Plus

Monument voor Jakoba Mulder in 'haar' Beatrixpark

Jakoba Mulder (1900-1988) was de eerste vrouwelijke stedenbouwkundige van Nederland en ontwierp het Amsterdamse Bos. Dertig jaar na haar dood krijgt ze een monument in 'haar' Beatrixpark.

Het monument Future Past Glory ter ere van Jakoba Mulder in het Beatrixpark Beeld Rink Hof

Mejuffrouw Mulder noemden ze haar bij de Dienst der Publieke Werken. Vrienden en familie noemden haar Ko. De meeste Amsterdammers kenden haar echter als 'de juffrouw van het Bos'.

Stedenbouwkundige Jakoba Mulder werkte tussen 1930 en 1965 voor de gemeente Amsterdam, de laatste veertien jaar als hoofd van de afdeling Stadsontwikkeling. Ze was een vrouw in een mannen­wereld en wist haar stempel te drukken op de naoorlogse ontwikkeling van de stad.

Samen met de beroemde stedenbouwkundig ontwerper Cornelis van Eesteren was Mulder de drijvende kracht achter het ambitieuze Algemeen Uitbreidingsplan (AUP), dat in 1935 werd goedgekeurd door de gemeenteraad, maar pas werd uitgevoerd tijdens de wederopbouw.

Tienduizenden woningen kreeg Amsterdam erbij, waardoor de stad verdubbelde in omvang. Slotermeer, Geuzenveld, Slotervaart, Overtoomse Veld en Osdorp - ze ontstonden allemaal op de tekentafel van Mulder en haar team. Daarnaast was ze verantwoordelijk voor het Amsterdamse Bos, waar ze haar bijnaam aan te danken had. En voor openbare groenvoorzieningen als het Beatrixpark, waar vandaag een monument ter ere van haar wordt onthuld.

Bescheidenheid
Die erkenning komt rijkelijk laat, vindt Linda Vlassenrood, die vorig jaar in De Bazel een tentoonstelling maakte over het AUP. "Dat hele plan is altijd opgehangen aan Van Eesteren, terwijl je met een visie alleen geen stad kunt bouwen. Mulder ging over de uitvoering op detailniveau en was ook belangrijk bij het aan elkaar knopen van mensen en belangen. Wellicht heeft haar eigen bescheidenheid bijgedragen aan die beeldvorming."

Vlassenrood werkt aan een monografie over Mulder. "Er is veel nog onbekend over haar precieze bijdrage aan de Nederlandse stedenbouw. Dat zij zich ook ­bemoeid heeft met projecten in de binnenstad bijvoorbeeld. Haar verzet tegen de uniforme hoogbouw in de Bijlmermeer. Of haar meer dan veertig publicaties die niet eerder geanalyseerd zijn. Ik weet nog niet hoever ik kom, maar eerherstel voor zo'n vergeten vrouw past wel in deze tijd."

Een boek over Mulder is er nog niet, wel twee publicaties. Ellen van Kessel, auteur van een van die publicaties, interviewde Mulder begin jaren tachtig. "Over haar privéleven zei ze weinig, zoals ze überhaupt weinig op de voorgrond trad," herinnert de gemeentelijk beleidsadviseur zich. "Ze vertelde vooral over haar werk, daar leefde ze voor. Ze was een op en top vakvrouw."

Barricadefeminist
Mulder was een van de eerste meisjes die zich aan de Technische Hogeschool Delft, de voorganger van de Technische Universiteit in die plaats, aanmeldden voor de studie bouwkunde. Toen ze na haar afstuderen een ontwerpwedstrijd voor een brandweerkazerne had gewonnen, werd haar anoniem ingezonden ontwerp geprezen om zijn 'mannelijke stoerheid'. De verbazing groot toen bleek dat de maker een vrouw was.

In 1930 kwam Mulder in dienst bij de gemeente Amsterdam en werd ze meteen benoemd tot adjunct-architect. "Ze had dertig ­tekenaars onder zich, allemaal mannen," zegt Van Kessel. "Daar had ze zelf geen probleem mee. Ze heeft zich meteen voorgesteld en heeft nooit getutoyeerd. Gewoon deskundig zijn, dan krijg je vanzelf respect, was haar overtuiging."

Mulder was geen barricadefeminist, maar heeft de vrouwenemancipatie wel degelijk vooruit geholpen. In een ­beroepengids uit 1947 prees ze het 'mannenvak' stedenbouw aan als zeer geschikt voor vrouwen.

Ze was actief in de vereniging voor vrouwelijke academici en doceerde na haar pensioen aan de UvA, waar ze meisjes aanspoorde haar voorbeeld te volgen. Aan het eind van haar leven kon ze haar missie als geslaagd beschouwen: de helft van de eerstejaars bouwkunde was inmiddels vrouw.

De stedebouwkundigen Jakoba Mulder en Cornelis van Eesteren, 1956 Beeld Stadsarchief Amsterdam

Ook Mulders verdiensten op stedenbouwkundig gebied zijn niet gering. Van Kessel: "Aanvankelijk voorzag het AUP alleen in strokenbouw, met rechthoekige blokken. Dat vond zij te saai. Ze ontwierp daarom een systeem van haken en hoven: twee L-vormige woonblokken die in ­elkaar grijpen. Dat leverde een veel gevarieerder beeld op en meer licht in de woningen. Bovendien werden in binnenhoven speeltuinen aangelegd waar moeders vanuit de keuken zicht op hadden."

De naoorlogse geboortegolf had van Amsterdam een stad vol kinderen gemaakt. Mulder trok zich hun lot aan. "Toen ze een buurmeisje zand zag wegscheppen bij een boom, kreeg ze het idee voor haar eerste gemeentelijke speeltuin. Die kwam er op het Bertelmanplein. De toen nog jonge architect Aldo van Eyck ontwierp de speeltoestellen. Met z'n tweeën hebben ze in totaal ruim zeshonderd speelplaatsen gerealiseerd."

Naast speelplaatsen behoort openbaar groen tot Mulders belangrijkste erfenis. Ze kreeg als relatieve nieuw­komer het Amsterdamse Bos onder zich omdat ze tijdens haar studie al parken in Frankrijk had bestudeerd. "Een typisch Mulder-ontwerp," zegt Van Kessel.

"Het is quasi-natuurlijk met veel afwisseling tussen bosschages en open weides. Er zijn plekken om te sporten en rustige delen. Deze elementen komen ook terug in het Beatrixpark achter de RAI. Heel knap hoe zij ontwierp met toekomstige gebruikers in gedachte. "

Opgegroeid in Indonesië
Die gebruikers zullen zichzelf, de wolkenhemel en de ­bomen gefragmenteerd weerspiegeld zien in Future Past Glory, het vandaag onthulde monument voor Mulder. Geen standaardbeeld van een vrouw op een sokkel. Kunstenaars Liet Heringa en Maarten van Kalsbeek lieten zich inspireren door Mulders biografie.

De stedenbouwkundige groeide op in Indonesië en was als kind danig onder de ­indruk van de 1200 jaar oude Borobudurtempel op Java. In de overdadige uitwerking van het monument is die Aziatische beeldtaal te herkennen, zonder letterlijk te worden.

De twee ronde vormen aan linkerzijde - de kunstenaars noemen ze 'tooien' - doen denken aan de kaart van ­Amsterdam. "De stad is ontstaan als kring na kring, organisch en grillig," zegt Heringa. "Jakoba Mulder tekende wijken op papier, maar als ze eenmaal ­gebouwd waren en er mensen gingen wonen, werd het toch iets anders. Stadsontwikkeling is niet helemaal voorspelbaar. Pas als het ruimtelijk wordt, komt er leven in."

Future Past Glory was niet tot in detail uitgewerkt voordat het werd gemaakt. "We tekenden telkens een aantal vormen in de computer en die werden gelaserd uit roestvrijstaal," vertelt Van Kalsbeek. "Daarmee gingen we bouwen, heel intuïtief. Op die manier hebben we het gevoel van beweging in het beeld gekregen. En net als in de architectuur was dit een gemeenschappelijk proces. Smid Frank van Rijn heeft dat vier millimeter dikke roestvrijstaal gevouwen en gebogen alsof het papier was."

Voor de toekomst
Het eindresultaat is een complex beeld dat 8,50 meter breed en 5,30 meter hoog is. "Als je ernaast staat, is het heel slank, maar van de voorkant heeft het een raar soort diepte. Het doet ook denken aan Amsterdamse siergevels die overeind worden gehouden door schoren. Wij laten ook zien wat er voor nodig is om die voorkant te laten pronken. Je kijkt als het waren tussen en achter de coulissen."

In de anderhalf jaar dat het kunstenaarsduo met het monument bezig zijn geweest, zijn ze anders naar de stad gaan kijken. "Je ziet de sporen van Jakoba Mulder," stelt Heringa. "Zo is ons beeld ook bedoeld: voor de toekomst. Je kunt eronder picknicken of trouwfoto's maken. Het is niet ­alleen een sculptuur. Het moet echt een plek worden."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden