MKB beeft nu al voor latere AOW

MKB-bedrijven vrezen vooral in de knel te komen door de verplichting om werknemers in zware beroepen na dertig jaar een lichtere functie te geven. Foto GPD

AMSTERDAM - Ondernemers in het midden- en kleinbedrijf zien de verhoging van de AOW-leeftijd met angst en beven tegemoet. De besparing op de pensioenpremies verzacht voor hen geenszins de torenhoge kosten die ze maken om werknemers langer in dienst te houden.

Wat moet een opgebrande steigerbouwer op leeftijd doen tot hij op zijn 67ste AOW krijgt? ''Kantoorwerk is er nauwelijks in de bouw en op een tweede carrière als loempiavouwer in de snackfabriek zit niemand te wachten,'' zegt Gijs Buijs, eigenaar van steigerbouwbedrijf Travhydro. Hij ziet de verhoging van de AOW-leeftijd dan ook met angst en beven tegemoet.

''Ik heb zeventig mensen in dienst, onder wie negen 55-plussers en twee zestigplussers. Die doen al lichter werk totdat ze er op hun 62ste uitgaan. In de toekomst zou ik voor de oudere steigerbouwers nóg vijf jaar een andere functie moeten creëren. Of ze, als dat niet lukt en ze toch met 65 mogen stoppen, gedeeltelijk doorbetalen tot 67 jaar. Dat is simpelweg onmogelijk, als ondernemer ga je dan hartstikke failliet.''

Buijs is niet de enige ondernemer die vreest dat de verhoging van de AOW-leeftijd vanaf 2020 vooral het midden- en kleinbedrijf hard zal raken. Als bestuurder van de Aannemersfederatie Nederland, de koepelorganisatie van gespecialiseerde kleine en middelgrote bouwbedrijven met in totaal 40.000 werknemers, deelt hij het enthousiasme niet van de centrale werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB Nederland over de verhoging van de AOW-leeftijd. Die steunen de kabinetsplannen vanwege de besparing van zo'n drie miljard aan pensioenpremies, een gevolg van de hogere pensioenleeftijd.

Buijs: ''Zij spreken vooral namens grote bedrijven, die veel makkelijker kunnen inspelen op de AOW-verhoging. Wij zien het als een schijnbesparing waarvan het mkb, toch de banenmotor van de economie, de dupe is.''

MKB-bedrijven vrezen vooral in de knel te komen door de verplichting in het kabinetsvoorstel om werknemers in zware beroepen na dertig jaar een lichtere functie te geven. Lukt dat niet, dan moeten de werkgevers het loon deels doorbetalen tot 67 jaar. Ook zullen meer werknemers arbeidsongeschikt raken, wat ook leidt tot hogere kosten voor werkgevers. Buijs: ''Nu al haalt vrijwel geen metselaar, stratenmaker of dakdekker de AOW-leeftijd van 65 jaar.''

Dat geldt ook voor de kleinmetaal, zegt Hep van Luunen, secretaris van de Federatie Werkgeversorganisaties Metaal en Techniek (FWM), waarbij 34.000 bedrijven met in totaal 400.000 werknemers - van loodgieters en lassers tot automonteurs en fietsenmakers - zijn aangesloten. ''Wij zeggen: kijk eerst eens hoe je de groep werknemers van 55 en ouder aan het werk krijgt. In onze sector ligt de vroegpen­sioenleeftijd nu net onder de 62 jaar, het verschil met 67 jaar is wel erg groot.''

Van Luunen verwijt de werkgeversonderhandelaars op centraal niveau zich vooral te richten op de politieke waan van de dag. ''De ene keer is het het ontslagrecht, nu is het weer de AOW-leeftijd. Wij missen een samenhangende toekomstvisie. Werknemers en werkgevers slagen er op sectorniveau wél in om daar goede afspraken over te maken. Daar zou veel serieuzer naar moeten worden geluisterd.''

Volgens Jan Berghuis, bestuurder van FNV Bondgenoten, krijgen de mkb-bedrijven de rekening gepresenteerd voor de eurotekens in de ogen waarmee de centrale werkgevers hun fiat geven aan de AOW-plannen. ''Zij draaien straks op voor het AOW-gat, voor kleinere ondernemers gaat het dan om enorme bedragen. Je kunt nu al zien aankomen dat werkgevers wel zullen uitkijken om oudere werknemers in dienst te nemen of te houden. Ze zullen meer gebruik gaan maken van flexibele werknemers, uitzendkrachten of zzp'ers, die ze niet in vaste dienst hoeven te nemen.''

In het wegvervoer zien ze de bui al hangen. Vrachtwagenchauffeurs van boven de 65 zijn er nu al nauwelijks te vinden op de Nederlandse wegen.

''Het werk mag de afgelopen jaren fysiek minder zwaar zijn geworden, mentaal is het door de rij- en rusttijdenwetgeving en de files nog steeds erg veeleisend'', zegt Alexander Sakkers, voorzitter van brancheorganisatie Transport en Logistiek Nederland (TLN).

''Vooral de discussie over zware beroepen vinden wij nogal teleurstellend,'' zegt Sakkers: ''De kantoorfuncties zijn bij transportbedrijven op de vingers van één hand te tellen. Minister Bos roept dat werkgevers er maar voor moeten zorgen dat er geen zware beroepen meer bestaan. Alsof je maar met een toverstafje hoeft te zwaaien om een straat neer te leggen of een vracht van a naar b te brengen.''

Oplossing vaak gezocht in extra vrije dagen
Iets meer dan de helft van de werkgevers in Nederland (52 procent) treft voorzieningen om langer doorwerken (tot en na 65 jaar) mogelijk te maken. Vooral de zogenoemde ontziemaatregelen zijn populair: ruim veertig procent geeft oudere werknemers extra vrije dagen, iets meer dan een kwart biedt de mogelijkheid om gebruik te maken van deeltijd-vut of deeltijdpensioen.

Tien tot vijftien procent van de werkgevers heeft maatregelen genomen op het gebied van taakverlichting of - aanpassing, werktijdaanpassing, vrijstelling van onregelmatige diensten of overwerk. Een teruggang in functie en salaris wordt vrijwel niet door de werkgevers genoemd als maatregel om werknemers langer door te laten werken. Ook scholing of cursusdeelname voor ouderen wordt niet vaak genoemd. Dit blijkt uit een enquête van TNO, die begin dit jaar werd gehouden. (BERRIT DE LANGE)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden