Minuutje animatiefilm per maand

Beeld uit Red-end and the seemingly symbiotic society van Robin Noorda en Bethany de Forest.

Het Holland Animation Filmfestival, dat vanavond in Utrecht van start gaat, opent met de Nederlandse animatiefilm Red-end. Veertien maanden werken voor een kwartiertje film.

Als ze een goede dag hadden, leverde die drie seconden film op, zegt Robin Noorda, die samen met Bethany de Forest Red-end and the seemingly symbiotic society maakte, de openingsfilm van het Holland Animation Filmfestival.

De film gaat over mieren die in een grot een paleis bouwen, waarin ze larven kweken die zich ontpoppen tot sprinkhaanachtige insecten die, eenmaal buiten, alles kaal vreten. De Forest: ''Weet je dat er echt insecten zijn die larven kweken, door wie ze later worden opgevreten? Ze creëren hun eigen ondergang.''

Noorda: ''Je kunt de film zien als kritiek op de consumptiecultuur. Het was grappig dat het maken ervan parallel liep aan de kredietcrisis. Het maakt de film onbedoeld actueel.''

Waarom ze veertien maanden van hun leven offerden aan een animatiefilm met een lengte van 14 minuten en 38 seconden? ''Omdat het zo leuk is'', zegt Noorda zonder aarzeling. ''Animatie is vervelend als je iets bedenkt en het vervolgens exact uitwerkt, maar zo werken wij niet. Wij timmerden het scenario niet dicht, maar hielden ruimte om te improviseren. Zo bleef het fris.''

Red-end was zo tijdrovend, omdat de film stopmotion-animatie is, waarin alles met de hand wordt gemaakt en vervolgens beeldje voor beeldje wordt gefotografeerd.

De Forest bouwde voor Red-end een maquette van anderhalve vierkante meter, waarbij de gekste dingen van pas kwamen. ''Suikerklontjes waren bouwstenen voor het paleis, kaarsvet zorgde voor druipsteen en kerstversiering leverde mooie wolken op.''

De stoelarmatuurtjes in de film zijn beugeltjes van weckflessen die De Forest op een rommelmarkt vond. Vaak kwamen De Forest en Noorda ter plekke op ideeën. Noorda geeft een voorbeeld: ''De scène waarin larven in draden worden gewikkeld, hadden we niet bedacht, maar we kwamen op het idee toen we ons irriteerden aan de draden van een lijmpistool. Die draden bleken perfect geschikt voor het inwikkelen van de larven. Het is een kick als je op zo'n moment iets goeds ziet ontstaan. Dan stuiter je echt.''

Dat insecten de hoofdrollen spelen in Red-end is geen toeval, want De Forest is gefascineerd door de natuur, vooral de insectenwereld. ''Insecten zijn een beetje mijn ding. Ik wordt door hen geïnspireerd. Laatst zag ik David Attenboroughs serie Life in the undergrowth. Daar zit een scène in met een termietenvrouwtje, die als één grote pompende darm de hele dag eitjes aan het leggen is. Je weet niet wat je ziet!''
Haar insectenliefde is niet alleen terug te vinden in Red-end, maar ook in haar fotografie. De Forest bouwt al jaren maquettes met fantasie-insecten, die ze vervolgens fotografeert met een pinhole camera. ''Die zorgt voor oneindige scherpte op voor- én achtergrond. Ik fotografeer nooit mensen. Mijn onderwerp is de natuur, waarbij ik streef naar vervreemding. Ik hou van surrealisme in een realistische context.''

Noorda maakt al 25 jaar films, maar De Forest maakt met Red-end haar debuut. Noorda legt uit hoe het zit. ''Ik kwam Bethany acht jaar geleden tegen in een kroeg en zei tegen haar dat we samen een animatiefilm zouden maken. Ik wist dat zij zich met pinhole-fotografie bezighield en dat het tussen ons kon matchen. Het heeft dan wel acht jaar geduurd, maar het is één van de weinige dingen die ik in de kroeg heb gezegd waarvan iets terecht is gekomen.'' (JOS VAN DER BURG)

Holland Animation Filmfestival, t/m 8 november in Utrecht; www.haff.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden