Nectar

A.F.TH. VAN DER HEIJDEN

In De Engelse Reet, achter het Begijnhof, trof ik J., die juist een bestelling plaatste. ''Ach, lief obertje, '' riep hij veel te vrolijk, ''doe mij nog zo'n...zo'n bloemkelkje nectar. ''

Nou spreekt J., als hij de geest heeft, wel vaker van dat archaïsche café-Amsterdams, maar ' bloemkelkje nectar', dat leek me toch al te dol. Ik ging tegenover hem zitten. Hij kreeg zijn glas volgeschonken, inclusief de traditionele laatste zware drop, die het net niet deed overstromen.

''Goede vriend, '' zei hij, ''ik neig het hoofd, maar niet uit ootmoed. ''

En daar gingen zijn lippen al gestulpt op weg naar de borrel, om er de fonkelende kop af te zuigen. Het ging niet geruisloos. Hij keek me leep aan, en zei: ''Gisteravond heeft me van menig vooroordeel jegens de drank genezen. ''

Van eerdere gesprekken herinnerde ik me J.'s vindingrijkheid bij het rationaliseren van zijn dorst. Hij vroeg: ''Kijk jij Discovery Channel? ''

''Al die reconstructies van vliegtuigongelukken. Ik ben op niets zo gek. ''

''Discovery, of dat andere kanaal, National Geographic, daar toonde men verleden nacht een natuurfilm over de binnenlanden van Maleisië. In het regenwoud leeft een aapachtig zoogdiertje, dat is begiftigd met een spits snuitje, slaperige dronkemansoogjes en een lange staart met een soort vogelveer aan het eind. Het heet... en nu dien ik mijn tong in het gareel te houden... het heet: de pijlstaart... nee, de vederstaarttoepaja. Om u te dienen.'

Hij klokte de rest van zijn jenever achterover en wapperde met zijn lege glas naar de ober alsof het een dienstbodenbelletje was. ''Die documentaire was met infrarood opgenomen, want onze vederstaarttoepaja is een nachtdier. Als het donker is, gaat hij stappen in, laat ons zeggen, de uitgaansbuurt van het regenwoud. Hij weet precies bij welke palmbomen hij aan moet kloppen. Ze hebben bloemen, en die gaan 's nachts open. Ze stinken naar gist, naar verschaald bier, naar De Engelse Reet 's anderendaags. De toepaja steekt zijn snuitje in de kelk en zuigt er de nectar uit. Niet zomaar nectar, goede vriend, nee, wat denk je... met een alcoholpercentage van zo'n vier procent. Dat staat gelijk aan bier. En liet de kleine het nou maar bij die ene neut. Welnee, dan ken jij de vederstaarttoepaja slecht. Hij slaat er per boom zo'n drie, vier achterover, en werkt per nacht zeker een dozijn palmen af. Een echte kroegtijger, maar dan als aapje gedacht. ''

J. neigde het hoofd en zoog de nieuwe borrel tot op een bodempje na onder zijn tong door. ''Het kleine mormel heeft dus tegen het ochtendgrauwen het equivalent van zo'n veertig pilsjes achter de kiezen. De regenwoudpolitie, als die bestond, zou hem laten blazen. De toepaja slaapt zijn roes uit, en begint weer van voren af aan. Hij is dus, zeg maar, chronisch in de lorum. Of hij nou bij het vallen van de avond zijn kater gaat wegdrinken... zover reikt mijn kennis niet. Zeker is dat zijn alcoholisme hem niet te gronde richt. Hij vaart wel bij zijn inname. Anders die gistpalm wel. Wij, nooddruftigen met ons tanende libido, nemen nog wel eens een dame uit de kroeg mee naar huis. Het leidt hoogstzelden tot iets vruchtbaars. Maar zo'n palmboom is, in ruil voor een paar borrels, zéker van bevruchting. Ja, volgaarne...'

De ober, die met de jeneverfles in de aanslag mee had staan luisteren, schonk J. nog eens in, en zei: ''Vroeger zagen ze torren, witte muizen. Hollandse beestjes. Vandaag de dag lijkt zelfs een delirium op een verre vakantiereis. De gevederde toepolef... hoe kom je erop? ''

J. zoog, nipte, klokte. ''Gij hoont, ik lach. Mijn held de vederstaarttoepaja is gelieerd aan de primaten, onze voorouders van vijftig, zestig miljoen jaren her. Die horecapalmen met hun fijne tapperijtjes groeiden toen ook al in het regenwoud. Miljoenen generaties van halfapen, mensapen en toepaja's hebben, tonnen nectar hijsend, die bomen naar onze tijd gebracht. Oceanen aan alcohol... en het heeft de evolutie bepaald niet geremd, mijne heren. Sloop van hersencellen? Ons brein rijst de pan uit! O, heilige drankzucht! ''
Hij tikte tegen zijn lege glas. De ober bracht de fles in de pruttelstand.

''Ik neig het hoofd, '' zei J. ''Uit ootmoed. Jegens de vederpijlstaarttoepaja. ''

null Beeld
null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden