Column

Moet het aanvaarden van teleurstellingen geleerd worden?

Theodor Holman Beeld Wolff
Theodor HolmanBeeld Wolff

Ik kreun mijn pijn weg als ik opsta om Bloem te kussen.

Het is of de dood trekt aan mijn rug en knieën, want die lijken vast te zitten aan een ­leven dat achter me ligt.

Ik hou een oude wang voor die ze kust. Mijn mond tuit zich bescheiden als een tulp en zoekt haar wang om op te zuigen. Maar ik zuig haar niet op.

Is een kus niet het geven van adem, het geven van leven?

We laten de scheepjes voorbij varen, maken gewag van een papegaai die nog blijkt te leven, wekken Vader Jacob met van vreugde gekraaid gebeier en dwingen een banaan naar binnen.

De televisie tocht oorlog door de kamer. Ik zet hem uit.

"Aan! Aan!" zegt ze.

Ze bedoelt: zing door, zing door! Ieja deja, bim bam bom. 'Bom!' vindt ze het mooiste woord. Ze laat het uit haar mond knallen met een hikkende lach als nabrander.

Ik probeer varken Tineke tot leven te wekken. Ik laat haar Bloem groeten en de vraag stellen of ze nog een liedje wil zingen.

Bloem wil meteen Tineke zelf bezitten, en als ik die heb gegeven, kijkt ze de pop teleur­gesteld aan.

Moet het aanvaarden van teleurstellingen geleerd worden? Jawel, maar nu nog niet.

Ik ben nog even Tineke en zing voor de zoveelste keer het relaas van die arme Vader Jacob. Tineke verdwijnt gedeeltelijk in haar mond. Mooi hoe Bloem al bijna twee jaar de ­wereld verkent via haar mond; hoe smaakt die voor haar? Op z'n best als een kus, op z'n slechtst als te hete melk.

We moeten haar broer van school halen.

Maar opa krijgt de kinder­wagen niet uitgevouwen, omdat die vermoedelijk naar het model van een strandstoel en een muziekstandaard is gemaakt. Dus wordt het lopen. Kleine stapjes, met aandacht voor de gleuven tussen de tegels. Als ze loopt, wil ze gedragen worden, als ze gedragen wordt, wil ze lopen. "Typisch des vrouws," laat ik me ontvallen.

"Bom, bom, bom!" hoor ik opeens als ik haar, mijn pijn verbijtend, op mijn nek heb genomen en ik haar aan haar beentjes vasthoud.

"Opa heeft al zijn concentratie nodig om de pijn te verdrijven," zeg ik.

"Bom! Bom! Bom!"

Dus laat ik de klokken weer beieren, vertelt de papegaai weer wat een keurig opgevoed beest hij is en knarst opa's ruggengraat.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden