Plus

Morris Beerman wilde niet de zielige jongen zijn: 'Niet zeggen dat het terug is'

Morris Beerman zat vol levenslust, ondanks de tumoren in zijn hoofd. Zijn ouders probeerden hem bij te benen in die turbulente laatste periode.

De Morris 4ever-sticker die op zijn afscheid was uitgedeeld Beeld Charlotte Odijk

Als Hans 's ochtends het alarm van zijn iPhone uitzet, ziet hij het stralende gezicht van zijn zoon Morris. Het is fijn om hem direct na het ontwaken in zijn hoofd te hebben.

Na het ontbijt loopt hij naar Morris' slaapkamer. Soms gaat hij even op zijn bed zitten. Behalve de was die er te drogen hangt, is er niets veranderd. Hij poetst er zijn tanden en opent de gordijnen, die hij de avond ervoor sloot. Het is een aangenaam dagelijks ritueel.

Wat doe je jezelf aan, zullen sommigen zeggen. Maar het is te belangrijk om te laten. Anderhalf jaar geleden is Morris overleden. Elke ochtend dat hij wakker wordt, is zijn zoon een dag verder van hem verwijderd.

Daarna gaat Hans aan het werk. Als hij een deadline moet halen, hij is journalist, merkt hij soms tot zijn ontsteltenis dat hij uren niet aan zijn zoon heeft gedacht.

Morris was nog maar elf toen hij als een vuurpijl de wereld uit schoot. Zo beschrijft Mirjam, zijn moeder, het. Precies zoals hij wilde. Dat is wat ze iedereen vertellen. Ze zijn hem gevolgd in hoe hij met die rotziekte wilde omgaan.

Volwassenen kunnen een voorbeeld nemen aan zijn levenslust, tot op het allerlaatst. Nooit klaagde hij. Ook niet als hij weer aan zijn hoofd geopereerd moest worden en 33 dagen achter elkaar moest worden bestraald. Ze reden in alle vroegte naar het AMC, want Morris wilde om half negen op school zijn.

Daarna wilde hij met vriendjes spelen, naar voetbaltraining en stoeien met zijn vader. Die artsen konden beter haast maken met die bestraling, want veel tijd had Morris er niet voor.

Bolletje
Dit is hoe het ging. Die meivakantie van 2012 was Morris misselijk geworden in het vliegtuig naar Ibiza. Omdat hij de dagen erna zo misselijk bleef, waren ze teruggevlogen. Volgens de artsen was het gewoon hoofdpijn, de stress van het opgroeien. Tot ze in het AMC toch maar die MRI deden, Hans op de gang zat te wachten en hij ineens van alle kanten mannen en vrouwen in witte jassen aan zag komen rennen.

Morris kreeg een drain in zijn hoofd. Ze gingen wonen in een grote familiekamer op de bovenste etage van het ziekenhuis en moesten wachten tot het team van specialisten terugkwam van vakantie. Achttien uur waren ze met Morris bezig. Hij lag voorover op de operatietafel, zodat ze bij dat minieme leidinkje in zijn nek konden. Daar zat dat bolletje, die tumor, die de afvoer van hersenvocht belemmerde.

Ze hadden Morris uitgelegd dat het een gevaarlijke operatie was, zo dicht bij de kleine hersenen. Door één verkeerde beweging kon het gebeuren dat hij niet meer zou kunnen praten, of de rest van zijn leven in een rolstoel moest zitten.

Morris Beerman Beeld -

Morris had zitten vloeken. Dat die rotarts zulke dingen tegen hem zei. Misschien moest hij terugdenken aan die jongen, Jesse, uit zijn oude klas, die ineens dood was geweest.

Mirjam had het hem verteld, hoe die onderweg naar de Efteling, in een auto vol blije kinderen, door een vrachtwagen was aangereden. Morris was in woede ontstoken. "Dat kan niet, want kinderen kunnen helemaal niet doodgaan." Daarna was hij naar zijn kamer gerend. Een tijdje later kwam hij terug en zei hij: "Wat erg voor hem, dat hij nu de rest van zijn leven moet missen."

Zoals Jesse niet dood hoorde te gaan, zo moest hij niet hoeven horen dat hij een rottumor in zijn hoofd had.

Na de operatie was Morris doorgegaan met leven, zoals jongetjes van acht dat zo goed kunnen.

Als hij moe was, ging de pupil van zijn rechteroog zweven, een gevolg van de operatie, maar dat vond Hans wel charmant. En met voetbal was het een beetje anders. Eerder was hij een stoere verdediger die alle ballen tegenhield.

Nu was hij minder behendig. Als er gewisseld moest worden stak hij als eerste zijn vinger op, alsof hijzelf begreep dat het een beetje minder ging. Verder was hij helemaal de oude. Op zijn herfstrapport had hij allemaal goedjes gescoord. Alleen had de gymjuf hem een matig gegeven. Daar was Morris boos over.

Elke drie maanden reden ze voor een controle-MRI naar het AMC. Moeilijke afspraken deden ze met zijn drieën. Als ze zaten te wachten, hield Mirjam de gang in de gaten. Of er ergens een opgewonden stem klonk of gehaaste passen hun kant op kwamen.

"Wat denk je, mama, zal het goed zijn?" vroeg Morris haar in de auto naar huis.

Ze durfde het niet te zeggen, want straks had ze het fout en zou hij boos op haar worden.

"Het zou wel erg onwaarschijnlijk zijn, toch? Dat het nu alweer terug is?" zei Morris.

Thuis, als Morris geen zin had in eten, voelde ze de aandrang om hem te ondervragen. Was hij soms duizelig of misselijk? Van dat soort vragen hield hij niet. Ze moest zich niet de hele tijd zorgen om hem maken.

Af en toe belde het ziekenhuis voor een uitslag, werd haar verteld dat Morris' bloedwaarden in orde waren. Als er een vriendje te spelen was, moest ze het zó zeggen dat die het niet zou merken, zei Morris. Dan fluisterde ze in het voorbijgaan dat zijn bloed goed was. En als ze weer in de keuken bezig was, hoorde ze hem vol­uit zingen: "Bloed, zweet en tranen." Het was hún geheim.

Tijd winnen
En toen, na een jaar, was het terug. Ze hadden een nieuw bolletje gezien, vertelde de arts tegen Morris. Ze zouden hem weer opereren en daarna bestralen. De arts vroeg of Morris nog iets wilde weten. "Kan mijn verjaardagsfeestje doorgaan?" vroeg hij. Dat was geen probleem. Daarna liep Morris de kamer uit om op de gang te gaan gamen. Mirjam kwam bij hem zitten.

Mirjam Beerman en Hans van der Klis Beeld Charlotte Odijk

"Nu zit papa alleen," zei hij. Hij vond dat Mirjam naar binnen moest gaan. Zo hadden ze steeds afgewisseld, zodat geen van hen lang alleen hoefde te zijn.

Daarna reden ze naar huis.

"Wil je alsjeblieft niet zo zuchtend praten," zei Morris tegen zijn moeder.

"Wat denk je ervan als we de mooiste gymschoenen van de stad voor je gaan uitzoeken?" zei Hans. Hij fietste met zijn gehavende zoon naar de Kalverstraat. Hij had een zadel op de stang gemaakt, zodat hij hem dicht bij zich had. Zijn hoofd, waar weer een tumor in was gegroeid, vlak bij het zijne. De bestraling werd gedaan om tijd te winnen, had de arts hem gezegd. Die tumoren zouden blijven terugkomen. Morris zei dat hij sneller moest fietsen. Hij kon niet wachten om die sneakers te gaan kopen.

Ze hadden prachtige gymschoenen gevonden. Morris wilde ze meteen aan en even later danste hij op zijn nieuwe schoenen tussen de mensen door. "Vind je ze mooi, papa?"

Skateboard
Ze leefden van schok naar schok. Elke keer als ze een beetje waren hersteld en durfden te hopen dat het ooit goed zou komen, was er weer een arts die hun vertelde dat ze nieuwe plekjes hadden gevonden.
"Moet ik weer geopereerd worden?" vroeg Morris aan de arts.
Nee, dat hoefde niet.

"Kan ik op schoolkamp?"

"Ja."

"Mag ik met het vliegtuig naar Ibiza?"

Dat mocht ook, en hij kon gewoon naar school blijven gaan en voetballen.

"Wanneer denk je dat ze hier een medicijn tegen zullen vinden?"

De arts zei dat zij niet in de toekomst kon kijken.

Daarna waren ze met zijn drieën door al die gangen van het ziekenhuis gelopen. Morris droeg zijn skateboard onder zijn arm. Zijn moeder zuchtte steeds en zijn vader was heel erg stil.

"Nou, van ons drieën vind ik het geloof ik het minst erg," zei Morris.
Op het parkeerplaats voor het ziekenhuis ging hij skateboarden, terwijl Mirjam in de apotheek een nieuwe lading medicijnen voor hem haalde.

Chemopillen
In dat laatste jaar, toen alles anders werd, wilde Morris dat Mirjam bij hem bleef tot hij in slaap viel. Ze lagen in het grote bed en spraken met elkaar. Als Hans van zijn werk kwam, vond hij Mirjam en Morris slapend en tilde hij zijn zoon naar zijn eigen kamer.

Een van die dagen moesten ze Morris iets belangrijks vertellen. Als het over zijn ziekte ging, hoefde hij het niet te horen, zei Morris. Hij was veel te druk met spelen.

"Eén minuut," zei Hans.

Morris keek ondeugend, pakte de iPad en stelde de timer in op één minuut. "Zeg maar."

Ze vertelden dat het de arts een goed idee leek om chemopillen te gaan slikken.

"Als ik er kaal van word, wil ik het niet."

Hans zei dat hij niet kaal zou worden. Het hielp om te voorkomen dat de plekjes zouden groeien.

Oké, dan wilde Morris het wel. Daarna was de minuut voorbij.

Morris was elke ochtend een uur eerder opgestaan, om die pillen, ruim voor het eten, in te nemen. Zonder te klagen slikte hij de ene na de andere door. Nu hoorden Mirjam en hij tot dezelfde club, de chemoclub.

Zij had ze ook geslikt en was beter geworden, wist Morris. "Denk je dat het bij jou ooit terugkomt?" vroeg hij. Ze zei dat hij er maar op moest vertrouwen dat ze altijd voor hem zou blijven zorgen.

Daarna ging Morris zijn haren doen en brachten ze hem naar school.
"Niet zeggen dat het terug is," zei Morris.

Niemand hoefde het te weten. Anders zouden ze hem nooit meer gewoon als Morris kunnen zien, alleen nog als die zielige zieke jongen. Hij wilde Morris blijven, die stoer was en met wie ze zo goed konden lachen.

Als Morris sliep spraken ze over dingen die hij niet wilde horen. Hans had een vriend gebeld, die tumoronderzoek deed. Deze had hem uitgelegd dat de tumoren in Morris' hoofd uiteindelijk op vitale plekken in zijn hersenen zouden gaan drukken. Over een tijdje zouden zijn lichaams­functies een voor een uitvallen. Ze moesten zich erop in gaan stellen dat Morris thuis maandenlang verpleegd zou moeten worden.

Mirjam hoopte dat ze met de chemopillen tijd zouden winnen, een paar jaar, tot ze ergens in een van die onderzoekscentra over de hele wereld een medicijn ervoor vonden.

"Dat kon toch, Hans?"

Hij had Morris moeten zien, die middag. "We gaan naar de kermis," had hij geroepen, toen ze hem van het schoolplein haalde. Het was helemaal geregeld, met vijf kinderen en hun ouders. Er was geen houden aan. En terwijl de kinderen de attracties afliepen, vertelde Mirjam de ouders over de nieuwe tumoren die waren gevonden, maar dat hij nu chemopillen slikte.

Morris en zijn vriendjes hadden er niets van de droefenis gemerkt. Ze waren steeds geld komen halen en naar de volgende attractie gehold.
Hans had hem moeten zien, hoe geweldig Morris had genoten. Hij was zo vol van leven.

Salto's
Die laatste tijd waren ze overal ja op gaan zeggen. De opvoeding was niet meer zo belangrijk.

"Zullen we op het pleintje gaan voetballen, papa?" "Zullen we een potje Fifa spelen?" Mirjam nam hem mee naar kickboksen. Hans was hem dat boek van Max Euwe gaan voorlezen en elke avond speelden ze een potje schaak.

Kaarsjes bij de portretten van Morris op het kastje bij de eettafel Beeld Charlotte Odijk

Een vriendin werkte bij Make a wish, een stichting die de laatste wensen van zieke kinderen in vervulling probeerde te brengen. Morris had erover gehoord. "Dus ik kan een wens doen?" Hij bedacht dat hij met een Tesla naar Barcelona wilde rijden en aan de hand van Neymar het veld op zou lopen. Die vriendin zei dat het kon.

"Wil je het echt?" vroeg Mirjam.

Morris dacht even na. "Laat maar," zei hij. Hij wilde liever gewoon blijven, net als de andere kinderen.

Die lente was het een prachtige periode. Hij was zo druk met leven dat hij zijn ziekte leek te zijn vergeten. Na dat schoolkamp en al de feestjes van klasgenoten, vrolijke, uitbundige feestjes, na zijn verjaardag, waar iedereen tot laat was blijven hangen en een paar vrienden bleven logeren, waren ze naar Ibiza gegaan.

Morris werd niet misselijk in het vliegtuig en ook niet als hij salto's in het zwembad maakte. Mirjam vroeg zich af of het wel verstandig was, met die zeven tumoren in zijn hoofd. Hans zei dat ze hem zijn gang moesten laten gaan. Als hij er last van kreeg, zou hij er wel mee ophouden. Als hij niet zwom of voetbalde, zat hij te appen met het meisje op wie hij verliefd was geworden. Op een van die feestjes had hij met haar geschuifeld. Alles klopte die zomer, alsof al zijn wensen in vervulling gingen.

Een van die dagen langs het zwembad was Morris richting de grote siersteen, die over de rand hing, gedreven. Hij had zich van de bodem afgezet, alsof hij zichzelf uit het water wilde katapulteren en was met een noodvaart tegen die steen geknald. Misselijk en met een hoofd vol bloedpuntjes hadden ze hem naar het ziekenhuis gebracht en legden ze hem in bed.

Daar gebeurde in snel tempo wat hun arts had voorspeld maar toen nog heel ver in de toekomst lag. In die kamer met uitzicht op de berg waartegen ze 's avonds de zon zagen ondergaan. Hans zat aan de ene kant van het bed en hield Morris' hand vast. Mirjam zat aan de andere kant.

Ze zagen hoe Morris langzaam de controle over zijn lichaam verloor en na een tijdje niet meer kon praten. Misschien was een tumor verschoven, zei de arts. Ze gingen bij hem liggen en vertelden om de beurt kleine verhaaltjes, over de voorbije geweldige maanden.

Later, toen ze niet meer wist of hij nog iets meekreeg, vroeg Mirjam hem of hij wist wie ze was.

"Jij bent Mirjam," zei hij. Altijd had hij haar mama genoemd, maar nu was ze Mirjam voor hem geworden. Alsof hij haar wilde vertellen dat ze zonder hem verder moest, weer als Mirjam door het leven zou gaan.

Het duurde lang voor ze hem mochten meenemen naar Amsterdam. Er moesten zoveel formulieren worden ingevuld. Een levend mens kon elk moment op een vliegtuig stappen, maar een dood jongetje moest een week wachten voor hij naar huis mocht.

Ze waren elke dag naar het mortuarium gereden. Hij lag in een kist met een glazen ruitje. Ze hadden zijn scheiding de verkeerde kant op gekamd, zag Mirjam.

Penaltystip
De eerste zes weken waren ze niet van elkaars zijde geweken. De stilte in huis was immens. Als er niemand kwam om hen op te beuren, aten ze voor de televisie, zodat er geluid was, er wat bewoog. Daarna moest Hans weer aan het werk. Hij liet Mirjam nooit langer dan een paar uur alleen.

Haar werkgever, het Mondriaan Fonds, had gezegd dat ze de tijd moest nemen. Ze wilde dingen ordenen. Foto's, tekeningen. De appjes die ze met Morris had uitgewisseld.

Ze stond elke dag vroeg op. Blijven liggen was gevaarlijk. Morris had nooit gewild dat ze in bed zou liggen huilen. "Hoe denk je dat het voor mij is," zei hij dan.

Ze moest sterk zijn. Naar buiten, brood halen, mensen zien. Ze deed alles te voet. Later hoorde ze dat mensen met een burn-out of een depressie werd geadviseerd om alles lopend te doen. Dat is het juiste tempo om te herstellen.

Je beseft pas hoeveel leven een kind meebrengt als het er niet meer is. Alle routines, het wakker worden, samen ontbijten, het uitbundige zingen van het kind onder de douche. De laatste periode wilde hij dat ze bij hem in de bad­kamer bleef. Waarom, had ze hem niet gevraagd. Ze was het gewoon gaan doen. Misschien was hij vaker duizelig en bang dat hij zou flauwvallen, hield hij dit voor haar verborgen. Op het krukje in de badkamer luisterde ze naar zijn gezang. Ze was het gaan opnemen, zoals ze hem ook was gaan filmen, stiekem, van onder de tafelrand of van achter de deur. "Zit je me nou te filmen?" vroeg hij soms.

De school wilde Morris herdenken, zoals ze ook voor de twee andere kinderen hadden gedaan. Voor Kate, die aan leukemie was overleden, was een mozaïek van een vlinder gemaakt. Voor de verongelukte Jesse was een boom op het schoolplein geplant.

Destijds was er een team van de GGD gekomen om kinderen en ouders bij te staan. Die zeiden: "Zoiets gebeurt eigenlijk nooit." Op hun school in de Jordaan was het in korte tijd drie keer gebeurd. Sommige kinderen waren met alle drie bevriend geweest.

Een vriendinnetje bedacht dat ze een penaltystip voor Morris konden maken. Een grote M, naar ontwerp van Morris zelf. Met zijn klas hadden ze het heel precies geschilderd. Tijdens de pauze vormden de kinderen uit zijn klas een levend schild rondom de drogende stip.

Hans kocht een wisselbeker en elke laatste vrijdag van de maand hielden ze een penaltytoernooi. "Gaan we weer penaltyschieten," riepen de kinderen als ze Hans en Mirjam met de bal zagen aankomen. Zo was er nog een vast patroon behouden. Al het andere was met Morris verdwenen. Het hele leven dat rondom hem was ingericht. School, voetbal, muziek, de vriendjes die kwamen spelen. Alles was ineens opgehouden.

Wasmiddel
Laatst droomde ze over hem. Hij was achttien en vertelde haar hoe hij op zijn elfde had geworsteld met die rotziekte. Ze moest het hem maar vergeven. Hij was nog zo jong. Nadat ze wakker was geworden voelde hij nog heel dichtbij. Ze zou graag elke nacht over hem dromen, maar veel vaker droomt ze over onbenullige dingen, iets van haar werk.

Ze mist zijn handen. Die plukten zo graag aan haar. Als hij achterop zat, legde hij ze om haar middel. Soms nam hij een vetrolletje tussen zijn vingers en kneep erin.

Schrijver Paul Teunissen Beeld Linda Stulic

Sommige mensen zouden hen, die twee rouwende mensen, uit de weg gaan. Maar veel meer namen hen op sleeptouw. 'Jullie komen bij ons eten.' 'Kom, we gaan nu wat drinken.'

Hun verdriet haalde het beste in mensen naar boven. Ze zorgden voor hen, spraken over Morris, wat een leuke jongen hij was. Er kwamen veel kinderen langs, met zelfgebakken koekjes of een gedicht over Morris. Vriendjes die hem misten, vroegen of ze even in zijn kamer mochten zitten.

Morris' vriendinnetje kwam met zijn lievelingstrui - ze hadden hem cadeau gedaan - maar ze wilde hem met hun wasmiddel gewassen hebben, zodat hij weer naar Morris rook. Tot het eind hadden ze hartjes naar elkaar gestuurd. Tot het stil bleef van zijn kant.

Soms, met zo'n groep uitbundige vriendjes in huis, als Mirjam in de keuken wat te eten voor ze maakte, was het net of ze Morris' stem ertussen hoorde.

Vorige zomer hebben ze het Morrisvoetbaltoernooi gehouden, met zestig kinderen. Vanuit de hele wereld ontvingen ze foto's met de Morris 4ever-sticker, die ze op zijn afscheid hadden uitgedeeld. "Hij is er nog, hoor!" horen ze van vrienden.

Zelfs die waardeloze ochtend, precies een jaar na zijn overlijden, toen ze de dag onder de dekens wilden doorbrengen, kwam er een bericht. Een vriend had een enorme graffiti gemaakt, bij de spoorbrug in het Westerpark, waar je onderdoor moest als je naar Morris' graf wilde.

'Morris 4ever,' stond er in grote zilveren letters, met daarbij een smiley zoals Morris die altijd tekende. Soms klimt Hans de spoordijk op. De graffiti is nog helemaal gaaf. Alsof iedereen wel begrijpt dat wat er staat heel belangrijk is.

Bakkum
Haar is niet het allerergste overkomen, zegt Mirjam soms tegen zichzelf. Laatst had ze gelezen over een moeder die haar tweejarige kind had doodgereden. Ze had het bericht uitgeknipt, als bewijs dat anderen het veel zwaarder hadden. Ze had niet maanden aan het bed van een stervend kind hoeven zitten. Onder de gegeven omstandigheden was het prachtig gegaan.

Ze moet nog steeds een beetje voor hem zorgen. Voor zijn nagedachtenis. Natuurlijk, de klasgenootjes denken aan hem, de jongens uit zijn voetbalteam, vrienden, maar dat zal een keer minder worden. De stickers met zijn naam, die iedereen overal opplakte, zullen loslaten.

Het huisje op de camping in Bakkum hebben ze aangehouden. Er liggen belangrijke herinneringen. Een tijdje terug hoorde ze dat de begraafplaats waar hij ligt, Sint Barbara, ooit is opgehoogd met zand uit de duinen van Bakkum. Een wonderlijk toeval. Net als die keer dat ze voor het eerst weer op Ibiza waren. Ze reden het vliegveld af, langs het ziekenhuis waar hij was gestorven. Juist op dat moment klonk Morris' favoriete lied op de radio. See you again, van Travis Atreo. Hij had het als allerlaatste aan zijn playlist toegevoegd. Het is een knipoog van de andere kant, zeg maar.

Het biedt troost, te hopen dat er meer is.

Laatst vroeg de huisarts hoe het met hen ging. Voor veel huwelijken is dergelijk verdriet te groot, zei hij. Mirjam kan zich niet voorstellen dat ze ooit van elkaar vandaan zullen gaan. Nog meer dan voorheen horen ze bij elkaar. Alleen zij tweeën begrijpen precies hoe de ander zich voelt. Zij hebben elke vezel van Morris gekend. Ze waren een drie-eenheid.

Door zijn ziekte waren ze nog meer aan elkaar geklonken. Alleen de ander heeft aan een half woord genoeg. Weet je nog? Van die 1 aprilgrap toen hij het hele huis met plakband had volgeplakt? En die keer dat hij zand in je sokken had gedaan? Hoe hard hij zong onder de douche? Bloed, zweet en tranen.

Morris 4ever Beeld -

Ze moeten op elkaar letten, of de ander zich geen rare dingen in het hoofd zal halen.

Van de week spraken een paar collega's over zwemles van hun kinderen. Toen had Mirjam verteld over het gespartel van Morris. Het was fijn om iets over haar kind te kunnen vertellen. Niet pijnlijk, want het was van vroeger, toen hij nog zo levend was en die ziekte nog ver weg.

Vanavond zitten ze met zijn tweeën aan de eettafel. Ze zijn omringd door Morris. Mirjam steekt kaarsjes aan bij zijn portret op het kastje.

Daaronder staan zijn zelfontworpen gymschoenen. Aan de deur hangt zijn FC Barcelonashirt. Als ze naar bed gaan, zal Hans de gordijnen op Morris' kamer sluiten. Morgenvroeg, als hij weer een dag verder van hen is verwijderd, zal zijn iPhone oplichten, met daarop hun stralende zoon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden