Plus

Monument Burgerweeshuis in Zuid in oude glorie hersteld

Het Burgerweeshuis in Zuid krijgt een nieuwe bewoner. Die heeft het monument van Aldo van Eyck in oude glorie hersteld en gaat er kunst tonen.

Ook Guggenheim II van Jan Dibbets zal te zien zijn Beeld Adriaan van Dam

Een fonkelende nieuwe toren aan de Zuidas had voor de hand gelegen. BPD is immers een van de grootste gebiedsontwikkelaars van Europa en heeft in zeventig jaar zo'n 330.000 woningen gebouwd.

Dat het bedrijf zijn hoofdkantoor nu overplant van Hoevelaken naar het Burgerweeshuis aan het IJsbaanpad in Amsterdam-Zuid getuigt van historisch bewustzijn.

Het gebouw is een van de vroegste voorbeelden van structuralistisch bouwen en geldt als een van de belangrijkste naoorlogse rijksmonumenten.

Weekinderen
Architect Aldo van Eijck had vooral speeltuinen ontworpen - meer dan 700 in Amsterdam alleen - toen hij de opdracht kreeg voor het Burgerweeshuis. Het werd een soort ruimtelijk manifest, een spiegel van zijn gedachtegoed.

In Van Eijcks architectuur staan de mens en zijn beleving van de ruimte centraal. Het Burgerweeshuis is een aaneenschakeling van vierkante units met veel doorkijkjes en pleintjes, het gebouw is een veilige schil rond een intieme binnenruimte.

In 1960 werd het gebouw opgeleverd. Er gingen 118 weeskinderen wonen. Decennialang behield het zijn oorspronkelijke functie. Toen in 1986 een deel gesloopt dreigde te worden, leidde dat tot internationaal protest en vervolgens een opknapbeurt.

In 2009 werd het gebouw een gemeentelijk monument. Vijf jaar later werd die status opgewaardeerd tot rijksmonument.

Poffertjesfornuis
De anderhalf jaar durende verbouwing die aan de verhuizing van BPD voorafging, is deels te zien als reconstructie.

De extra ramen en deuren die latere gebruikers hadden aangebracht zijn weer dichtgemetseld met de Amsterdamse straatklinkers die Van Eijck had gebruikt voor zijn gebouw.

De wat viezige coating die op de gevel was aangebracht om reparaties te verhullen werd millimeter voor millimeter verwijderd, zodat het rauwe beton weer tevoorschijn kwam.

Om het gebouw te laten voldoen aan de gebruikseisen van nu bracht verbouwingsarchitect Wessel de Jong vloerverwarming aan, een luchtverversingssysteem en een hoeveelheid kabels die in 1960 ondenkbaar zou zijn geweest. Die zijn echter zo slim verborgen dat er niets van te zien is.

Om te voorkomen dat de 328 concave koepels in het dak van het pand zouden gaan functioneren als klankkast, werd een dun laagje isolatiemateriaal aangebracht en werden stemmig gekleurde wandpanelen geplaatst. Allemaal net zo onopvallend als het grijze kantoormeubilair van Lensveld, dat heel toepasselijk Boring heet.

Intiem thuishonk
Zo vallen de oorspronkelijke details extra op: keukenhoekjes met poffertjesfornuis, een betonnen speelpleintje met duikelrekken en lachspiegels, en houten opbergkastjes.

Het is opmerkelijk hoe goed Van Eijcks radicale, op kinderen toegespitste architectuur past bij een hedendaags kantoor. De vaak uithuizige BPD-medewerkers hebben hier een intiem thuishonk. Er zijn overal hoekjes die uitnodigen voor creatieve sessies. En op de bovenverdieping, waar vroeger jongens van 10 tot 14 jaar sliepen, is nu de boardroom gesitueerd.

In alle ruimtes hangt ook kunst: vooral fotografie en schilderkunst. Het is afkomstig uit de bedrijfscollectie van BPD, die ruim duizend stuks telt. De groene patio's worden bevolkt door bronzen beelden van onder anderen Tony Cragg, Tom Claassen, Peer Veneman en Frank Bruggeman.

Maquette van het door Aldo van Eyck ontworpen voormalige Burgerweeshuis aan het IJsbaanpad Beeld Rijksmuseum

Op het centrale plein staat Overleg (1991) van Carel Visser, een knipoog naar Van Eijcks oorspronkelijke ontwerptekening, waarin plaats was vrijgelaten voor een beeld van zijn vriend dat er uiteindelijk niet kwam.

Schatkamer
Daar blijft het niet bij. In navolging van Akzo­Nobel, die in 2016 zijn Essential Art Space opende, en ABN Amro, dat vorig jaar volgde, is BPD het derde bedrijf dat aan de Zuidas een publiek toegankelijke expositieruimte zal hebben. Twee zelfs.

Eentje is gewijd aan de geschiedenis van het pand en is omgedoopt tot 'schatkamer'. De andere is een relatief bescheiden ruimte, maar de tentoonstellingen die hier gemaakt worden - drie per jaar - kunnen uitwaaieren over andere delen van het gebouw. Ze hebben inhoudelijk ook altijd een link met de architectuur.

Het spits wordt eind deze maand afgebeten door de Franse kunstenaar Céline Condorelli. Met een carrousel onderzoekt zij de rol die kinderen en hun spel kunnen hebben in de hedendaagse samenleving - een onderwerp dat dicht bij Van Eyck ligt.

Hierna volgt een tentoonstelling van Wendelien van Oldenborgh, de kunstenaar die vorig jaar Nederland representeerde op de Biënnale van Venetië. 2018 wordt afgesloten met het schaalmodel van het Maison d'Artiste dat de Amsterdamse stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren in 1923 ontwierp met Stijl­icoon Theo van Doesburg.

De expositieruimtes zullen publiek toegankelijk zijn, met op gezette tijden rondleidingen door het gehele gebouw. BPD gaat samenwerken met andere partijen, bijvoorbeeld beeldenroute Get Lost en denktank De Tafel van Arcam.

"Met een veertig jaar oude collectie en een kunst ondersteunend fonds dat dertig jaar bestaat, is het niet meer dan logisch," zegt Sharon Oldenkotte-Vrolijk, directeur kunst en cultuur. "Het is onderdeel van de bedrijfsfilosofie en dit is een nieuw hoofdstuk."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden