New York 400 jaar - in 2009. Of in 2013? Of 2025?

Terwijl Amsterdam zich opmaakt voor de viering van het 400-jarig bestaan van New York, vliegt men elkaar daar in de haren over de vraag wanneer de stad ontstond. ' New Yorkers en Amsterdammers weten niets van hun verleden.'

Op het zegel van de stad New York staan een adelaar, een zeeman, een indiaan, een bever en enkele Hollandse molenwieken afgebeeld, met daaronder het jaartal 1625. New Yorkers weten niet beter dan dat hun stad in dat jaar werd gesticht door Nederlandse kolonisten.

Fout, zegt een groeiend leger Amerikaanse geschiedkundigen. De eerste kolonisten arriveerden in 1623, mogelijk 1624. De Hollanders ' verwierven' Manhattan in 1626. Het enige historische feit van enige betekenis in 1625 was dat de Hollanders toen hun vee verhuisden van Governor's Island naar Manhattan.

Aan het stadszegel van New York is in de afgelopen eeuwen veel gesleuteld. De basis voor het huidige ontwerp werd gelegd in 1686, toen de Britse koning de stad zijn eerste rechten verleende. De kroon die toen op het zegel stond afgebeeld, werd in 1784 vervangen door een arend. Begin vorige eeuw werd het jaartal 1686 veranderd in 1664, het jaar waarin de Nederlandse kolonie werd veroverd door de Britten. Dat bleef zo tot 1974, toen de toenmalige voorzitter van het New Yorkse gemeentebestuur Paul O'Dwyer, van Ierse komaf, het naderende 700-jarig bestaan van Amsterdam aangreep om de rol van de Britten in de geschiedenis van de stad zoveel mogelijk naar de achtergrond te dringen: 1664 werd vervangen door 1625.

Maar sinds kort staat ook dat jaartal weer ter discussie. ''Er klopt helemaal niets van, '' schamperde de gezaghebbende Amerikaanse historicus Michael Miscione de afgelopen week in The New York Times: ''De eerste kolonisten arriveerden hier al een jaar eerder. ''

Ook Charles Gehring, wiens onderzoek de basis vormde voor Russell Shorto's bestseller over Nieuw Amsterdam, ' Island at the Center of the World', deelt die mening. ''Het eiland Manhattan was in 1626 in feite een groot weiland. Als je het hebt over de geschiedenis van New York, is 1624 een veel geschikter jaartal. En anders ligt 1626 veel meer voor de hand, het jaar waarop het eiland door de Hollanders werd gekocht van de Manhattes-indianen. ''

Daags na de publicatie van het artikel in The New York Times schreef professor Leo Hershkowitz, een van de meest gezaghebbende Amerikaanse deskundigen als het gaat om de geschiedenis van New York, een brief aan de krant. Het stadszegel moet blijven zoals het nu is, vindt hij. ''1625 vormde het begin van de eerste permanente nederzettingen in het gebied dat later New York City zou worden. In juni van dat jaar arriveerde Cryn Frederiksz, een fortenbouwer en landmeter, in Nieuw-Nederland met instructies van de West-Indische Compagnie om daar een fort en huisvesting te bouwen en de boerderijen op Noten Eylant, het huidige Governor's Island, te verplaatsen naar de locatie die zou uitgroeien tot Nieuw Amsterdam. ''

Oud-bankier Joep de Koning (63), al meer dan veertig jaar woonachtig en werkzaam in New York, heeft de discussie deze week met stijgende verbazing gevolgd. ''Als het gaat om de eerste bewoners van het gebied dat later New York zou worden, ligt het jaartal 1613 veel meer voor de hand, '' vindt hij. ''In dat jaar werd Jan Rodrigues, een mulat van Santo Domingo, in de haven van Manhattan aangenomen als handelsagent van de Amsterdamse kapitein Adriaen Block, om acht maanden op Noten Eylant door te brengen. ''

Volgens De Koning, die al elf jaar pogingen in het werk stelt om van Noten Eylant een symbool te maken van de Nederlands-Amerikaanse geschiedenis, kregen de kolonisten die zich daar in 1624 vestigden nadrukkelijk de opdracht om de rivieren veilig te stellen rond Nieuw Nederland de naam die Adriaen Block al in 1614 op een kaart liet vastleggen.

''De kolonisten verspreidden zich dus over verschillende plaatsen langs de rivieren de Delaware, de Hudson en de Connecticut. Door daarvan bezit van te nemen, werd Nieuw Nederland een provincie van de Nederlandse Republiek en werden ook de Nederlandse wetten en verordeningen bindend. ''

De Koning vindt het daarom onzin om 1624 ' toen er nog geen kip op Manhattan woonde', als oprichtingsjaar te noemen van de stad New York. ''Dat jaar kan hooguit gezien worden als de geboortedatum van de provincie Nieuw Nederland of de staat New York. ''

Amsterdammers en New Yorkers weten beschamend weinig van hun eigen geschiedenis, concludeert De Koning. De meeste blaam daarvoor treft volgens hem de Nederlandse overheid: ''Die heeft de laatste 384 jaar niets of bar weinig gedaan aan historische voorlichting. ''

Met de viering van het jubileum volgend jaar, 400 jaar nadat de Engelse kapitein Henry Hudson het VOC-schip De Halve Maen zijn ankers uitwierp voor Manhattan, wil hij daarom niets te maken hebben.

''Het jaar 1609 betekent voor Amerikanen niets, '' zegt hij. ''Er is geen enkele gewone Amerikaan die weet wie Henry Hudson of waar hij vandaan kwam, en wat Holland, The Netherlands, Nederland, Amsterdam voorstellen of waar die liggen. Wat moeten ze met een groepje buitenlanders dat opeens voor een paar weken wat lawaai gaat proberen te maken in de haven van New York? ''

Het idee ontstond tien jaar geleden. Joep de Koning, toen al dertig jaar woonachtig in New York, bestudeerde een zeldzame kaart uit 1660 van Nieuw Amsterdam, die bij toeval in zijn bezit was gekomen. Het viel hem op dat de Hollandse nederzetting op de plattegrond opvallende overeenkomsten vertoonde met Governor's islan', een eilandje op nog geen 400 meter van Manhattan.

Kort daarvoor was bekend geworden dat de Amerikaanse kustwacht het 70 hectare grote eilandje ging verlaten. De federale overheid was bereid het voor een symbolisch bedrag van één dollar aan New York verkopen, als de bestuurders er een goede bestemming voor wisten te bedenken.

Governor's Island, zo leerde De Koning, stond in de zeventiende eeuw bekend als Noten Eylant. Het was de plek waar in 1624 de eerste Nederlandse kolonisten arriveerden, waar ze woningen, een fort en een molen bouwden.

De aanstaande verkoop van het in onbruik geraakte eiland, in de monding van de East River, naast het Vrijheidsbeeld, bracht De Koning op een idee dat hem sindsdien nooit meer losliet. ''Dit was een unieke kans om Nieuw Amsterdam te laten herrijzen als als tolerantie-museum in 17de eeuwse bouwstijl. ''
Het historische museumpark zou gestalte moeten geven aan de bijdragen die Nederland in de loop der eeuwen aan de Amerikaanse samenleving heeft geleverd, zegt De Koning, met name op het gebied van religieuze tolerantie. ''Een permanente wereldtentoonstelling op precies dezelfde plek waar Nieuw Nederland officieel werd gesticht. ''

Het Tolerance Park zou geopend moeten worden in 2009. ''De aankomst van de Halve Maen, dat jaar vierhonderd jaar geleden, was immers de voorbode van de pluralistische cultuur van de Nederlandse Republiek, gebaseerd op tolerantie en handel. ''

De Koning had in de VS een indrukwekkende loopbaan opgebouwd. Op 21-jarig leeftijd was hij naar New York gekomen, waar hij eerst in de reclamewereld terechtkwam. Na een studie aan de Columbia Business School maakte hij carrière in het bankwezen, tot hij besloot voor zichzelf te beginnen. Zijn Batavia Group behartigde de zakelijke belangen van zeer rijke Amerikaanse en Engelse investeerders, onder wie Lord Jacob Rothschild. Dat alles was hij bereid opzij te zetten voor deze nieuwe droom

Het lukte hem om de kwestie in 2000 op de agenda te krijgen in het Witte Huis, aan de vooravond van het bezoek van premier Wim Kok aan Washington. Maar tot zijn verbijstering weigerde Kok het onderwerp tijdens zijn gesprek met Bill Clinton aan te snijden. ''Hemel en aarde heb ik bewogen, maar bij de ministeries en de Rijksvoorlichtingsdienst kreeg ik geen voet aan de grond. ''

De Koning bleef politici, zowel landelijk als in Amsterdam, bestoken met brieven en mails. ''Uiteindelijk hebben zes Amsterdamse raadsleden, 22 Tweede Kamerleden en zes Eerste Kamerleden hun morele steun voor de plannen uitgesproken. Maar geen minister of staatssecretaris heeft gereageerd. ''

Het steekt hem dat de Nederlandse overheid wel alle medewerking heeft toegezegd aan de Henry Hudson 400-festiviteiten, genoemd naar de Engelse kapitein van de Halve Maen. ''Ik heb niet mijn bedrijf opgeheven, pensioen laten vervallen, een paar miljoen dollar aan persoonlijke onkosten gemaakt en meer dan 35.000 uren besteed aan deze zaak voor de vluchtige viering van een feestje ter ere van een Engelsman. ''

Laat de Engelsen maar hun eigen jubileum voor Henry Hudson organiseren, vindt De Koning. ''Met de historie van Nieuw-Nederland heeft het niets te maken. Het was de Amsterdammer Adriaen Block die Manhattan Eiland ontdekte, op de kaart zette en het vernoemde naar de Manhattes-indianen, die aan beide kanten van de rivier woonden. Het was Block die als eerste het gebied op zijn kaart van 1614 aanduidde als Nieuw-Nederland. ''

Ook deNederlandse organisatoren van het Hudson 400 jubileum weten volgens hem bedroevend weinig van hun eigen geschiedenis. ''Het tijdstip van de festiviteiten, van 2 tot 6 september is volledig uit de lucht gegrepen. Op 6 september was de Halve Maen nog mijlenver van Manhattan verwijderd. ''
De meest waarschijnlijke datum voor de aankomst van de Halve Maen is 11 september, sinds de terreuraanslagen op 2001 een zeer beladen datum in de Verenigde Staten. Volgens De Koning volgde een replica van de Halve Maen juist die dag precies volgens het logboek van stuurman Robert Juet de route naar Manhattan om zo bij het World Trade Center aan te komen. ''Vanaf het dek zagen ze de vliegtuigen op de wolkenkrabbers invliegen. ''

Eigenlijk had De Koning zich toen al voorgenomen om zijn plannen maar te staken wegens gebrek aan medewerking uit Nederland. ''Ik was er al vier jaar tevergeefs mee bezig geweest. Maar de gebeurtenissen op 11 september - een aanval op wereldwijde tolerantie - hebben me van mening doen veranderen. De aanslagen hebben mij zo gemotiveerd dat ik nog steeds denk dat ik mijn plannen gerealiseerd kan krijgen. Zelfs zonder hulp uit Nederland. '' (HENK SCHUTTEN)

null Beeld
null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden