Na de ratten en apen zijn de mensen aan de beurt

PlusTheodor Holman

Het zou voor mij een nachtmerrie zijn. “Pap, ik heb me opgegeven als vrijwilliger en ben bereid me te laten besmetten met het coronavirus.”

Ik zou huilen van vrees, haar bidden en smeken het niet te doen en haar onmiddellijk voorstellen met haar te ruilen.

Wie zijn de 23.000 lieden, waaronder veertig Nederlanders, die zich hiervoor hebben opgegeven? Wat drijft ze? Zijn het helden?

Je geeft misschien je leven op om de wereld te redden. Dat is natuurlijk mooi, maar mag je dat van iemand vragen?

Ik snap ook wel dat als de ratten en daarna de apen prettig op het vaccin hebben gereageerd, dat dan de mensen aan de beurt zijn. Vroeger namen we daar een stelletje ter dood veroordeelden of wat gevangenen voor, maar gelukkig schreed de beschaving voort en doen we dat niet meer.

Maar is die vraag naar vrijwilligers niet het equivalent van: wie van u wil eens experimenteren met de dood? Als mijn antwoord nee is, waarom dan niet?

Mijn antwoord is nee.

Soms zijn offers noodzakelijk. Mensen­offers, bedoel ik. We sturen soldaten de dood in om ons land te bevrijden, we hebben ze de ruimte ingestuurd zonder dat we precies wisten wat daar ging gebeuren, er zijn ontdekkingsreizigers geweest en zo moeten we ook experimenteren met vaccins. Sommigen van ons zijn geboren om te offeren.

Een nieuw vaccin wordt op een gegeven moment altijd ook bij mensen ingespoten. En het is ook al eens gebeurd dat het aantal doden als gevolg daarvan zo groot werd dat het experiment werd gestaakt.

Maar toch interesseren me de motieven van de vrijwilligers, speciaal bij dit virus. Als je het placebo ingespoten hebt gekregen en je raakt daarna besmet en wordt doodziek, heb je weliswaar een bijdrage geleverd aan het heil van de mensheid, maar je beseft dat jij je de ellende die je over je heen krijgt zelf hebt aangedaan. En dat niet alleen: ook je familie, vrienden en kennissen zullen worden geraakt. Misschien niet door het virus, maar wel door de angst. Dat geldt trouwens voor alle vrijwilligers.

Je offert meer dan je eigen leven.

Nogmaals: mij kan het niets schelen of mensen zich als vrijwilliger opgeven – ‘Jeder soll nach seiner Fasson selig werden’ (Ieder zal op zijn manier zalig worden), schreef Frederik de Grote – maar ik vraag mij voortdurend af waarom ik het nooit zou doen, tenzij oud en der dagen zat.

Het is precies dat.

Ik ben de dagen niet zat. Integendeel.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden