Plus

Naar adem happen bij het Van Eesteren Paviljoen

In oktober opent het Van Eesteren Paviljoen aan de noordkant van de Sloterplas: een uitvalsbasis voor liefhebbers van het stedenbouwkundige plan van de grootmeester. Het bescheiden museum cijfert zich wel wat weg tussen het groen.

Het Van Eesteren Paviljoen met een plak asfalt rondom en een kantoordeur als entree Beeld Eva Plevier

Cornelis van Eesteren. Zou die naam de Amsterdammer van nu nog wat zeggen? Directeur Stadsontwikkeling van de Dienst der Publieke Werken, een mondvol, was hij in de jaren vijftig en als zodanig de grondlegger van de Westelijke Tuinsteden. Officieel: het Amsterdamse Uitbreidingsplan (AUP).

Een stevige man met steil achterover gekamd grijs haar, een strenge zwarte bril - typisch iemand die met zijn voeten in de klei stond. Aan zo iemand kon je de wording van een nieuw stadsdeel wel toevertrouwen, een wijk waar inmiddels 150.000 Amsterdammers wonen.

Stukje niemandsland
Logisch dat aan hem een paviljoen - museum is te veel gezegd - is gewijd, want Van Eesteren is op een lijn te stellen met Gerrit Rietveld. Dat Rietveld bekender is, komt doordat hij als architect gebouwen en meubilair heeft achtergelaten; het vak van stedenbouwkundige is abstracter. Maar een architect kan niet zonder het plan van een stedenbouwkundige.

Al in 1939 had Van Eesteren een kiosk annex uitspanning getekend op Bastion West aan de Noordoever van de Sloterplas. Dat was tot twee jaar geleden een perk met meidoorns, een stukje niemandsland tussen Oostoever, een rij populieren en de jachthaven.

De gemeente gaat die noordkant een beschermde status geven. Daar hoort nu een paviljoen bij dat het AUP viert, een uitvalsbasis voor excursies en rondleidingen, een plek voor debatten en exposities. Het laatste zal uit de aard der zaak bescheiden zijn - maquettes, foto's, aandenken aan Van Eesteren - want het fysieke materiaal ligt in de omgeving.

Naar adem happen
De Westelijke Tuinsteden zijn een exposé van lange lijnen, stroken bebouwing met groen of water ertussen, van licht en lucht, kortom het tegenovergestelde van De Pijp. Hier moest de Amsterdammer naar adem kunnen happen. Nergens in Europa is het Nieuwe Bouwen zo massaal in praktijk gebracht als ten westen van de Ring.

Het architectenbureau Korteknie Stuhlmacher heeft een paviljoen ontworpen in de geest van Van Eesteren, zoals hij het in 1939 rudimentair had geschetst. Hoe simpel en overzichtelijk kun je het hebben: een rechthoekige doos met veel glas, lariks steunbalken van pakweg een meter die het verhoogde plafond dragen en een buitenmuur van zwart geschilderd hout.

Een ruim dakoverstek aan de uiteinden werkt als een beschutting of als gepermitteerde rookruimte. Het bezwaar dat je zou kunnen hebben, is dat het zich door schaal en kleur wegcijfert in de omgeving. Laten we wachten tot de bladeren vallen, dan valt het pas op. Aan alles is af te zien dat het paviljoen voor een appel en ei is gebouwd, dat de ambities beperkt zijn.

Legertje vrijwilligers
Het roeigebouw aan de Bosbaan is ook van de hand van Korteknie Stuhlmacher, maar ze werden vooral bekend door de Kamers, een instanttheater/buurtcentrum/café in Amersfoort-Vathorst. Met hout kunnen ze goed uit de voeten, en ruimtes hebben de juiste balans tussen intimiteit en openheid.

Natuurlijk is het bouwsel duurzaam en van dikdoenerij is geen sprake, wat past bij de nuchterheid van het Nieuwe Bouwen.

Het Van Eesteren Museum begon in een klaslokaal van een broedplaats aan de Burgemeester De Vlugtlaan en was slechts twee dagen per week open. In de nieuwe behuizing ontvangt een legertje vrijwilligers het publiek van donderdag tot en met zondag.

Nieuwe wandelroutes
De buurtbewoners met een migratieachtergrond wisten het nog niet (goed) te vinden, hopelijk gaat dat in het nieuwe gebouw wel lukken. Er staan in elk geval zeven nieuwe wandelroutes gepland, niet alleen in Nieuw-West maar ook in Noord en Buitenveldert.

Dat de naoorlogse architectuur zo'n voorpost heeft gekregen is prijzenswaardig, alleen had die best wat ruimhartiger mogen zijn. De entree is een kantoordeur en de plak asfalt rondom, ontworpen en uitgevoerd door de gemeente, is een belediging voor iedereen die het milieu een warm hart toedraagt.

Waar laat je de overtollige regenval? Dat er een grasperk is ingeleverd voor zijn stedenbouwkundige fantasie moet tegen het zere baan van Van Eesteren zijn. We voelen hem vanuit het hiernamaals schoppen. Een schrale troost is dat er binnenkort naoorlogse beelden op worden geplaatst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden