'Moordenaar' van Victor Jara geen echte schurk

De vreugde bij veel Chilenen zal groot zijn geweest toen begin juni de ex-militair José Paredes werd opgepakt. Hij wordt beschuldigd van deelname aan de executie van de zanger Victor Jara, kort na de coup van Augusto Pinochet op 11 september 1973.

Jara is nog steeds een icoon van links in Latijns-Amerika. Hij was als jonge communist een enthousiast aanhanger van de linkse president Salvador Allende. Victor Jara werd daarom extra gehaat door de nieuwe machthebbers.

De arrestatie van één van zijn moordenaars' was dan ook groot nieuws in en buiten Chili. Maar de voldoening nam af toen meer bekend werd over de verdachte, een dienstplichtige soldaat die zegt te zijn gedwongen op de zanger te schieten.

Paredes was in elk geval geen fanatieke pinochetista of een lid van de toenmalige elite, maar een arbeider die eerder een aanhanger van Allende zal zijn geweest.

Hij was achttien jaar toen hij zijn dienstplicht vervulde in een legereenheid die vanuit een provinciestad naar de hoofdstad Santiago was gestuurd om duizenden opgepakte gevangenen te bewaken. Deze aanhangers van Allende zaten met duizenden opgesloten in het voetbalstadion Estadio Nacional.

Volgens de Spaanse krant El País was generaal Manuel Contreras de bevelhebber van Paredes' eenheid. Contreras leidde later de geheime dienst Dina en belandde na de terugkeer van de democratie in de gevangenis.

Jara was daags na de putsch opgepakt, omdat hij volgens het nieuwe regime verzet had geboden tegen de nieuwe orde, samen met studenten en linkse intellectuelen. Jara was vaak opgetreden op concerten ter meerdere glorie van de Volkseenheid, zoals Allendes regering werd genoemd.

De militairen lieten hem daarvoor zwaar boeten. Volgens ooggetuigen werd hij mishandeld en gemarteld in het stadion, zijn handen werden gebroken. ''Jij speelt nooit meer gitaar,'' kreeg hij toegebeten.

In de kelders van het stadion schoot een onderofficier hem door het hoofd met een revolver. Hogere officieren gaven soldaten daarop opdracht ook schoten te lossen op Jara's lichaam. Onder hen was José Paredes, heeft hij bekend. Veertien gevangenen ondergingen die dag hetzelfde lot.

Joan Jara, zijn Britse echtgenote, kreeg een tip dat ze Victors stoffelijk overschot kon ophalen in een lijkenhuis. 36 jaar later werd haar gevraagd te reageren op het nieuws dat één van de moordenaars van Victor was gearresteerd. Het was meteen al duidelijk dat deze verdachte niet voldeed aan het beeld van een Allendehater.

Joan Jara tot El País: ''Justitie maakt vorderingen, eindelijk. Maar er zijn andere schuldigen. Mij interesseren meer de mensen die opdracht gaven om Victor en anderen te martelen.'' Paredes heeft na zijn arrestatie gezegd dat een officier met de bijnaam el príncipe, de prins, de leider was van het executiepeloton. Hij werd zo genoemd wegens zijn 'Duitse' trekken en zijn gedrag dat hij had afgekeken van oorlogsfilms.

De man leeft nog. Hij heet Nelson Haase en is de eigenaar van een meubelfabriek. Hij ontkent de aantijgingen en zegt dat hij op het moment van Jara's executie niet in het stadion was.

Na zijn diensttijd was José Paredes teruggekeerd naar zijn woonplaats San Sebastián ten zuiden van Santiago. Hij werkte tot zijn arrestatie als metselaar, tuinman en kelner. (RENÉ TER STEEGE)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden