Motorcoureur Rossi: zo vader, zo zoon

Vader en zoon Rossi. Graziano (links) over Valentino: 'Als ik naast hem zit in de auto krijg ik het soms doodsbenauwd, ben ik bang, zo hard als hij rijdt.' Foto EPA Beeld
Vader en zoon Rossi. Graziano (links) over Valentino: 'Als ik naast hem zit in de auto krijg ik het soms doodsbenauwd, ben ik bang, zo hard als hij rijdt.' Foto EPA

Bij de TT van Assen kan motorcoureur Valentino Rossi morgen zijn honderdste Grote Prijs winnen. Dertig jaar geleden won Graziano Rossi op Assen. De Italiaan ging zijn zoon voor in het racen op een motor.

Praktisch met de achterkant tegen het hoge hekwerk dat het parkeerterrein in de paddock van het circuit in Assen afbakent, staat een vuurrode BMW stationcar met Italiaanse kentekenplaat. Type 330 diesel, op leeftijd. Een smoezelige dissonant tussen de peperdure BMW-modellen die in de omgeving pronken.

In de kofferbak van de BMW liggen een opgerolde zachte matras, een slaapzak, een kussen en een reistas. De eigenaar heet Rossi. Niet Valentino, maar Graziano, de vader van... Waar Valentino ook rijdt, Graziano is van de partij. 's Avonds klapt hij de achterbank neer en spreidt zijn bedje voor de nacht.

Mits in Europa, want aan vliegen heeft hij een pesthekel. Hij slaapt in zijn auto hemelsbreed op enkele tientallen meters van de super de luxe rijdende villa van zoonlief Valentino. ''Valentino heeft plek zat, maar ik wil zijn voorbereiding niet verstoren. Ik wil zo onopvallend mogelijk aanwezig zijn. Zo is het goed. Valentino redt zich ook zonder mij. Van hotels moet ik niks hebben. Het is mij veel te lastig om van en naar het circuit te komen. Bovendien wens ik voor slapen niet te betalen.''

Graziano Rossi geeft een andere kijk op de carrière van de populairste sportman van Italië. ''Toen Valentino tweeënhalf jaar was kocht ik hem een minibike. Je weet hoe dat gaat. Elke vader probeert op zijn zoon zijn eigen passie te projecteren. Of je nu voetballer of gitarist bent, je zoon gaat vaak hetzelfde doen. Ik was er snel achter dat Valentino een grote passie voor minibikes koesterde. Hij was nog geen drie toen hij al op een minibike door onze tuin scheurde. Dat joch was er zo gek van dat hij net zo lang doorreed tot de laatste druppel uit de tank was. Soms wel meer dan vier uur. En als het donker werd moesten we hem van de minibike plukken.''

''Ik ben zelf in 1982 zwaar gecrasht op het circuit van Imola. Het gebeurde tijdens een race om het Italiaans kampioenschap in de 500cc op een Suzuki. In de Villeneuvebocht vloog ik er met een snelheid van 260 kilometer per uur uit. Twee dagen lang hebben artsen moeten vechten voor mijn leven. Toen ik weer bij kennis kwam, kon ik me niets meer herinneren van de crash. Maar ik was wel in staat het enige besluit te nemen dat goed voor me was: stoppen. 28 was ik toen.''

''Hij heeft het niet van vreemden. Toen Valentino twaalf werd, moest hij in Pesaro, 25 kilometer verderop, naar school. Voor het geval het regende dacht ik dat het handig zou zijn hem een Apecar (kruising tussen een auto en een brommer op drie wielen met laadbak, red.) te kopen. Toen ik dat ding voor hem kocht, twijfelde ik er niet aan of ik er wel goed aan deed, maar daar kwam ik snel achter.''

''Valentino voerde de Apecar op tot hij 120 kilometer per uur haalde. Hij maakte het ding tot een levensgevaarlijk vervoermiddel. Alsof je met een bom op zak reed. En toen zijn vrienden er óók een aanschaften, gingen ze er nog mee racen ook. Ik had geregeld de carabinieri bij mij op de stoep staan, met de vraag of het alsjeblieft wat langzamer kon.''

''Ik heb hem wel een keer huisarrest gegeven, maar niets hielp. Op een gegeven moment, toen hij weer veel te laat was en ik hem buiten het erf stond op te wachten, zag ik hem met een bloedgang van de heuvel naar beneden komen. Op het laatste stuk wilde hij het stuur naar rechts en meteen weer naar links zwaaien, maar bij de manoeuvre naar rechts raakte hij de stoeprand, sloeg een aantal keren over de kop en schoof nog wel vijftig meter door. De schrik sloeg mij om het hart.''

''Ik wilde Valentino het liefst op vier wielen hebben, in de kartsport. Maar dat was nogal een kostbare aangelegenheid en wij waren niet bepaald rijk. Financiële problemen hadden we echter niet. Valentino was veertien toen hij voor het eerst ging racen. Ik racete zelf in een auto en had sponsors. Ik heb al mijn sponsors gevraagd of ze het geld in Valentino wilden steken. Ik vond het veel leuker Valentino te zien racen dan dat ik zelf verder ging.''

''Ik heb hem jaren kunnen helpen, nu is die rol uitgespeeld. Ik bezoek alle races in Europa, niet daarbuiten. Overzee zijn er geen voorzieningen en ik hou niet van vliegen. De consequentie is wel dat ik er nooit bij ben als hij wereldkampioen wordt, maar dat zij zo. Hij kan zich heel goed zonder mij redden.''

''Valentino is compleet anders. Ik herken niets van mij als ik hem zie rijden. Valentino gebruikt veel meer zijn hersens. Ik heb nooit het inzicht en de capaciteiten gehad de juiste beslissingen te nemen. Van wie hij die slimheid dan heeft? Waarschijnlijk van zijn moeder.''

''Ik rij zelf rally's, maar als ik naast hem in de auto zit krijg ik het soms doodsbenauwd, ben ik bang. Niet dat ik hem niet vertrouw, maar hij rijdt zo snel. Dat is ook een beetje de coureur eigen. Een coureur ziet alleen het gevaar voor andere rijders, maar hij beseft niet dat hij zelf een keer een zware crash kan maken.''

''Valentino heeft een zwak voor gehandicapten. Als er ergens een gehandicapt meisje of jongen tussen de grote meute staat, is hij in staat er dwars doorheen te glippen en zijn handtekening te zetten. Dat typeert Valentino. Hij is absoluut altijd dezelfde gebleven. Daar herken ik wel wat in.''

''Maar hij heeft ook zijn mindere kanten. Het in stand houden van relaties met vrouwen bijvoorbeeld. Daarin is hij verschrikkelijk. Soms botst het ook met mij. Het is typerend dat zijn verhoudingen nooit lang duren. De belangrijkste reden is denk ik dat hij zich zo sterk focust op het racen. Daar was ik niet toe in staat.''

Graziano Rossi debuteerde in de motorsport met het nummer 46. Zijn toen vier maanden oude zoon kan nu als meervoudig wereldkampioen met het nummer 1 rijden, maar hij voert 46 nog steeds als eerbetoon aan zijn vader. (JAAP VAN BRUMMELEN)

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden