Plus PS

Mirjam van Praag: 'VU en UvA is geen Ajax-Feyenoord'

Mirjam van Praag (50) denkt vaak in cijfers, is dol op voorspellingsmodellen en was altijd meer ondernemer dan wetenschapper. Al komt ze uit een UvA-familie, ze is nu de eerste vrouwelijke collegevoorzitter van de VU. 'Een universiteit die trots mag zijn.'

Beeld Annabel Oosteweeghel

Verfrissend. Geen man in pak op het podium, maar een vrouw in een roze spijkerjasje. Met woeste krullen. Mirjam van Praag heet de minister van Hoger Onderwijs welkom voor een debat over internationalisering.

Voor het eerst in de geschiedenis is de voorzitter van het college van bestuur van de Vrije Universiteit (VU) een vrouw. En geen vrouw van protocollen, maar iemand die graag zelf iets onderneemt, kritisch is en niet bang is te provoceren.

In haar woning in de Vondelparkbuurt hangt de muur vol kunst en puilt de boekenkast uit. Op de vensterbanken prijken twee menora's: joodse kandelaars. In de tuin een tuinhuis waar haar zoon binnenkort intrekt, een populaire oplossing voor nog thuiswonende volwassen kinderen die nog geen huis hebben gevonden.

Van Praag was de eerste hoogleraar ondernemerschap aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), bouwde het Amsterdam Center for Entrepreneurship (ACE) op en onderzocht uitgebreid de diversiteit in besturen. Nu bestuurt ze zelf een universiteit. Ze zet haar smartwatch even uit, want ze krijgt onafgebroken telefoontjes.

U studeerde niet aan de VU, maar aan de UvA. Hoe kwam dat zo?
"Het is stom, maar ik koos automatisch de UvA. Ik kom uit een UvA-familie. Ik heb gewoon niet nagedacht over de VU. Ik wilde econometrie studeren en ik twijfelde tussen Amsterdam en Rotterdam, want ik ben opgegroeid in Krimpen aan den IJssel. Mijn ouders en al mijn voorouders komen wel uit Amsterdam. Mijn zus en ik zeggen altijd: we zijn in ballingschap opgegroeid."

Krimpen aan den IJssel, dat ligt in de Bijbelgordel. Wat merkte u daarvan?
"Je hebt het oude en het nieuwe dorp. In het nieuwe dorp woonden veel mensen die werkten aan de Erasmusuniversiteit. Uit het oude dorp kwamen weleens kinderen stiekem door de ramen bij ons televisie kijken."

"We zijn voor mijn vaders werk aan de Erasmusuniversiteit naar Krimpen gegaan. Iedereen miste Amsterdam. Toen ik hier als achttienjarige kwam, wist ik meteen: dit is mijn stad."

Hoe werd in uw UvA-familie gereageerd op uw baan bij de VU?
"Dat vindt iedereen hartstikke leuk. In mijn beleving is er ook geen animositeit tussen de VU en de UvA. Het is geen Ajax-Feyenoord, gewoon twee universiteiten in een grote stad die allebei hun functie vervullen."

"Mijn kinderen zijn ook erg UvA-georiënteerd, maar toen ik me ging verdiepen in de VU, en ik hen mooie verhalen vertelde over de diversiteit en de mogelijkheden om je buiten je studie te ontwikkelen, zeiden ze: maar dat verhaal kennen we helemaal niet. Dat is zonde: het is veel te weinig bekend."

Was het nog een afweging om u puberaal af te zetten tegen hetzelfde pad als uw vader Bernard van Praag, emeritus hoogleraar econometrie?
"Ik heb psychologie overwogen, maar vond econometrie het leukst. Een van mijn broertjes is ook econometrist, en mijn zoon wil het ook studeren. Econometrie is geschikt voor mensen die wiskunde leuk vinden, maar natuurwetenschappen niet zo. Ik ben geïnteresseerd in mensen en hoe beslissingen worden genomen, maar ik houd ook van keihard meten."

Was u er een van de weinige vrouwen?
"Ja, er was een handjevol vrouwen op de honderd mannen, veelal het type nerd. Op de middelbare school deed ik ook bèta, dus ik was gewend dat er meer jongens dan meisjes waren."

"Als kind was ik ook een halve jongen. Ik heb altijd in mannenwerelden gezeten. Dus ik zie wel een glazen plafond op sommige momenten, maar ik ben eraan gewend omgeven te zijn door mannen."

U komt uit een lange familielijn van academici aan vaderskant. Was een carrière in de wetenschap voorbestemd?
"De wetenschap voelt niet als iets wat moest. Ik dacht eerst zelfs dat ik dat juist niet ging doen. Een tijd wilde ik vooral in het bedrijfsleven werken. Maar ik kwam er al gauw achter dat je in de wetenschap zelf mag bedenken wat je doet, met veel vrijheid. Als je voor een bedrijf werkt, moet je vaak het probleem oplossen dat iemand anders heeft bedacht."

"Wetenschap is creatiever. Ik had vaak vragen in mijn hoofd en dat waren dan wetenschappelijke vragen."

"Voor mijn afstudeerscriptie maakte ik bijvoorbeeld een model waarmee je kunt voorspellen wat een econoom na zijn afstuderen gaat verdienen op basis van de informatie op moment van afstuderen: zoals geslacht, twee studies hebben gedaan, lid zijn geweest van een vereniging of een bestuursfunctie hebben gehad. Dat is leuk econometrisch onderzoek. Voorspellingsmodellen maken."

Gebruikt u die econometrische manier van denken in uw persoonlijke leven?
"Mijn vriendinnen zeggen weleens voor de grap, als we bijvoorbeeld praten over een boek: 'Mirjam, hoeveel procent is dat?' Dat vinden ze geestig, omdat ik vaak in cijfers denk. Ik kijk vaak naar causaliteit, ook bij besturen, dan probeer ik bij verbanden uit te zoeken wat oorzaak is en wat gevolg."

Heeft u voorspellingsmodellen toegepast op uw carrièreplanning?
"Daar heb ik sowieso nooit aan gedaan. Ook met kinderen krijgen niet: ik heb altijd op mijn gevoel keuzes gemaakt. Na mijn studie werkte ik bij Procter and Gamble, maar vond dat niet zo leuk. Daarna ben ik gepromoveerd terwijl ik bij GfK Intomart zat, en heb ik een tijd bij Boston Consulting Group (BCG) gewerkt. En toen werd ik zwanger."

Uw dochter is nu 20.
"Ik zou bij BCG in Nederland de eerste moeder zijn. Eind jaren negentig was dit. Ik zag daar wel een beetje tegenop, want ik heb veel slaap nodig, maar zij wilden dat het ging lukken."

"Ze vlogen me naar Boston om daar met vrouwelijke partners te praten over hoe zij het moederschap met werk combineerden, maar zij hadden toch een beetje een ander modelletje voor ogen dan ik. Die vrouwen hadden drie au pairs en zagen hun kinderen in het weekend, maar dan lang niet altijd. Zo wilde ik dat niet."

"We spraken af dat ik tachtig procent zou werken, ik was de eerste die dat deed. Ik kwam terug van mijn zwangerschapsverlof en was vooral gestrest. Tachtig procent werken bij BCG was niet vier dagen."

Beeld Annabel Oosteweeghel

"Ik dacht op een gegeven moment zelfs dat ik overspannen was, maar ik bleek zwanger. Inmiddels was ik teruggegaan naar de UvA. Het onderzoek trok aan me, en de lifestyle aan de universiteit."

U kwam dus tegen wat veel vrouwen ervaren: dat carrière maken en kinderen krijgen niet vanzelfsprekend is.
"Het was in die tijd wel anders dan nu. Ik heb altijd min of meer fulltime gewerkt tijdens de kinderen, maar dat kon ook door de baan die ik had bij de universiteit. Ik werkte hard, maar het was flexibel. Bij een bank had het niet gekund."

"Het was pittig, ik lag soms huilend op de bank - zo moe. Ik kon wel af en toe uitgeput een uur thuis slapen. De baan die ik nu heb, zou ik niet kunnen combineren met kleine kinderen."

U bent in die jaren geen klassieke wetenschapper geweest, want u zette een ondernemerscentrum op de UvA en VU op, u was vaak meer ondernemer dan onderzoeker.
"Ik houd niet van alleen maar onderzoek doen dat niemand leest, behalve collega's of een paar beleidsmakers op het ministerie. Dat is een soort l'art pour l'art. Ik wilde ook wat doen dat iets betekent voor de rest van de wereld. Je bent als wetenschapper ook docent, je leidt een nieuwe generatie op. En met je onderzoek heb je fundamenteel wat toe te voegen."

"Maar van alle wetenschap die gebeurt, is maar een heel klein percentage de moeite waard. Dus als ik heel erg goed ben, is ook van mij slechts een heel klein beetje de moeite waard."

Wanneer is iets de moeite waard?
"Goede vraag. Iets ontdekken wat de start is van een nieuwe beweging, of, meer praktisch, als je iets onderzoekt en ziet dat je een opleiding anders moet inrichten. Wetenschappers mogen hoe dan ook de luiken meer open zetten. Via ondernemerschap, via de krant - je moet op verschillende manieren de wereld laten profiteren van wat je doet."

"Ik haal nu ook veel voldoening uit het begeleiden van jonge wetenschappers. Want het is zo'n keiharde wereld aan de universiteit. Publish or perish - publiceer of ga ten onder - lijkt het devies."

Hoe helpt u hen?
"Ik probeer ze te coachen. Ik ben ook zeshonderd keer afgewezen in mijn leven. Je moet doorzetten. Bij vrouwelijke promovendi zie je ook dat gebrek aan zelfvertrouwen."

Bent u ooit onzeker geweest?
"Ja. Toen ik na mijn zwangerschappen terugkwam op de universiteit lukte het in eerste instantie niet zo met publicaties, ik ging twijfelen aan mijn keuze voor de wetenschap. Toen kwam het inzicht: ik doe liever iets wat ik leuk vind en waar ik niet zo goed in ben, dan iets waar ik goed in ben, maar niet leuk vind. Later kwam het gelukkig goed."

Sinds 1 maart bent u collegevoorzitter van de VU. Heeft u gesolliciteerd?
"Ik werd, subtiel, benaderd. Ik heb ruim vier jaar aan de Copenhagen Business School gewerkt. Een halve week Kopenhagen, een halve week in Amsterdam. Het is vermoeiend om twee levens in stand te houden; je moet op beide plekken tegen de helft van de dingen nee zeggen."

"Ik heb altijd gedacht dat ik het ongeveer vijf jaar wilde doen. Maar wat doe je daarna? Ik wilde niet zomaar weer hoogleraar worden in Nederland, want het was zo luxe daar in Kopenhagen op mijn chique leerstoel. Veel geld om een onderzoeksgroep op te bouwen, weinig verplichtingen. Ik wilde iets heel anders doen."

"Ik heb ervaring met grote organisaties, vooral als toezichthouder. Ik dacht dat ik meer een ondernemer was. Op de UvA zou ik misschien minder snel bestuurder worden, alleen al omdat ik daar ben opgegroeid en dan zou moeten leidinggeven aan mensen die ik zo goed ken. Toen kwam de vacature van de VU langs."

Wat sprak u aan?
"Toen ik me ging verdiepen in de VU werd ik steeds enthousiaster. En vroeg me af waarom ze niet waanzinnig trots zijn op de campus, op wat ze doen en op de diversiteit."

"Ik heb daar veel onderzoek naar gedaan, hoe belangrijk een goede man-vrouw-verdeling is in het functioneren van een bestuur. Ook interculturele diversiteit geeft een stevige boost aan resultaten. In een diverse club leer je veel van elkaar."

Waarom is het belangrijk om trots te zijn?
"Bij de Copenhagen Business School zijn de mensen trots. Dat merk je aan alles. 'Daar werk ik!'; 'Daar heb ik gestudeerd!' zeggen ze voortdurend. Dat gevoel is mooi, het maakt je als universiteit aantrekkelijk. Je trekt toppers aan. Mijn collega-voorzitter had elke dag een Copenhagen Business School-trui aan."

Loopt iedereen binnenkort in een VU-hoodie?
"Nee, dat ook weer niet. En we moeten niet de hele tijd opscheppen. Maar nu heerst er een soort Calimerogevoel, misschien ook naar de UvA toe. Subtiele trots moet het zijn."

Hoe gaat u de VU 'trots' maken?
"Onze successen meer vieren en meer naar buiten brengen, maar wel door bescheiden te blijven. Profiteren van de diversiteit. En vermijden dat verschillende groepen en disciplines zich terugtrekken in groepjes."

"Alleen dat al is best ingewikkeld. Er is een prettige sfeer op de VU, maar jammer genoeg is er in de sociale media vooral aandacht voor als er iets misgaat, ook als we dat binnen een uur hebben opgelost."

Van Praag doelt op het recentelijke voorval van de islamitische studenten­vereniging die een koranleescursus had georganiseerd voor mannen en vrouwen apart. Dat mag niet op de VU. Binnen een uur was geregeld dat de bijeenkomsten buiten de VU konden worden gehouden.

Een paar weken daarvoor ontstond een rel omdat de Palestijnse veroordeelde activist Rasmea Odeh een lezing gaf in de gekraakte ruimte De Verrekijker.

Dat zijn problemen waar u vast niet meteen aan dacht toen u solliciteerde.
"Dat is zo. De Verrekijker is nu weg. Ik begon 1 maart, een paar dagen na die lezing. Daarna stuurden joodse studenten een brief dat ze zich niet veilig voelden op de VU. Een universiteit is ook een plek waar je leert debatteren. Je wilt dat het spannend en pittig kan zijn, maar iedereen moet zich er ook prettig voelen."

"Ik onderzoek nu met de chief diversity officer en de decaan van de faculteit godsgeleerdheid hoe we spannende debatten kunnen organiseren waar iedereen zich veilig voelt."

"We hebben gesproken met joodse, christelijke, islamitische en lhbt-studenten. Bijna alle groepen voelen zich een minderheid, maar ook VU-student."

Had Odeh wel kunnen spreken als het bestuur was ingelicht?
"Die discussie hebben we helemaal niet gevoerd. Dat was ook de terechte kritiek van de media. Je moet die verlegenheid niet hebben, maar een goed inhoudelijk antwoord kunnen geven. Daarvoor ontbrak nog een goede werkwijze."

U bent zelf joods, helpt dat in zo'n gesprek met joodse studenten?
"Ik durf meer door te vragen. Ik kan zeggen: is dat niet een beetje overgevoelig van je? Maar ik voelde ook een verbondenheid met de andere groepen, juist omdat ik ook een minderheid ben."

Hadden de studenten een punt?
"Ja, ze voelden zich niet prettig op de VU. Ze waren ongerust. Of er objectieve redenen zijn weet ik niet, hun fysieke veiligheid is in orde op de universiteit, maar een subjectieve ervaring is ook van belang. Ik kan me ook voorstellen van joden dat ze er moeite mee hebben dat Odeh daar sprak. Maar ik kan niet zeggen dat iemand als Odeh nooit meer welkom is op de VU."

Hoe belangrijk is het jodendom in uw leven?
"Belangrijk, maar ik ben niet religieus. Ik ben lid van de joodse gemeente, en mijn kinderen zijn ook duidelijk verbonden met hun joodse identiteit. Als identiteit is het belangrijk, maar niet op een exclusieve manier."

"Ik ben ook lid geweest van studentenvereniging SSRA, een ex-gereformeerde studentenvereniging. Ik voel een band met Israël, al wist ik als kind nauwelijks dat ik joods was. Pas toen ik zestien was, ben ik lid geworden van de joodse jeugdvereniging Haboniem. Mijn kinderen zijn daar ook actief in."

De rector van de VU, Vinod Subramaniam, noemde zichzelf gekscherend 'gereformeerde hindoe'. Bent u dan een gereformeerde jood?
"Haha, nee, dat denk ik niet. Een VU-jood misschien."

Beeld Privéarchief

Cv

Mirjam van Praag
11 november 1967, Schiedam

1986-1991 Studie econometrie aan de UvA
1991-1992 Analist bij Procter & Gamble
1992-1995 Promotieonderzoek UvA
1995-1998 Consultant Boston Consulting Group
1998-2005 Universitair hoofddocent ondernemerschap en
organisatie, UvA
2005-2013 Hoogleraar ondernemerschap en organisatie, UvA
2006-2013 Oprichter en (wetenschappelijk) directeur Amsterdam Center for Entrepeneurship (ACE)
2010-2018 Kroonlid van de Sociaal Economische Raad
2014-2018 Hoogleraar Copenhagen Business School
sinds 1 maart Voorzitter College van Bestuur VU Amsterdam

Mirjam van Praag is gescheiden en woont in West met haar
kinderen (19 en 20).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden