Plus

Nachtvlinders: de clubbers van het eerste uur

Ze zijn de 45 voorbij, maar het nachtleven hebben ze nooit vaarwel gezegd. Schoolgaande kinderen of niet, de gevaarlijke mix van avontuur, verdoving en seksualiteit roept. Als ze de nacht ingaan, kiezen ze voor de vrijheid.

Het Oud Hollandsch Acid Feest in Paradiso, editie 2017 Beeld Sven de Ceuninck/Meubelstukken

Ze zijn al wat ouder, maar er gaat geen weekend voorbij of ze zijn in de Radion, Paradiso of ergens anders waar het te doen is. Zoals hier, bij de opening van de expositie van Peter Klashorst. Ze ­kijken naar de schilderijen, maar vooral naar elkaar. Ze lijken te wachten tot er iets gaat gebeuren.

Veel bekende gezichten die ik twintig jaar geleden in de Bep, Seymour en de Roxy zag. Ze maakten indruk op me, zo zelfverzekerd als ze zich mengden. Ze bezaten dat gewisse etwas. Alsof ze tot een geheim genootschap van 24hourpartypeople behoorden. Altijd en overal op de juiste plekken te vinden.

Met 45- of 50-plus hebben ze nog geen afscheid genomen van die gevaarlijke mix van avontuur, verdoving en seksualiteit die het nachtleven biedt. Wat zoeken ze er nog? En vinden ze het ook?

Als je hem vraagt waarom hij altijd wel ergens uithangt, zal Pieter (54) je vertellen over zijn zwerfhondenmentaliteit. In het nachtleven met al die vluchtige contacten moet hij in een paar oneliners zijn leven kunnen schetsen. Over het zigeunerbloed dat door zijn aderen stroomt.

Net stond hij met Eddy de Clercq. Je weet wel, de dj die de house naar slaapstad Amsterdam bracht. Met een hoge yell en een bijpassende heupbeweging heeft hij het feestje geopend. ­Eddy en hij gaan twintig jaar terug. Toen was hij ook dj. Reisde hij met een grote tas vol platen van Amsterdam naar Londen en Berlijn.

Eeuwige cyclus
Lagen er steevast twee pakjes speed op zijn hotel­kamer, zodat ze er zeker van konden zijn dat hij tot in de ochtenduren door zou draaien. In die periode is zijn liefde voor het nachtleven ontstaan. Veel meisjes natuurlijk. Een eindeloze reeks diende zich aan. Zo veel dat hij na een paar jaar vond dat hij een celibaat moest houden. Dat ging nergens meer over.

Eenentwintig, tweeëntwintig, drieëntwintig, vierentw. Zo lang kijkt ze me aan. Een eeuwigheid. Tjonge, wat is ze mooi. Of eigenlijk, mooi geweest. Maar dat gewisse etwas heeft ze nog. Haar zoon trouwens ook, een prachtige knul van een jaar of twintig. Het is pas zeven uur. ­Blakend zonlicht door de hoge ramen van het grachtenpand, maar er wordt gedanst en ­gedronken.

Veel meer dan het personeel van de galerie gewend is. Een man met een doorzichtig slangetje in zijn neus praat met een ander, die erbij staat alsof hij aan een touwtje omhoog ­worden gehouden. Vrouwen, vroeger oogverblindend mooi, wenden hun gezicht af als de fotograaf ze op de korrel neemt. Voor hen zijn er nu jongere versies, in visnetjurkjes en op eindeloos hoge hakken. De eeuwige cyclus.

Nu de drank rondgaat en er steeds meer nachtvlinders binnendruppelen, zie je de glinstering in de ogen terugkeren. De stemmen hun bravoure hervinden.

Dat stemmetje
Tien jaar geleden heb ik het nachtleven af­gezworen. Het paste niet meer in het mijne, maar nu voel ik hoe dat oude verlangen bezit van me neemt. Is daar het stemmetje dat zegt dat iemand vast iets bij zich heeft. 'Ga maar eens rondvragen.'

Zal ik nog een wodkaatje nemen? Me weer eens helemaal laten gaan? Kijken wat de nacht me zal brengen?

Pieter hoeft zich voor niemand te verantwoorden. In het verleden hebben ze het geprobeerd, maar dat werkt averechts bij een vrijgevochten jongen als hij. Zijn pa van negentig zegt dat ie geen bal snapt van het leven van zijn zoon. Vroeger stond het al in zijn schoolrapport: 'Er zit veel meer in dan eruit komt.' Een planner is hij nooit geweest.

Hij woont antikraak en als kunstenaar en internetondernemer wil het niet zo vlotten, maar geld kun je toch niet meenemen in je kist. Het nachtleven biedt een onderkomen voor mensen als hij. Daar oordelen ze niet. Is iedereen vrij. Ook al hebben ze een negen-tot-vijfbaan. Op het moment dat ze de nacht ingaan, kiezen ze voor de vrijheid.

De vrouwen in zijn leven trapten op de rem. Die hoefden niet almaar door door door. Pieter wel. Het is de zwerfhond in hem. En de dope natuurlijk. Als er wat is, moet het op ook. Vrouwen gaan zich op gegeven moment afvragen wie er nu belangrijker is, dat uitgaan en de dope? Of zij?

Hij weet wel hoe het komt. Die vader van hem, legerofficier, werd om de haverklap ergens ­anders gestationeerd. Werd hij elk jaar van school geplukt en in een ander dorp in een nieuwe klas gedumpt. Met al die vreemde kinderogen op zich gericht voelde hij dat ze hem niet moesten. Daar is dat gevoel van ontheemdheid gegroeid. Is hij een buitenstaander geworden. "Zigeunerbloed, hè."

Afteren
De opening van Klashorst was geslaagd, maar viel in het niet bij het feestje van Isis, een week later in Paradiso. Daar was een goede blend van mensen, vond Sara (48). De meesten 45-plus, maar er was genoeg jong spul. En niet alleen maar hipperdepip, want dat is doodvermoeiend. Iedereen die zichzelf top of the bill vindt.

Kleden ze zich misschien heel apart, maar als je ze spreekt, komen er bekrompen ideeën uit hun mond. Dat je boven de veertig geen mini meer kunt dragen. Of je als moeder van vijftig niet in een club thuishoort. Haar vriendin gaat samen met haar kinderen dansen. Soms geeft ze haar kroost een pilletje. Waarom niet? Ze nemen het toch wel, en zo weet je tenminste dat het geen rotzooi is.

"Don't judge."

Het gaat erom dat je vrij van geest bent. Ze ­ontmoet veel creatievelingen. Stylisten, zoals zijzelf. Je voelt je vrijer als je onder elkaar bent. Bij Isis had ze de meeste tijd beneden rondgehangen, in de gangen en de kleedkamers van de artiesten.

"Jongens, we moeten naar boven. Daar is het feest," riep iemand soms, maar uiteindelijk waren ze gewoon beneden gebleven. Daar was het intiemer, specialer.

Dansmarieke
Daarna was ze met een groepje gaan afteren. Moet je goed kijken wie je meeneemt. Jij wel, jij niet. Sommigen zitten onder de middelen. Als je de dj meekrijgt, heb je je privéfeestje.

Vroeger had ze dat afteren heel belangrijk gevonden. Belangrijker nog dan het feest zelf. Voelde je je heel verbonden met elkaar. Had je heel speciale gesprekken.

"Achteraf denk je, waar ging het nu eigenlijk over?"

Het was leven in het moment. Dat moment wilden ze zo lang mogelijk oprekken.

Ik zeg dat ik naar het Oud Hollandsch Acid Feest ga, in Paradiso.

Sara deed er vroeger de aankleding, maar dat soort feestjes kent ze nu wel. "Aciiiiid." Als ze dat beginnen te roepen, weet je hoe de feestvierders eraan toe zijn.

Ze is nooit van de pillen geweest. Ze is meer een dansmarieke. Gaat helemaal op in de muziek. Anderen zeggen: mijn smaak verandert niet meer. Als zij nieuwe clubmuziek hoort, kan ze nog helemaal losgaan. Een soepele geest. Vroeger al, eind jaren tachtig in de Mazzo toen niemand op die new wave danste. Dat hoorde niet. Een jaar later zag ze die gasten, die eerder zo roerloos duister stonden te zijn, helemaal uit hun dak gaan in de Roxy. Ze was nogal naïef in die dagen en begreep niet dat het door de pillen kwam.

Bedelen om een pilletje
Als je uitgaat, valt het niet op, want iedereen gaat hard. Vertellen ze elkaar over de fantas­tische ervaringen. Het moet allemaal up zijn, maar Sara heeft er heel wat aan de downside zien belanden. Vooral degenen die van zichzelf al een beetje labiel zijn. Van wie je zo ziet dat ze er voorzichtig mee moeten zijn.

Zag ze meisjes elke week aan de pillen zitten en zo verslaafd aan dat gevoel raken, dat ze na een tijdje als een dood vogeltje in een hoekje zaten. Bedelend om nog een pilletje. "Alsjeblieft?"

Drank is ook een fucker natuurlijk. De coke komt er vanzelf bij. Dat is als koffie met een koekje.

"Coke trekt je weer recht," zeiden ze.

Als Sara erover begon, wezen ze naar anderen.

"Kijk naar Harry. Die neemt veel meer." Die was grenzeloos. Als die uit de afkickkliniek kwam, was het meteen van: "Heb je nog iets voor me?"

Maar Harry is alweer twee jaar dood. Het lichaam kan maar zo veel aan als het aankan.

"Het gaat er met emmers in, maar je moet het er met een theelepeltje weer uit zien te krijgen," zei een vriendje, dat in een kliniek zat.

Als je eruit komt, ben je een heel teer plantje. Moet je al die so-called friends mijden als de pest. Eerst uitgroeien tot een grote boom, stevig geworteld in de grond, voordat je weer eens een kijkje gaat nemen.

In mijn geval was het vooral een hunkering naar seksualiteit, geloof ik. Die werd versterkt door de drank. Met drank groeide mijn verlangen naar drugs. En naar avontuur. Een seksueel avontuur. En ook wel naar verbondenheid.

Koffieautomaat
Voor Cas (46) was het lange tijd ook de seksu­aliteit. Hij was een jager die altijd en overal zijn slag probeerde te slaan. Nu met een jong gezin is hij rustiger, maar er moet wel een seksuele spanning hangen. Opwindende muziek gedraaid worden. Laatst, op een feestje in Sexyland in Noord, stonden er ineens allemaal vrouwen met voorgebonden piemels om hem heen.

What the fuck, had hij toen gedacht.

Het was een feestje ter ere van Sigmund Freuds geboortedag. Naast dat penisnijddingetje kon je ook met een oudere man over je vadercomplex praten.

Als jurist werkt hij veel in een hardcore corporate omgeving. Met je melden bij de portier, je laptop uit een wandkastje halen, wat babbelen bij de koffieautomaat en tussen de middag collega's die zonder met de ogen te knipperen hun tanden in een boterham met pindakaas zetten.

Dan voelt hij dat de balans de verkeerde kant uitslaat. Alsof er maar één manier van leven mogelijk is.

Dat soort feestjes, waar een man een cursus ­linedancen op Marokkaanse muziek gaf, een ander op een kist stapte om een lezing over het gevoelsleven van planten te houden, brengen hem op een aangename manier uit zijn evenwicht. Realiseert hij zich weer dat iedereen kan zijn wat ie wil.

Dat de dj een vrouw met een baard was, mannenkleren droeg en Cas niet wist of hij hem of haar als man of vrouw moest benaderen. Dat het fijn was omringd te zijn door nachtvlinders die voor een ander leven kiezen. Die dj, danseres of kroegeigenaar zijn. In een bouwkeet of een caravan in Noord wonen, voor wie het leven niet om geld draait en die morgenochtend ook op het schoolplein staan, maar dan in een ochtendjas en het haar door de war.

Vroeger had hij het beeld van Leaving Las ­Vegas voor ogen, van mensen die de donkerte opzoeken om zich naar de knoppen te helpen. Hij had van dichtbij gezien hoe zijn vader en zijn broer die kant van de nacht opzochten. Die geen rem hadden. Later leerde hij dat er een ander nachtleven mogelijk is. Vrijer en mooier. Zoals die opa van een Italiaanse vriend, die zeventig is, zich elke avond opdoft en geparfumeerd en wel de straat op gaat, wijn drinkt en verhalen vertelt.

Kantoordrugs
Soms verlangt Alice ernaar om met alle wilde pony's samen te komen. Zoals de laatste keer bij Landjuweel op Ruigoord. Een vierdaagse gathering. Komen ze uit alle uithoeken van de wereld naar daar. Wordt er een heel tentenkamp gebouwd.

Voor zo'n feest moet ze zich op haar leeftijd, 55, goed voorbereiden. De kinderen uit logeren brengen. Zorgen dat ze altijd water bij zich heeft. Wat te eten. En pillen natuurlijk. Handenvol. Vliegt ze van de ene ervaring in de andere, met al die zalige types om zich heen.

Soms ga je even slapen op je plekje, maar word je na een paar uur wakker gemaakt.

"Kom mee. Er is een performance."

Hup, ga je weer door.

Iedereen verkeert in dezelfde staat. Helemaal open, omringd door goede vibes. Je raakt je scherpe randjes kwijt. Een ander moment zou ze met een boog om iemand heen lopen, maar nu luisterde ze vol overgave naar die jongen die zich had ontworsteld aan zijn jeugd tussen Jehova's getuigen.

Dat spul is geïntroduceerd door Bhagwan met de bedoeling mensen dichter bij elkaar te brengen. Liefde te verspreiden.

Zeurderige groef
Je bent als soldaten, die hun gewonde kameraden met zich meedragen. "Ben je alleen? Of een beetje ver heen? Kom op, ga maar met ons mee."

Als het voorbij is, raakt ze een beetje in een dal. Moet ze heel goed eten. Van die pakketjes die het dopaminegehalte in haar hersenen weer op peil brengen. En veel sporten. Yoga doet ze, bij Afke. Van Micha en Afke. Die ze vroeger op al die feestjes zag. Die is ermee helemaal gestopt en nu op de naturalhigh-tour. Fijn hoor. Die natural high. Daar heb je ook feestjes van. Je over­geven aan de sfeer, de muziek en verder alles uit jezelf halen. Daar hoef je je geen buitenstaander te voelen zonder een pil.

Al die dope was zalig. Ze zei nooit geen nee. Ook niet tegen speed en coke, wat eigenlijk waardeloze troep is. Kantoordrugs, waar je niet opener, vrolijker of een fijner mens van wordt.

De gebruiker gaat ervan raaskallen. Ze hoort het meteen. "O ja, het is weer begonnen hoor."

Drank is ook een bitch natuurlijk. Daar kreeg ze haar meest sentimentele en dreinerige buien van. Dat ze in zo'n zeurderige groef raakte en maar door bleef emmeren.

Dat doet ze nu met mate. Drie gin-tonics op een avond. Gewoon om gezellig te zijn. En pillen neemt ze alleen bij speciale gelegenheden.

Door al dat gefeest was ze laat moeder geworden. Daarna voelde het nog een tijd alsof ze in een spagaat leefde. Tussen het moederschap en haar verlangen naar vrijheid. Ze moest er niet aan denken om op zondagochtend met de baby door het park te wandelen.

Even zoenen
De eerste tijd was ze doorgegaan met feestvieren. Waren haar vriend en zij soms nog helemaal in de bonen, terwijl de schoolkinderen al over straat liepen. Ze waren mellow en oké en ze dacht dat een meisje van vijf zoiets niet zou merken. Maar soms was ze te ver heen om naar school te lopen en moest ze een andere moeder bellen. "Help."

"Rustig maar. Ik kom wel." Die begreep het. Die deed het zelf ook weleens.

Alice kan het brengen als een goed verhaal, maar erg mooi was het niet. Kinderen zijn zo puur en zuiver. Daar moet je niet met dope mee aankomen. Daarom was zij ermee opgehouden. Haar vriend was doorgegaan. Dat moest kunnen, vond ze. Ze wilde niet tuttig doen als hij 's ochtends kwam binnenzetten als ze aan de ontbijttafel zat.

Kerels neuken sneller.

Als je eenmaal een kind hebt gekregen, wordt dat deel toch intiemer. Een beetje zoenen is oké. "Ja leuk." Maar daarna weer weg.

Uiteindelijk was het natuurlijk veel te ver gegaan en verliet ze hem.

Met zeventien had ze medelijden gehad met haar oma. Die ging nooit meer uit feestvieren.

"Dat is niet erg hoor. Ik heb er geen behoefte meer aan," zei die.

Max achter het stuur van de snoek Beeld Dylan van Vliet

Mooi is dat eigenlijk. Dat elke levensfase zijn eigen behoeftes kent.

Al is haar eigen verlangen naar feestvieren nog lang niet gedoofd. Ze zal het altijd blijven doen, tenzij ze van hogerhand een leeftijdsgrens instellen.

Niet op feestjes komen waar veel jong spul is. Die dan dingen zeggen als: "God mevrouw, wat goed dat u hier nog bent. U bent echt een voorbeeld voor me."

Dan is je avond wel naar de knoppen.

Ponypark Slagharen
Op dat travestietenfeest Dragball had ze dat oude gevoel weer gekregen, met al die bekenden bij elkaar. Naar de opening van Blijburg was ze ook. Van de zomer zal ze op die festivals de oude posse weer zien. Jongens als Max en Wim met wie ze jaren optrok. Samen in de snoek. Max achter het stuur, want die kon goed doseren met pillen. Zij tussen hen in. De armen om hun schouders en in elke hand een paardenstaart. Zo gingen ze rond, van feest naar feest. Achterin kwam steeds meer volk te zitten. Mee naar het volgende feestje. Samen on the road. Je eigen film maken.

Voor Max (65), nachtverpleger in de Valerius­kliniek, en Wim (61), dichter en verpleger, is de saturday night fever nooit opgehouden. Ze zitten in de zon op Max' woonboot. Als ze glim­lachen, breekt hun huid in duizend eilandjes.

Ze vertellen over hun tochten en de verbondenheid die ze met anderen voelen op die feesten. Een pil erin en huppakee. Dat Wim dan gedichten voordraagt aan innig verstrengelde stel­letjes. En hoe scheutig ze worden met com­plimentjes. Over een jurk, een glimlach, een karakter. Ze blijven nooit lang hangen. Door gaan ze.

Die snoek zweeft zo lekker over het asfalt.

"Zoo, wat een lekkere auto," klinkt het dan achterin.

Op die wilde nachten schoot soms ineens door Max' hoofd. Dat hij er met de kinderen op uit moest.

"Morgen moet ik naar Ponypark Slagharen," zei hij dan tegen iemand.

"Respect man."

Zijn vrouw vond het best dat hij de deur uit ging. "Als je thuis maar gezellig bent," zei ze. En dat was hij.

Vijfentwintig jaar, elke week samen op stap. De rug trekt al wat krom. Het vel hangt in dunne laagjes op de ontblote buik. De tatoeages een beetje fletser, maar de kriebels zijn er nog.

"Jezus, wat hebben we allemaal gedaan, Wim?"

"Het voelt niet zo."

"Nee, dat niet."

We zitten met vier eindveertigers om tafel, met daarop drie roze amsterdammertjes. "Ze zijn nieuw," zegt de gastvrouw. "Ik weet niet hoe ze zullen werken."

Haar vriendin vindt ze meer op penisjes lijken.

De gastvrouw legt nog een zakje bloemetjes op tafel. Die zijn mellow.

Preventieve paracetamol
Ze draagt een zwarte legging, een shirt met gele fluorescerende strepen en oranje gympen. De uitdossing voor het Acidfeest. Er zitten glitters rond haar ogen. Haar vriendin draagt uitbundige make-up en wil ook wel glitters rond de ogen.
Gelukkig heeft ze geen baksteentjes. Die zijn dubbel zo heftig.

We drinken een margarita.

Ze wil dat iedereen snel kiest en zijn eigen pillen ergens opbergt. In de bh of de sok. Daar komen ze niet. De kinderen zijn uit logeren, bij haar ex. De vriendin heeft haar kind ook weggebracht. Morgen moet ze haar tegen de middag ophalen. Een beetje te vroeg voor wat ze allemaal van plan is, vindt ze.

Vannacht willen ze helemaal vrij zijn. Alleen maar aciiiid.

Al een paar weken leven ze toe naar het Oud Hollandsch Acid Feest. Er was via de groepsapp druk overleg. Over de kleding. De door brand verwoeste aankleding van OHAF.

"Gelukkig geen Pino meer."

"En ook geen Sinterklazen."

Veranderd
De afgelopen dagen hebben ze extra gezond gegeten. Vandaag veel water gedronken. De gastvrouw neemt vast een paracetamol. Preventief. Morgen zullen ze heel gezond eten, nog meer water drinken en misschien gaan sporten.

Als tieners naar een examenfeest fietsen ze rusteloos en slingerend richting Paradiso. Ze moeten wel even in de rij staan.

"Godsamme, moet dat nou echt?"

Pieter stuurt een sms. Op de valreep kon hij nog een kaartje regelen. Hij hoopt me te zien, zodat we samen uit onze plaat kunnen gaan.

Max zal er ook zijn. Tenminste, als de portier hem binnenlaat. Vroeger was dat nooit een probleem. Was hij kind aan huis. "Loop maar door jongen." Van de week kon de portier het hem niet beloven. Het is allemaal veranderd.

Max probeert het gewoon, zei hij. Hij zit in het juiste ritme. Morgen moet hij weer de nachtdienst in. Nog een paar weken, tot zijn pensioen. Als ze hem niet binnenlaten, gaat hij naar huis.

Binnen is de sfeer uitbundig. Veel ondeugende blikken.

"Wat kijk je ernstig?" zegt een slanke eindveertiger met een gladde schedel. "Durf je derde ­puberteit te beleven. Je hebt mooie ogen. Je tanden zijn nog goed. Hebt nog haar. Die buik moet je eraf trainen. Dat kan echt niet."

"Ik ben lang niet meer geweest." Ik zeg niet dat ik het hele uitgaansgedoe heb afgezworen. Dat het me te veel uit mijn evenwicht bracht. Die pillen al helemaal. Ze maken me labiel, zwaarmoedig. Wat als ik me laat gaan en er dingen gebeuren waar ik spijt van krijg?

"Wil je los? Kom dan naar mij. Binnen tien minuten heb ik je helemaal los."

Ik zeg dat ik eraan zal denken.

Op het balkon staan een paar vijftigers.

"Nou? Hoe is die? Op een schaal van 1 tot 10?"

"Een 10. Zeker weten."

"De beste ooit? Dat maak je me niet wijs."

"Ik voel het. Ik glij er heerlijk in. Een 10."

"En jij?" vraagt hij aan de vrouw ernaast.

"Een 10. Helemaal."

"Dus ik sta hier met twee tienen?"

Vrouwen worden meisjes
Een half uur later lijkt vrijwel iedereen zich een tien te voelen. Op de dansvloer, op het podium, in de kelder. Pieter kan ik niet vinden. Max heb ik ook niet gezien. En Sara? Die zit waarschijnlijk met een select groepje bij de kleedkamers.

De gastvrouw en haar vriendinnen staan met hooggeheven armen te dansen. Ze maken een euforische indruk.

Overal waar ik kijk, zie ik 45-plussers breeduit glimlachen. Vrouwen zijn weer meisjes geworden. Mannen jongens. Ze flirten, maken elkaar complimentjes, laten hun vingers over de huid van de ander glijden. Misschien hebben ze ­intense gesprekken. Ik deel niet in hun grote ­geheim. Ze zien het vast aan me. Dat ik dus eigenlijk niet meedoe aan de afspraak.

Ik ben niet goed in een natural high. Vrouwen die me diep in de ogen kijken, maken me nerveus. Ik denk aan de mijne, die thuis in bed met groeiende ergernis op me ligt te wachten.

Er schiet me een citaat te binnen uit When Harry met Sally. Van die vrouw van dat bevriende, burgerlijke stel. "Promise me I'll never have to be out there again."

Behalve Max en Wim zijn alle namen gefingeerd.

Paul Teunissen schrijft elke maand een longread over Amsterdam. Suggesties? paulteunissen@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden