Nederlandse zitskiër eenling in de sneeuw

De Nederlandse ambities zijn ook op het gebied van gehandicaptensport groot. Tijdens de Paralympische Winterspelen valt dat met één deelnemer niet op.

Vancouver, here we come’, zo klinkt het dreigend op de website van NOC-NSF. Het gaat hier niet om de wereldwijd gevreesde schaatsploeg in relatie tot de afgelopen Olympische Winterspelen. De sportwereld wordt gewaarschuwd voor de komst van eenmansteam Oranje naar de Paralympics.

Het beleid van NOC-NSF is gericht op gelijkschakeling van valide en invalide topsporters. Van alle miljoenen die de afgelopen jaren door de rijksoverheid zijn vrijgemaakt voor topsport, gaat een deel naar de aangepaste sport. En zo krijgen de Paralympische Winterspelen, op 12 maart in Vancouver begonnen en eindigend op 21 maart, van de pr-afdeling op Papendal volwaardige aandacht.

Op de website (nocnsf.nl) is een link met ‘alles over de olympische ploeg’. Er worden persberichten verspreid over het afreizen van de ploeg naar Vancouver, over de vlaggendrager en over de behaalde resultaten. Maar dat alles betreft slechts één persoon: zitskiër Kees-Jan van der Klooster (32).

Bij gebrek aan sporters droeg bondscoach Falco Teitsma vorige week de vlag tijdens de openingsceremonie.

Kees-Jan Van der Klooster wordt in Whistler, waar het skiprogramma wordt afgewerkt, bijgestaan door een team van vijf begeleiders. De Zeeuwse zitskiër kwam deze week bij zijn olympische debuut op de reuzenslalom met een totaaltijd van 3.07,11 over twee manches tot de 17de plaats, een halve minuut achter de Duitse winnaar Braxenthaler.

Vandaag op de afdaling en morgen op de Super G volgen zijn sterkste disciplines. Op dat laatste onderdeel won hij in 2008 Europa Cup.

Dat Nederland op Paralympische Winterspelen niet hoog scoort heeft een voor de hand liggende oorzaak: schaatsen staat niet op het programma. De prijzen worden verdeeld in vijf takken van sport, alpineskiën, langlaufen, biatlon, de ijshockeyvariant ijssleehockey en curling. Sporten waar Nederland ook op de Olympische Winterspelen niet uit de voeten kan. Al namen er in het verleden tijdens de Paralympics wel Nederlandse langlaufers en biatleten deel.

Nicolien Sauerbreij was met haar snowboard in Vancouver de uitzondering, als eerste Nederlandse medaillewinnaar in de sneeuw. Bij de aangepaste sporten was Majorie van de Bunt de enige die voor Nederland medailles won. Tijdens de Winterspelen van Lillehammer (1994), Nagano (1998) en Salt Lake City (2002) verzamelde zij liefst tien medailles, twee gouden, vier zilveren en vier bronzen. Zij deed dat notabene bij onderdelen langlaufen en biatlon.

Haar goede voorbeeld werd niet gevolgd. Vier jaar geleden in Turijn was Nederland voor het eerst sinds 1984 niet eens vertegenwoordigd. Van der Klooster had zich toen net niet gekwalificeerd, en klaagde over de strenge selectie-eisen.

De slede-ijshockeyers waren destijds de nummer tien van de wereld, waar de beste acht in Turijn mochten deelnemen. Die sport werd in 2006 uitgeroepen als speerpunt, maar is slechts verder afgegleden. Curling wordt in Nederland niet eens beoefend.

Vier jaar geleden noemde de toen gestopte Van de Bunt ’de te strenge limieten’ als de oorzaak van de misère. „Als alle landen net zulke strenge limieten zouden hanteren, dan zouden er nog veel minder vlaggen tijdens de openingsceremonie worden binnengedragen”, aldus Van de Bunt destijds in Trouw. „Op de een of andere manier vindt men in Nederland dat je er niks te zoeken hebt als je geen medaillekansen hebt. In andere landen zijn ze gewoon trots op alle sporters die worden uitgezonden.”

Op dit punt denken valide en minder valide topsporters gelijk. Ook bij Olympische Spelen is de zware kwalificatie-eis, kans op een top-acht-klassering, het eeuwige mikpunt van kritiek. De filosofie achter de strengheid: soepele eisen betekent dat de schaarse financiële middelen over meer sporters moeten worden verdeeld, waardoor de medaillekansen nog verder dalen.

NOC-NSF voert gericht beleid om het niveau van de aangepaste sporten ook op olympisch niveau te krijgen. Belangstellenden kunnen zich met het oog op Londen 2012 opgeven voor talentendagen of voor omscholing naar een andere sport.

Voor de Paralympische Zomerspelen werpt dat beleid vruchten af. In Athene 2004 eindigde Nederland op de 27ste plaats in het medailleklassement; twee jaar geleden werd in Peking de negentiende positie bereikt. Voor Londen is een plaats bij de beste zestien landen de doelstelling.

Maar voor een land met grote sportambities, ook voor aangepaste sporten, is het niveau van de wintersporten beschamend laag. De ontwikkeling in Nederland blijft ondanks de goede voornemens die vier jaar geleden werden uitgesproken achter bij de internationale groei.

In Vancouver wordt tijdens de huidige Paralympische Spelen slechts gesproken in records: 506 deelnemers uit 44 landen en 216.000 (tachtig procent van het totaal) verkochte toegangsbewijzen.

Ook op gebied van weersomstandigheden, met mist, regen en dus afgelastingen, doet het evenement niet onder voor de afgelopen Olympische Winterspelen.

Van der Klooster in actie op de olympische reuzenslalom. ( FOTO EPA)Beeld EPA
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden