand tegenaan gebouwd is. Nu fietste ik daar laatst langs en dat pand was afgebroken, waardoor Shoe weer tevoorschijn was gekomen. Dat de graffiti het gebouw heeft overleefd, is leuk om te zien. Dat is uiteindelijk toch de oerdrive om graffiti te doen: dat je naam er staat. Dat je bestaat."

USA

“De United Street Artists. Joker, Delta, Jaz, ­Jezis en ik. We verenigden ons in ‘85 als crew, stonden voor elkaar op de uitkijk en konden het daarom grootser aanpakken. Je gaat ook niet in je eentje een bank beroven, toch?”

“Inmiddels is het dertig jaar geleden dat we met zijn vijven de eerste metro's in Amsterdam deden. We zijn heel Europa door gegaan met de Crime Time Kings. Samen met jongens uit Parijs en Londen maakten we een soort kruistocht met de New Yorkse graffiti, die we hadden omarmd. Duitsland, Denemarken, Frankrijk; overal deden we ons ding. Sindsdien ziet Europa er heel anders uit.”

Maffiapraktijken

“We gingen weleens naar winkeliers in de stad van wie de rolluiken helemaal waren volgekalkt. Dan boden we ze de keus: of we doen het voor geld in één keer goed, zodat daarna niemand eroverheen gaat of we komen een keer ‘s nachts en dan, tja... ‘Wij beschermen je tegen onszelf,’ zeiden we. Dan kregen we vijfhonderd gulden voor een rolluik. Een soort van beschermingsgeld.”

Strafblad

“In München ben ik eens betrapt. Een heterdaadje, met getrokken pistolen. Ik moest drie weken in de gevangenis zitten. Ik ben voor mijn leven uit Duitsland verbannen. En dat is geen grap. Jaren later ben ik aangehouden bij de grens met Zwitserland en toen kreeg ik weer een boete. Ik mijd dat land dus liever.”

“Als ik met vrienden ga snowboarden, moeten we voor mij dus altijd over Frankrijk rijden. Om me terug te pakken hebben m'n vrienden me een keer een nepbrief gestuurd waarin stond dat er nog een boete openstond van dertigduizend euro. Ik schrok me wild.”

New York

“Ik was vijftien toen ik met mijn zusje en moeder voor het eerst ging. Het New York van de ­jaren tachtig maakte enorme indruk op me. Heel rauw. Ik kende wel wat graffitigasten, want die hadden in die tijd hun eerste exposities in Amsterdam.”

“Met hen ging ik de straten op, spoot ik treinen in The Bronx en bezocht ik ­galerieën. Ik voelde me al snel geen toerist meer, maar meer een New Yorker. Toch ben ik Amsterdammer in hart en nieren. Ik heb zo vaak de kans gehad me in New York te vestigen, maar Amsterdam is thuis.”

Radio Man

“Toen Keith Haring in 1986 in Amsterdam was voor zijn expositie in het Stedelijk, kwamen Jan Rothuizen en ik hem bij toeval tegen op straat. Omdat hij meer had met de graffiticultuur dan de museumcultuur raakten we bevriend. Ik woonde toen nog bij mijn moeder, dus die kwam op een dag mijn kamer binnen: zat ik daar te tekenen met Keith Haring. Ze sloeg steil achterover.”

“Keith heeft toen een tekening gemaakt in mijn schetsboek van zo'n typisch Haringpoppetje met een boombox als hoofd. Dat boek is ooit gejat bij een inbraak. Duidelijk door ­iemand uit de graffitiwereld, want alleen mijn ­foto's en schetsboeken waren meegenomen. Zes jaar later heb ik op heel rare wijze anoniem dat boek teruggekregen via iemand in een ­coffeeshop, maar ze hadden die tekening van Haring uit het boek gesneden. Erg hè?”

“Vervolgens hoorde ik dat bij Christie's een tekening was geveild die ondertekend was met ‘For Shoe’. De aanbieder had een valse naam op­gegeven en de tekening is verkocht aan een anonieme Fransman, maar ik zal hem ooit ­terugkrijgen. Dus bij deze: een oproep.”

‘Graanwater. Hartverwarrend. Ietsvermoedend. Woorden die op zichzelf al een gedicht zijn.’Beeld Harmen de Jong

Enerzijds Voorburgwal

“Anderzijds Achterburgwal. Een voorbeeld van woordkaas. Dat heb ik ooit met Joep Luycx, een goede vriend van me bedacht om een naam te geven aan de woordspelingen die wij elkaar al acht jaar sturen. Pablo Incasso.”

“Graanwater. Hartverwarrend. Ietsvermoedend. Woorden die op zichzelf al een gedicht zijn. Het is een sport niet-bestaande woorden te scheppen die klinken alsof ze echt zouden kunnen bestaan. Wat is een zee-ezel? Geen zeepaardje of zee-egel, maar iets ertussenin?”

Kerstballen

“Ik ben, denk ik, de enige in Amsterdam die hartje zomer bij Beekwilder vraagt naar kerstballen. Ik gebruik ze als verfbommen, want daar hebben ze het perfecte formaat voor. Net zo groot als een honkbal, een sport die ik trouwens beoefen. Maar vooral het materiaal is perfect. Niet van glas, maar van een bepaald type plastic dat keihard uit elkaar knalt. Je kunt ze niet overal krijgen. Ik heb eens heel LA uitgekamd op zoek naar de juiste ballen.”

“Er is niets mis met een gewone kwast, maar je hebt een heleboel soorten kwasten. Deze vetplant is ook een kwast als ik hem omdraai, toch? Als je organische of plantachtige dingen wil schilderen, waarom zou je dan een kwast nemen? Ik ben echt niet de eerste of enige die zo denkt. De Franse schilder Yves Klein bedekte in 1958 al vrouwen met blauwe verf om ze vervolgens tegen een wit doek te drukken.”

Pollock

“Ik snap de vergelijking, vanwege de intensiteit van onze werkwijzen, maar ik heb meer met wilde schilders zoals Karel Appel. Pollock werkte veel met druipende verf. Ik smijt meer, werk met bezems of andere materialen. Het is een agressieve manier van schilderen, ik val het werk echt aan. Het is een oorlog tussen mij en het doek. En ik win altijd, uiteindelijk. Maar dat kan soms wel lang duren.”

Banksy

The joy of not being sold anything. Dat heeft hij op een leeg billboard in Londen gespoten waar nog geen reclame op geplakt was. Dat vind ik prachtig. Het heeft graffiti in zich, maar het is ook een maatschappijkritische wake-upcall. De expositie die nu in de Beurs van Berlage is, snap ik totaal niet. Hij zal hem zelf ook verschrikkelijk vinden.”

“Op de posters staat: curated by Steve Lazarides. Dat is zijn ex-manager, met wie hij al jaren geen contact meer heeft. Nou, dan denk je toch al: dat zit niet goed. Banksy is niet eens betrokken bij de expositie. Het zijn waarschijnlijk gewoon werken die ­Lazarides zelf in bezit heeft en waarmee hij een beetje over de wereld aan het touren is. Ik ben nog niet geweest en ga dat ook niet doen.”

Adele

“Vorig jaar zijn we getrouwd. Zonder verloving en geen gedoe met witte jurken. Pas na de ceremonie hebben we iedereen een sms gestuurd. Alleen familie wist het. We zijn nu zo'n acht jaar samen. Ze is Waals en ook kunstenaar en hoewel we heel anders schilderen, werken we wel altijd samen. Zo ben ik 24 uur per dag met haar, dus ondanks ons leeftijdsverschil van twintig jaar zijn we echt één geworden. Er zijn geen kinderen, dat zou wel heel veel worden. Dus misschien dat dat helpt?”

Buick

“Een blauwe, model Park Avenue uit ‘92. Het is eigenlijk een vrij onhandige auto in deze stad, maar ja een Volvo stationwagen is net zo onhandig. Ik heb een auto toch vooral voor de lol. Speelgoed. Zo'n dashboard vol knopjes, prachtig. André Hazes had precies dezelfde. Soms denk ik: misschien was dit wel zijn auto.”

Onhandelbaar

Unruly. Dat is ontstaan door een vlucht waarop ik mij volgens het cabinepersoneel niet volgens de regels gedroeg. Ik was aan het drinken en dat mocht blijkbaar niet en daarom kreeg ik een soort waarschuwingsformulier met de tekst: warning to unruly passenger.”

“Dat vond ik zo'n mooi woord dat ik het als merknaam ben gaan gebruiken. Amsterdam is unruly. Kijk naar de gevels, allemaal anders, niet conform. Het niet stoppen voor het stoplicht. Het is die chaos waar ik van houd.”

Tim Hofman
“Ik ken wel Thom Hoffman, maar Tim zegt me niets. Ik kijk veel televisie, maar bijna nooit Nederlandse. Dat gelul over niets, daar kan ik niet tegen. Misschien bekijk ik het te veel door de ogen van Adele. Als bij programma's als DWDD of Pauw mensen weer eens hun mening zitten te geven vraagt zij vaak: ‘Wie zijn die mensen?’ Dan gaat het bijvoorbeeld om Patricia Paay en dan denk ik: ja, inderdaad, wie is dat?”

Uncontrolled Substances, tot 18 november bij Galerie Gabriel Rolt. Het overzichtswerk Shoe Is My Middle Name verschijnt bij Lebowski

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden