Opinie

'Moeten we tolerant zijn tegenover intoleranten?'

Burgemeester Halsema's opstelling ten opzichte van salafistische moskeeën verstevigt juist de tolerante samenleving, zo betoogt macro-econoom en socioloog Frits Bosch in dit opiniestuk.

Oproepen tot intolerantie zouden als crimineel moeten worden beschouwdBeeld ANP

In zijn artikel 'Gebrek aan tegenspraak is onheilspellend' laat publicist John Jansen van ­Galen ons weten dat naar zijn mening salafisten de vrijheid moeten krijgen om uitingen te doen die hij afschuwelijk noemt. We moeten dus volgens hem tolerantie tonen voor intolerante uitingen.

Van Galen zegt verder dat onze rechtsstaat bedoeld is om ook aan afschuwelijke opvattingen ruimte te bieden in het kader van de vrijheid van meningsuiting. Zijn opstelling past in wat aan verlichtingsdenker en filosoof Voltaire (1694-1778) is toegeschreven: "Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen."

De vraag is nu: moeten we tolerant zijn tegenover intoleranten? Kunnen we onbeperkt afschuwelijke uitingen toestaan? Hoe moeten we ons opstellen tegenover salafisten? Wetenschapsfilosoof Karl Popper (1902-1994) wijst ons de weg in zijn boek De open samenleving en haar vijanden, 1945.

Hij zegt daarover in 'de paradox van tolerantie': 'Onbeperkte tolerantie zal leiden tot verdwijning van tolerantie. Als we onbeperkt tolerantie uitbreiden tot zelfs diegenen die intolerant zijn, als we niet bereid zijn om een tolerante samenleving te beschermen tegen de felle aanval van de intoleranten, dan zullen de toleranten vernietigd worden en daarmee dus ook de tolerantie.'

'We zouden daarom, in naam der tolerantie, het recht moeten eisen om de intoleranten niet te tolereren. We zouden moeten eisen dat iedere beweging die intolerantie predikt, zichzelf buiten de wet plaatst. We zouden de oproepen tot intolerantie als crimineel moeten beschouwen, als dezelfde wijze als wij oproepen tot moord, ontvoering of heropleving van slavenhandel als crimineel te beschouwen.'

De wet aanpassen
Mensen die zó dol zijn op tolerant denken dat zij zelfs tolerantie eisen voor intoleranten, kunnen deze tekst ingelijst boven hun bed hangen. De vrijheid van meningsuiting geldt dus niet onbeperkt. Volgens Popper zouden salafisten, als ze zich intolerant uiten, buiten de wet geplaatst moeten worden en als crimineel worden beschouwd. Ze opereren nu nog binnen de wet, maar de wet zou dus aangepast moeten worden.

Rechtsfilosoof Paul Cliteur, verbonden aan de Universiteit Leiden, heeft daartoe voorstellen gedaan. Hij zegt dat de preoccupatie met censuur nu nog ferm wordt afgewezen in de Nederlandse Grondwet en de wet is daarvoor vaak geprezen.

Die wet stamt echter uit een geheel andere tijd. Een tijd namelijk waarin de dreiging voornamelijk kwam vanuit de traditionele nationale samenleving. In die tijd kon men degene die zich beroept op de vrijheid van godsdienst (ook de 'haatpredikers') of op de vrijheid van menings­uiting of op de vrijheid van vereniging en vergadering, bedienen binnen het bestaand wettelijk kader.

Gezonde discussie
Maar we hebben nu te maken met vertegenwoordigers van on- en antidemocratische regimes en theocratieën die komen binnenvliegen en het land weer hebben verlaten tegen de tijd dat verantwoording voor de Nederlandse rechter moet worden afgelegd.

We zijn toe aan een revisie van ons wettelijk kader ter bescherming van onze democratie en tolerante samenleving. Uitgangspunt moet zijn: wie de democratie wil ondermijnen, kan niet van diezelfde democratie profiteren. Cliteur stelt voorts dat godsdiensten redelijkerwijs bekritiseerd moeten kunnen worden zonder dat gelovigen daardoor beledigd menen te ­worden.

Er wordt volgens hem een loopje genomen met onze rechten en plichten. Hij wil herbezinning en aanpassing van het wettelijk kader ter bestrijding van antidemocratische bewegingen. Het is te hopen dat die wetsherziening er komt, zodat hierover duidelijkheid verschaft wordt en onze samenleving ook grondwettelijk weerbaarheid kan tonen. Overigens kunnen de preken van salafisten niet een 'mening' genoemd worden.

De vrijheid van meningsuiting is bedoeld om een gezonde discussie te hebben, een dialoog. Hier is geen sprake van dialoog, maar van een eenzijdig inprenten van een visie die contrair is aan waar de Nederlandse samenleving voor staat. En die visie kan de vrijheid van meningsuiting van anderen bedreigen en inderdaad zo een einde maken aan de tolerantie.

Burgemeester Femke Halsema gaat niet samenwerken met salafistische organisaties, zoals haar voorganger Jozias van Aartsen. De ontwikkeling van salafistische instellingen in Amsterdam baart haar zorgen en ze wil haatpredikers buiten te deur houden. Halsema's opstelling zou Poppers goedkeuring wegdragen.

Frits Bosch, macro-econoom en ­socioloogBeeld Privé
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden