Plus

Musicus en arts Boy Edgar was ook verzetsheld

Jazzmusicus en arts Boy Edgar, in 1980 overleden, krijgt dinsdagmiddag een onderscheiding van Yad Vashem. In de oorlog bracht hij Joodse kinderen van Amsterdam naar onderduikadressen in Gelderland.

Boy Edgar, begin jaren zeventig Beeld Boersma

Rechtvaardigen onder de volkeren worden ze in Israël genoemd, de niet-Joden die in de Tweede Wereldoorlog hun leven in de waagschaal stelden om Joden te beschermen tegen vervolging.

Wereldwijd heeft Yad Vashem in Jeruzalem inmiddels 26.120 mannen en vrouwen deze bijzondere status verleend, en in april van dit jaar komt er nog een bij: George Willem Fred Edgar, beter bekend als de jazzmusicus en huisarts Boy Edgar.

De Nederlander is voorgedragen voor de decoratie door de Israëlische psycholoog Hanan Frenk, een achterneef van Mimosa Frenk, met wie Edgar op 30 september 1942 in Amsterdam in het huwelijk trad.

De datum was niet toevallig gekozen. Een dag later verstreek de termijn waarop een gehuwde kinderloze Joodse vrouw zich nog als gemengd kon laten registreren. Op die manier kon Mimosa, roepnaam Mia, aan verdere vervolging door de Duitsers ontkomen.

Hollandsche Schouwburg
Dat verhaal kende Hanan Frenk wel, maar over het verzetswerk van zijn aangetrouwde achterneef kwam hij pas meer te weten bij het lezen van de drie jaar geleden verschenen biografie over Boy Edgar, geschreven door Marie-Claire Melzer en Marieke Klomp.

De laatste nam het deel over de oorlogsjaren voor haar rekening, en kreeg door onderzoek op onder meer het Niod, instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies, een beeld van de daden waar Edgar zelf hoogst zelden over sprak.

Klomp: "Een tipje van de sluier was opgelicht in een tv-programma dat Sonja Barend in 1973 maakte met Boy. Leven in Beeld, heette dat. Een van de gasten in het programma was Marion Kaufmann.

Zij vertelde hoe ze in de oorlog als kind met haar moeder naar Nederland was gevlucht en bij Boy en Mia ondergedoken had gezeten, eerst in Amsterdam, later in het Gelderse dorp Heumen. Daar werkte Boy in de oorlog als assistent van de dorpsdokter."

Hollandsche Schouwburg
Het was nog een dubbeltje op zijn kant geweest, want in Amsterdam was Marion aangehouden op straat toen zij samen met Mia op weg was naar de kapper om haar haar te laten bleken.

Mia mocht gaan, maar het kleine meisje werd overgebracht naar de crèche aan de overkant van de Hollandsche Schouwburg waar Joodse kinderen wachtten op deportatie. Marion kon naar buiten worden gesmokkeld, waarna Boy haar meenam naar een onderduikadres in Heumen.

Bij de research voor de biografie vond Klomp in de archieven van het Niod ook nog de getuigenis van Keetje Blom-Frenk, een nicht van Mia die na de oorlog haar verhaal op schrift had gesteld.

In het verslag doet ze uit de doeken hoe ook zij gedurende enkele weken bij Boy en Mia in Amsterdam in huis ondergedoken heeft gezeten. Ook zij kwam na verschillende adressen in Heumen terecht. Klomp: "Ze schreef ook dat daar nog veel meer mensen zaten onder­gedoken."

Bevalling
Er zijn meer aanwijzingen voor de rol van Edgar als smokkelaar van met name Joodse kinderen. "Boy pendelde op en neer tussen Amsterdam en Heumen. Het lijkt erop dat hij geregeld kinderen mee terug nam naar Gelderland. Zijn werk als dokter hielp hem daarbij. Hij had toestemming om 's avonds en 's nachts op straat te zijn. Als hij werd aangehouden, kon hij schermen met een bevalling. Hij werd ook geroepen als ergens een onderduiker ziek was geworden."

Klomp heeft niet kunnen achterhalen of Edgar ook was aangesloten bij een verzetsorganisatie. "Ik vermoed van niet. Hij was zeker geen centrale figuur. Maar hij kende wel heel veel mensen bij het verzet. Als het nodig was, kon hij de hulp van mensen inroepen."

Eerbetoon
Voor Yad Vashem staat vast dat hij minstens vijf Joodse onderduikers heeft geholpen uit de handen van de Duitsers te blijven, al vonden twee van hen, Levie en Max Sleutelberg, in 1944 alsnog de dood in Auschwitz.

De broertjes worden herinnerd in de Hal van de Namen in Jeruzalem, de naam van Boy Edgar wordt gebeiteld in de muur in een park voor de rechtvaardigen in dezelfde stad. Edgar was er niet de man naar om zulk eerbetoon op prijs te stellen, zegt de biografe.

"Ik denk eerlijk gezegd dat hij het onzin had gevonden. Zulke dingen dééd hij gewoon. Verzet was voor hem vooral een morele kwestie. Zo weigerde hij na de oorlog ook om in Nederlands-Indië te vechten."

Klomp zegt de erkenning waardevol te vinden voor de familie, met name ook Hanan Frenk, die samen met zijn echtgenote Levana het verzoek bij Yad Vashem indiende, inclusief een grondig overzicht van alle bekende feiten.

Klomp: "Als biografen vinden wij het mooi dat deze kant van Boy Edgar ook aandacht krijgt. Veel mensen herinneren hem als bandleider, muzikant en huisarts in de Bijlmermeer, maar dit is ook een belangrijk onderdeel van zijn leven."

Alleskunner

Een alleskunner wordt Boy Edgar in zijn biografie genoemd. Het punt was dat hij ook alles deed. Hij speelde piano en trompet, was leider van zijn Boy's Big Band, componeerde muziek, maar promoveerde ook op een onderzoek naar multiple sclerose en streek als eerste huisarts neer in de Bijlmer. Edgar, in 1915 geboren als zoon van een Armeense vader en een Indische moeder, deed in zijn ene leven waar een normaal mens drie levens voor nodig heeft.

De arts was niet zuinig op zijn gezondheid en overleed in 1980, nog maar 65 jaar oud.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden