Plusklapstoel

Nicole van Vessum: 'Ik ging in mijn pyjama naar de Mazzo'

Nicole van Vessum (1964) is artistiek directeur van de Parade. Het theaterfestival slaat deze week zijn tenten op in Den Haag en komt in augustus weer naar Amsterdam.

'Waarom renners bij de Tour de France in verschillende kleuren truitjes elkaar helpen, is me een raadsel'Beeld Harmen de Jong

Portland
"Mijn ouders gingen er wonen omdat mijn vader er als werktuigbouwkundige werk kon vinden, maar mijn moeder was er niet gelukkig. Amerika was in de jaren zestig jaren behoorlijk grimmig. Kennedy werd neergeschoten, en Martin Luther King; zomaar je voordeur opendoen was al gevaarlijk. Die agressie en geweld en het continue wantrouwen van andere mensen maakten dat mijn moeder terug wilde. We gingen terug naar Nederland, maar later zijn mijn ouders wel gescheiden. Mijn zus weet alles nog, maar ik ­herinner me niets meer van die tijd. Ik heb er ook wel een handje van nare dingen uit mijn geheugen te blokken."

Café de Koophandel
"Ik was een stille, nietszeggende puber, maar vanaf mijn achttiende ging ik elke avond uit. Dan glipte ik stiekem het huis uit, in mijn pyjama met een regenjas eroverheen, en ging ik met een vriendin­netje naar Café de Koophandel aan de Bloemgracht en naar de Mazzo. Dat waren toen zo'n beetje de ruigste tenten van de Jordaan."

"Als mensen aan me vragen hoe ik in de theaterwereld terecht ben gekomen, zeg ik altijd: nieuwsgierig zijn en uitgaan. De Koophandel was dan niet meer dan een smalle bar waar de hele avond aan gedronken werd, maar ik kwam er de mannen van Hauser Orkater tegen, zoals Eddie B. Wahr en Bram Vermeulen; die hele scene. Allemaal net een slag ouder en dus bere-interessant. Bijna iedereen met wie ik nu werk, heb ik daar ontmoet."

Tentenbouwer
"Voor Het Werkteater en bij Boulevard of Broken dreams. Zwaar, maar ontzettend leuk werk. Dat een vrouw dat deed, was toen heel uitzonderlijk. Ik was de enige. Ik vind het fijn om met mannen te werken. Mannen zijn minder ingewikkeld. Nu is het merendeel van de staf bij de Parade vrouw, maar ze mutsen niet."

Roadie
"Eddie vroeg of ik dat wilde worden. Hij had mijn toenmalige vriendje gevraagd, maar die had nee gezegd. Hij dacht: goeie grap, maar ik zei ja. Ik zat op de mode­academie, dus overdag zat ik stofjes te stikken om vervolgens na school met die mannen in een vrachtwagen het land rond te toeren om een drumstel van vier meter op te zetten. Vaak was ik dan pas om vier uur thuis, om dan na een paar uurtjes slaap weer naar school te gaan. Met dat vriendje was het dus snel uit. Niet zo erg, want dat was maar een uitprobeersel, haha."

Bühne
"Absoluut niet erop. Ik heb ooit een oriëntatiecursus gedaan op de toneelschool bij Wick Ederveen. Dan was ik om zes uur de kroeg uitgerold en stond ik twee uur later zonnebloemen na te doen. Toen ik uiteindelijk auditie deed, moest iedereen lachen. Ik weet nog steeds niet waarom."

Gunther en Meuser
"De gereedschapswinkel aan de Egelantiersgracht waar ik vroeger vaak kwam. Dat technische heb ik van mijn vader. Toen ik met mijn moeder en zus woonde hadden we een duidelijke verdeling. Mijn moeder verdiende het geld, mijn zus deed de boodschappen en ik was de klusser van het driemanschap."

"Toen ik eenmaal goed ging verdienen, was mijn eerste grote aankoop een Festo-gereedschapsset van 1200 gulden. Niet dat ik er veel mee heb gedaan, behalve toen ik op de kunstacademie zat, maar ik moest hem gewoon hebben. Hetzelfde geldt voor schoenen. Ik heb zo'n honderd paar. Ook een soort hobby."

Terts Brinkhoff
"Mijn voorganger bij de Parade. Een bijzonder mens, want uiteindelijk ga je door het vuur voor hem. You love him, you hate him. Het leuke is dat hij goede ideeën heeft en daar vol voor gaat. Het moeilijke is dat hij daardoor soms te veel in zijn eigen waarheid zit. Daar kon hij heel ver in gaan. Ik ben iets tuttiger en denk vaker: dit doe je wel en dat doe je niet."

Secretaresse
"Toen ik bij de Parade kwam, had ik voor sommigen een onduidelijke functie. Mensen kenden me niet en zagen me als de blonde secretaresse van Terts. We hebben vijf jaar samen geprogrammeerd en dat waren goede tijden. Als we een voorstelling per se wilden, legden we desnoods zelf geld in. En dan maar hopen dat ie zou gaan lopen."

Nicole van VessumBeeld Harmen de Jong

"Toen ik het tien jaar geleden van hem overnam, ontstond er wel een scheur. Hij gunde het me, maar het ging net iets te goed. Ik wilde als de nieuwe directeur een statement maken, maar duwde hem daardoor iets te snel van de troon. Ik snap achteraf best dat hij daar van moest slikken. Ik ben de baas van zijn Parade en hij mag zich er niet echt meer mee ­bemoeien. Het is soms een soort boksring. Af en toe halen we naar elkaar uit en dan om­armen we elkaar weer. Een vechthuwelijk, maar wel een goed vechthuwelijk."

Zweefmolen
"Afgrijselijk. Twee keer heb ik erin gezeten, maar ik word kotsmisselijk. Het is het hart van de Parade en soms vind ik hem overgewaardeerd, ook al zie ik dat men er dol op is. Toen ik net directeur was, zei ik voor de grap dat die er als eerste uit zou gaan. Die viel in verkeerde aarde."

De Smoeshaan
"Vroeger kwam ik er vaak, nu iets minder. Dat komt omdat elk jaar vierhon­derd aanmeldingen binnenkomen voor de ­Parade en er daar maar tachtig van overblijven. Dat vind ik het allerergste aan mijn werk: mensen afzeggen. Ik heb daar altijd dagen buikkramp van. Als ik in de Smoeshaan sta, ben ik vaak aan het uitleggen waarom mensen wel of niet geprogrammeerd zijn. Soms vergeet ik dat kunstenaars een groot ego hebben, maar anders kun je geen kunstenaar worden. Toch heb je het over iemand zijn bezieling, dus ik vind het beledigend voor de kunstenaars als men het alleen maar over rosé en de zweefmolen heeft."

Paradepaardjes
"Met een t of een d? Want ik hoor altijd dat mensen elkaar hebben ontmoet op de Parade. Het schijnt ook een goede ­dateplek te zijn."

Melle Daamen
"Ik ken hem al sinds 1992, toen we beiden vrijwilliger waren bij de Uitmarkt. Ik vind het goed dat hij geen blad voor de mond neemt over de hoeveelheid kunstgezelschappen in Nederland. Zoiets zou ik nooit zeggen, maar hij schaamt zich ­nergens voor. Hij wilde Rotterdam leren kennen vanwege zijn nieuwe functie als directeur van Theater Rotterdam, dus hij was bij de opening van de Parade. Ik heb hem aan Jules Deelder gekoppeld, dat leek me wel een goede start."

Regenpotje
"Er doen wilde verhalen de ronde dat we failliet zouden zijn, maar we hebben nog steeds een buffer. Natuurlijk kan het nijpend worden als je vier jaar achter elkaar slecht weer hebt. Het rare is dat mensen roepen dat het zo commercieel en duur is, terwijl: er wordt een heel dorp uit de grond gestampt, met twintig aggregaten, veertig tenten, zes restaurants en vierhonderd mensen die betaald moeten worden. Hoe denk je dat dat kan? Door die 7,50 die je aan het hek betaalt en die fles wijn van zeventien euro. Het publiek is onze subsidiegever. Het publiek en het weer."

Festivalisering
"Ik woon aan het IJ en dan zie ik al die mensen vertrekken met de pont naar de NDSM. Geen idee waar ze naartoe gaan, als het maar een festival is. Ik vind het frustrerend dat voor bijna alles een festival is en toch alles op elkaar lijkt. Hang wat lampjes op, zet een barbecue neer en klaar is kees. De Parade is een groot festival, dus we hebben er niet enorm last van, maar je gaat wel nog scherper naar jezelf te kijken."

Jan Zoet
"Mijn partner. Hij is directeur van de Theaterschool en daardoor kom ik makkelijker bij jongere makers uit. Zo'n drie tot vier keer in de week gaan we naar een voorstelling. We vullen elkaar goed aan, met als gevaar dat je je te veel met elkaars werk gaat bemoeien. We geven elkaar wel goede adviezen, maar er is geen sprake van belangenverstrengeling. Als mensen dat denken, laat ik ze. Mensen denken zo veel. Dat klinkt misschien arrogant, maar daar heb ik geen boodschap aan."

Moeder
"Vroeger vond ik het best zwaar. Toen mijn zoon werd geboren, werkte ik net een jaar bij de Parade en moest ik 's nachts naar huis racen om borstvoeding te geven. Het klinkt lullig, maar het is nu beter geregeld voor mensen met kinderen. Daar kan ik best jaloers op zijn."

"Ze zitten nu allebei op de middelbare school, dus dat maakt het makkelijker. Als ik nu in een vergadering zit die uitloopt, bestel ik twee pizza's voor ze. Dat is te gek aan het moderne moederschap, dat je je schuldgevoel kan afkopen met een app als Thuisbezorgd. Aan de ene kant ben ik een circusmoeder, maar ik ben ook een doorzonmoeder die 's ochtends boterhammetjes staat te smeren."

Nynke de Jong
"Iets met sport, hè? Daar zit ik niet heel lekker in. Voetbal snap ik door mijn zoon, maar waarom bij de Tour de France renners in verschillende kleuren truitjes elkaar helpen, is me een raadsel."

De Parade staat van 12 t/m 28 augustus in het Martin Luther Kingpark.

Nynke de Jong, Peter van Uhm, Monique Klemann en Jelle Brandt Cortius zaten de afgelopen tijd ook op de Klapstoel. Lees hier de interviews.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden