Plus

Mirjam Ohringer (1924-2016): opgevoed met verzet

Afgelopen zondag overleed de Joodse verzetsvrouw Mirjam Ohringer op 91-jarige leeftijd. Haar leven lang zette ze zich in voor oorlogsslachtoffers.

Mirjam Ohringer in 2012. Beeld Katrien Mulder

Op 10 mei 1940 werd Mirjam Ohringer wakker van afweergeschut. Het vijftienjarige Joodse meisje zat toen al zeven jaar in het verzet. Nadat Hitler in Duitsland aan de macht was gekomen, zamelde ze geld in voor Joodse vluchtelingen die naar Nederland kwamen.

Verzet werd Ohringer met de paplepel ingegoten. Haar Poolse ouders waren onder de indruk van de Russische Revolutie van 1917, dus werd ze opgevoed 'met Marx en Mozes'. Haar ouders kwamen naar Nederland voor een leven zonder honger.

Maar ook in Amsterdam grepen de nazi's in 1940 de macht. Ohringer drukte een plaatselijke editie van de illegale communistische krant De Waarheid. De oplage: vier krantjes. Ze ging stiekem langs de deuren om de krant aan mensen te laten lezen. In ruil vroeg ze geld voor het verzet.

Grote liefde
Haar grote liefde Ernst Prager, een Jood die uit Duitsland was gevlucht, zou haar op 11 juni 1941 ophalen van het Barlaeus Gymnasium. Hij kwam niet, en Ohringer hoorde van een razzia. Snel fietste ze naar zijn huis om hem te waarschuwen. Te laat: Prager was al naar Kamp Schoorl gebracht.

Vier maanden later werd ze door de bezetters naar het Joodsch Lyceum gestuurd. Op de dag dat de school openging, kwam er een dodenlijst uit het Oostenrijkse concentratiekamp Mauthausen. "Mirrie, Ernst stond ook op de lijst," zei een vriend tegen haar. Prager was doodgeschoten.

Schoolboeken
In 1942 werden de razzia's steeds massaler. Na de zomervakantie dook Ohringer onder. Ze wisselde vaak van onderduikadres, zodat ze veel onderduikers kon helpen.

Na een paar maanden ging ze naar Oudkarspel, een dorpje bij Alkmaar. Daar was het veiliger, maar ze kon geen onderduikers meer helpen. Ze kreeg een vals persoonsbewijs met de naam Wientje van Ruiven, zodat ze weer naar buiten kon.

Ohringer nam haar schoolboeken mee naar Oudkarspel, zodat ze er iets kon doen. Haar naam op de boeken kraste ze door. Het meest had ze aan haar atlas, waarmee ze fantasiereizen maakte. Pas na D-day in juni 1944 dook ze weer in Amsterdam onder, tot het einde van de oorlog.

Monument
Na de oorlog sloot ze zich aan bij de Communistische Partij Nederland, was ze bestuurslid bij het Nationaal Comité 4 en 5 mei en gaf ze rondleidingen in het Verzetsmuseum.

In 1982 ging ze voor het eerst naar concentratiekamp Mauthausen, waar haar geliefde was overleden. Toen ze zag dat Nederland nog geen monument had, heeft ze zich daarvoor ingezet. In 1986 werd het monument onthuld door prins Bernard.

Kristallnachl
De laatste jaren vertelde ze voor het project 'Oorlog in mijn Buurt' haar verhaal aan honderden Amsterdamse basisschoolkinderen. Omdat het fout gaat zodra er onderscheid tussen mensen wordt gemaakt, zei ze ­tijdens de Kristallnachtherdenking in 2010. "Ook de nazi's verpakten hun boodschap heel mooi. Laat je niet misleiden!"

Iets meer dan een jaar geleden bedankte ze initiatiefnemer van het project Minka Bos in een mailtje. Ze was blij dat ze op haar oude dag haar bijdrage kon leveren en haar verhaal kwijt kon. "Dat maakt over een tijdje, ik weet nog niet wanneer, de kist waarin ze me moeten wegdragen een stukje lichter. Ook mooi meegenomen."

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden