Museumdepots vol slapend vermogen

Een restaurateur werkt dinsdag in het atelier van het Rijksmuseum aan het schilderij St. Joris en de draak (uit ca 1500) van schilder Luca Signorelli. Het Rijksmuseum voert momenteel een restauratieprogramma uit om de collectie klaar te maken voor de heropening in 2013. Foto ANP Beeld
Een restaurateur werkt dinsdag in het atelier van het Rijksmuseum aan het schilderij St. Joris en de draak (uit ca 1500) van schilder Luca Signorelli. Het Rijksmuseum voert momenteel een restauratieprogramma uit om de collectie klaar te maken voor de heropening in 2013. Foto ANP

AMSTERDAM - Negentig procent van de Nederlandse museumcollecties ligt in depots opgeslagen. Een slapend vermogen, waar in tijden van bezuinigingen op wordt geloerd. ''Voor je het weet, glijdt het in de gemeentekas.''

Tegeltjes, tegeltjes, een ongelóóflijke hoeveelheid tegeltjes trof Rik Vos toen hij in 1990 aantrad als directeur van het Fries Museum. Er was daar een conservator geweest, vertelt Vos, en als die ging fietsen en zag dat er een boerderij werd afgebroken liet hij de tegeltjes naar het museum komen. ''En die wilde ik kwijt, dus daar ging ik mee leuren.''

Vos, later onder meer directeur bij het Instituut Collectie Nederland (ICN) en inmiddels met pensioen, is voorvechter van 'ontzamelen', zoals het weggeven, ruilen en verkopen van niet relevante delen van een museumcollectie wordt genoemd. Die 25.000 tegeltjes wilde geen enkel ander museum hebben, dus deed hij ze uiteindelijk in één klap van de hand aan een tegelhandelaar.

Twintig jaar speelt in Nederland inmiddels de discussie over het ontzamelen. Voor de ene museumdirecteur is de noodzaak zo klaar als een klontje, de andere blijft als een kip op zijn eieren zitten.

''Ik noem musea altijd rupsjes-nooitgenoeg''', zegt Vos. ''Ze zijn nou eenmaal meer van het verzamelen dan van het wegdoen. Maar het is net als met je spullen thuis. Het stapelt zich op en het staat in de weg.''

Musea laten gemiddeld maar tien procent van hun collectie zien. Vos: ''Dus negentig procent niet. Dat betekent dat er overvolle depots zijn op A-locaties en dat niemand die andere spullen ooit ziet.''

Toenmalig staatssecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg liet in 1998 de waarde van de Nederlandse museumcollecties becijferen op 40 tot 45 miljard gulden, zo'n twintig miljard euro. Een gigantisch slapend cultureel vermogen, stelde hij toen vast.

Maar zo'n bedrag is eigenlijk niet reëel, zeggen deskundigen. Want zouden musea gaan verkopen, dan kelderen de prijzen.

''Belangrijke stukken zijn onvervangbaar, daar kun je geen cijfer aan hangen'', aldus Frank Bergevoet, programmaleider Museometrie van het ICN. ''Wij drukken dat slapend vermogen liever uit in cultuurhistorische waarde dan in economische waarde.''

Museumcollecties mogen niet als activa op de balans worden opgevoerd. Maar goed ook, vindt Bergevoet, want dan is het gevaar groot dat overheidsvertegenwoordigers eurotekens in de ogen krijgen.

Musea hanteren bij het ontzamelen de Leidraad voor het Afstoten van Museale Objecten (Lamo), die bepaalt dat opbrengsten uit verkoop moeten worden gebruikt om de museumcollectie te verbeteren. Zoals Vos voor de opbrengst van de Friese tegeltjes eremedailles terugkocht van één van de stichters van zijn museum.

Gemeenten, provincies en bedrijven respecteren over het algemeen de Lamo wel. Maar de afspraken zijn niet bindend. De Vereniging van Gemeenten (NVG) stelt dat gemeenten opbrengsten van collectieverkopen 'naar eigen goeddunken' kunnen besteden.

Bergevoet: ''Steek je het geld in je museumgebouw, dan kom je al op een hellend vlak. Dan ga je daarna je schoonmakers betalen van de verkoop van stukken, en voor je het weet, glijdt het in de gemeentekas.''

De invloedrijke museumdirecteur Wim Beeren, in 1993 overleden, was niet voor niets tegen het afstoten van kunst door musea, zegt Rik Vos. ''Hij zei: 'Dan pikt de gemeente dat geld in'. Het zijn dreigingen die museumdirecteuren heel sterk voelen. Nu de knel komt en er enorm bezuinigd gaat worden, denk ik dat ze zich achter de oren krabben. Dat ze zich afvragen: Wanneer krijg ik de aanslag?''
Ook Charlotte van Rappard, oud-hoofdinspecteur van de Erfgoedinspectie van het ministerie van OCW, wijst op het gevaar van wethouders 'die meekijken en iets gaan roepen'. ''Ik heb een gevoel dat op de achtergrond bij de gemeenten de gedachte meespeelt dat er wat geld mee gewonnen kan worden.''

Ranti Tjan, vorig jaar vertrokken bij MuseumgoudA en nu directeur van het European Ceramics Workcentre in Den Bosch, noemt het 'volkomen abject' om te ontzamelen met een economisch motief. ''Je moet je tafelzilver nóóit verkopen.''

Gelukkig, zegt Vos, zijn er nog veel overheden die het belangrijk vinden om een collectie te hebben. ''het straalt af.''

Bij directeur Siebe Weide van de Nederlandse Museumvereniging hebben zich nog geen musea met concrete klachten gemeld. ''Maar het is wel het soort ontwikkeling die bij tijd en wijle opkomt in tijden van financiële nood. En het is goed om aan te geven dat het geen pas geeft.''

Collecties in bezit van de overheid zijn per definitie onttrokken aan de markt, benadrukt Weide. ''Het is collectief bezit en er zijn internationale afspraken dat de overheid toeziet op het behoud ervan. Om dat te gelde te willen maken is not done en verwerpelijk. Dan morrel je aan de wortel van ons culturele erfgoed.'' (GPD)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden