Column

'Na 35 jaar uit mekaar - dat wil je niet'

Eva HoekeBeeld Ivo van der Bent

Het was zaterdagmiddag, bloedheet en in het pashokje van de bruidswinkel kwam mijn vriendin zuchtend tot de conclusie dat haar jurk beter een maat uitgelegd kon worden. 'Wel zo leuk als je op je eigen bruiloft kan ademen.'

Dat gold ook voor de vrouw in het andere hokje, een nogal fors exemplaar dat met het zweet op de bovenlip naar buiten kwam in een paarlemoeren jurk en een sluier met de afmeting van een klamboe.

'Pfff,' deed ze in de richting van de winkeljuffrouw, die haar daarop geroutineerd te hulp schoot met de opmerking dat het ook wel érg warm was, dan zwol álles op, had ze zelf ook. 'Moet je mijn voeten 's avonds zien,' zei ze. 'Die zijn dan zó.'

Daarna begon diezelfde winkeljuffrouw aan mijn vriendin te sjorren. Er werden naalden geplaatst, er kwam een hoepel aan te pas, en na tien minuten was ze jawoordproof, althans, wat de kleding betrof - je zou het ook de laagste horde in de reeks kunnen noemen.

Terwijl mijn vriendin zich weer aankleedde, schikte de winkeljuffrouw de stof van de sleep. 'Schitterend, hè,' zei ze. 'Ik word er altijd zo vrolijk van, van die bruidjes.'

'In wat voor jurk bent u zelf getrouwd?' vroeg ik, want de meeste vrouwen beginnen dan meteen te glimmen van weemoed. Maar deze niet. In plaats daarvan keek ze snel om zich heen, boog zich naar me toe en zei met de hand voor de mond: 'Ik ben net gescheiden.'

Onderzoekend keek ze me aan, er verschenen vlekken in haar nek. 'Mogen ze dat niet weten hier?' vroeg ik, ditmaal zacht. 'Jawel jawel,' zei ze. 'Maar ik schaam me er zo voor. Na 35 jaar uit mekaar - dat wil je niet.'

Maar wat ze ook niet wilde, was een vent die nooit ergens op toegaf, die bozig was, die 'hmph' zei als hij hallo bedoelde. En tussen de voiles en korsetten volgde een beschrijving van een verloren huwelijk, één van stil verwijt en tikkende bommen, en het eind van het liedje was dat ze vorig jaar was vertrokken, op de fiets, van het ene op het andere moment. Ze had een lichtblauwe trui aan, ze wist het nog precies. 'Daar lig je dan ineens, op het campingbedje van een vriendin.'

Nee, dat ging een mens niet in de koude kleren zitten. Maar spijt had ze niet. Ze had inmiddels een eigen flatje en was in therapie geweest, mochten we gerust weten, ze kon het iedereen aanraden.

'Nu nog een leuke vent,' zei ik.

'Hu!' riep de vrouw. 'Nee hoor, dat durf ik niet. Ik krijg het al benauwd als iemand naar me kijkt. Mijn vader zou zeggen: jij schijt gewerenvet.'

Ze giechelde.

'Maar weet je wat wél grappig is,' zei ze, ineens weer zacht. 'Ik ben mijn jeugdliefde tegengekomen. Op Facebook. Járen niet gezien. En wat blijkt: in diezelfde maand dat ik ben gescheiden, is hij weduwnaar geworden. Hoe vind je die? Dat kan toch geen toeval wezen?'

'Nee,' zei ik. 'Zeker niet. Kijk maar uit, straks staat u hier zelf weer in een pashokje.'

'Welnee,' zei de vrouw. Maar haar ogen glommen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden