Review

Nick Cave - The Death of Bunny Munro ***

De hoofdpersoon ís een handelsreiziger, dat is waar. Zelfmoord en opoffering spelen een belangrijke rol. En dat in de titel ook een stevige echo doorklinkt van Death of a salesman (1949), het toneelstuk van Arthur Miller over de schaduwkanten van de Amerikaanse droom, is duidelijk genoeg.

Maar als de antiheld van The Death of Bunny Munro, de tweede roman van het Australische rockicoon Nick Cave (1957), een verre neef is van Willy Loman, is het er wel één die stijf staat van de viagra, zijn ego voor zich uit draagt als een gigantische, kloppende genotsknots en liever denkt aan de hotpants van Kylie Minogue of het kutje van Avril Lavigne dan aan het (financiële) welzijn van zijn gezin. En hoewel zijn verhaal tragische, moralistische en zelfs Bijbelse kanten heeft, is het toch voor alles een gitzwarte pornoklucht.

Wat voor vlees je met Bunny in de kuip hebt, weet je al ongeveer in het eerste hoofdstuk, waarin hij in zijn onderbroek in een groezelige hotelkamer zit en, terwijl hij zich 'een willekeurige vagina' voorstelt en een flesje brandy achteroverslaat, een telefoongesprek voert met zijn steeds hysterischer klinkende vrouw Libby. ('De zachte cello's zijn uit haar stem verdwenen,' schrijft Cave mooi, 'en er zijn hoge, raspende violen aan toegevoegd, bespeeld door een ontsnapte aap of zo.') Ze is bang, omdat een vent met een rood beschilderd gezicht en plastic duivelshoorns in het noorden van Engeland vrouwen aanvalt. De West Pier in Brighton, waar ze wonen, staat in brand. En, smeekt ze, houdt hij nog wel van haar?!
Bunny zegt dat ze haar medicijnen moet innemen, dat Brighton in het zúíden van Engeland ligt en dat hij, ja, natuurlijk, van haar houdt. Om zich even later te laten pijpen door een hoer met 'een gedetailleerd geschilderde tropische zonsondergang' op elk van haar nagels.

Welkom in het satanische universum van een handelsreiziger in cosmetische crèmes, die zijn dagen slijt als gevetkuifde Casanova in een parodie op een seksfilm uit de jaren zeventig. Een man die, beweert hij, elke vrouw plat krijgt met zijn dierlijke charme en ondertussen 'aan de geldboom schudt' door armlastige vrouwen met zijn gladde verkooppraatjes nog een tikje armlastiger te maken. En een man wiens leven, kort na die hotelscène, een dramatische wending neemt als hij zijn vrouw aantreft in hun slaapkamer - gekleed in de verleidelijke lingerie van hun huwelijksnacht, bungelend aan een touw.

Plotseling heeft hij de verantwoordelijkheid over hun negenjarige zoontje, Bunny junior, en moet hij onder ogen zien dat hij met zijn liederlijke gedrag schuld heeft aan Libby's zelfmoord. Wat niet wil zeggen dat hij die verantwoordelijkheid en schuld ook echt op zich neemt.

Gekweld door de, soms letterlijke, spookverschijning van zijn vrouw begint hij aan een driedaagse autotocht met zijn zoontje, dat gek genoeg de grond aanbidt waar hij op loopt. Om hem zogenaamd de kneepjes van het vak te leren, maar vooral om te vluchten in een reeks (pogingen tot) 'rouwneukpartijen', terwijl die moordende duivel steeds dichterbij komt.

Die roadtrip levert kolderieke én ronduit smerige scènes op - van een potje begrafenisrukken, via seks met een half bewusteloze junkie tot een beoogde verovering die met een ferme karateslag Bunny's neus breekt - en een enkel schrijnend ontroerend moment rond junior, vanuit wiens gezichtspunt we de teloorgang van pa af en toe ook te zien krijgen.

Onderhoudend is het allemaal zeker, op een groteske, Robert Crumb-achtige manier. En waar Cave zich in zijn verdienstelijke romandebuut, And the ass saw the angel (1989) ooit verloor in overambitieuze, Faulkneriaanse lyriek, is zijn proza hier messcherp en bij vlagen duivels geestig.
Zijn satirische boodschap over het opportunisme en de dolgedraaide seksualisering van de samenleving ligt er wel érg dik bovenop. Empathie voelen met een karikaturale stripfiguur van een verteller blijft lastig. En de helende-kracht-van-de-liefdefinale is nogal potsierlijk.

Niettemin is The death of Bunny Munro eigenlijk een behoorlijk geslaagde literaire pulproman. Eentje waar niet alléén de fans van Caves muziek van zullen genieten. (DIRK-JAN ARENSMAN)

Nick Cave - The Death of Bunny Munro ***
Canongate (imp. Nilsson & Lamm), €19,95.
(De vertaling, De dood van Bunny Munro, zal medio september bij uitgeverij Meulenhoff verschijnen.)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden