Column

Misschien zijn we te kritisch, misschien is het onmazzel

Eva HoekeBeeld Floris Lok

Misschien is het een slechte tijd. Misschien zijn we te kritisch. En misschien hebben we wel gewoon onmazzel. Maar feit is dat De Man en ik na driekwart jaar zoeken nog steeds niet samenwonen.

Alles hebben we geprobeerd, van Funda tot Facebook, van makelaar tot netwerk, van rondjes rijden tot huizenruil, maar lukken wil het niet.
O jawel, er zijn wel kansen geweest.

Zo was er dat huis in de Zeilstraat, een nogal formica ingericht appartement met dubbeldikke ramen tegen het voorbijrazende verkeer. Een 'prachtig pand aan het Singel' dat in werkelijkheid een studentikoos vertimmerd achterhuis was met uitzicht op een blinde muur en een gele magnetron.

En wat te zeggen van Durgerdam, waar een stel hun niet te verkopen vissershuis met puntdak in the meantime wel aan ons wilde verhuren - totdat het een maand voor verhuizing alsnog werd verkocht.

Het huis aan de Ookmeerweg was te ver, het appartement in de Eerste Jan van der Heijden te klein - twee thuiswerkers op 60 vierkante meter, prettige wedstrijd - en in de Vinkenstraat moest eerst nog een vloer worden gelegd, een nieuwe keuken worden geïnstalleerd en een paar liter Rentokil worden uitgegoten, geen kattenpis voor twee mensen die liever denken dan doen.

Vrolijk werden we er niet van, kortom, zoals we ook niet vrolijk werden van het feit dat de helft van de woningen op internet allang en breed verhuurd bleek te zijn, dat sommige huisbazen drie maanden borg vragen en dat er zelfs bij zijn die je verbieden een kat mee te nemen/ binnen te roken/na achten hardop te lachen.

Het huis op de Middenweg waarbij je via de wacht-kamer van de belendende tandartspraktijk naar je slaapkamer moest, hebben we ook maar even laten schieten.

Maar afgelopen zaterdag gloorde er ineens hoop aan de horizon. Een huis aan de Krom Boomssloot, de makelaar stond al op ons te wachten.
Wij naar boven, drie trappen, maar alla.

En ineens stonden we in een appartement dat baadde in het zonlicht. Een kamerbrede raampartij links, een geweldig balkon op rechts. Mooie keuken, houten vloer, een trap naar boven naar nog meer kamers.
Wel gek dat er geluiden vandaan kwamen.

"Misschien hebben ze hier ook muizen", zei de man nog hoopvol.
Maar muizen douchen niet.

En nadat de makelaar "Hallo?" had geroepen kwam er een jonge vent naar beneden, natte haren en al, de tandpasta nog op de lip.
De bewoner.

Er ontstond een gesprek dat je gerust ongemakkelijk kon noemen. Nee, de woning was niet te huur. Nee, hij zat hier goed. En op de vraag van de makelaar wanneer hij er dan wél uit ging: "De eerste tien jaar niet."
We dropen af.

Beneden stond de tweede afspraak van de makelaar te wachten, een vader en moeder en hun studenten-dochter met bontjas en pruillip. 'Nee hè,' sipte ze naar haar vader, een bonk van een vent die terugkeek met een blik van 'met mijn portemonnee valt alles te regelen'.

Of het is gelukt weet ik niet, maar mij verbaast niets meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden