Plus Generatie 020

Mimi Verbrugge (93): 'Mensen bekommeren zich minder om elkaar'

Elke generatie ervaart de veranderende stad op haar manier. Mimi Verbrugge (93) reisde als verkoop­ster door het hele land, maar komt nu Oost niet meer uit.

Mimi Verbrugge is aan het Voltaplein een van de laatste huurders; haar buren spreekt ze nauwelijks meer Beeld Sanne Zurné

Noem iets en Mimi Verbrugge heeft het verkocht: bijouterie, inlegzolen, dekens, Franse wijnen en zelfs bubbelbaden. Ze reisde ervoor van beurs naar beurs door heel het land: van de Huishoudbeurs in de RAI in Amsterdam tot de Indonesische Pasar Malam in Den Haag.

Mimi Verbrugge is een harde werker, ze heeft maar liefst tot haar 75ste gewerkt. Haar baas haalde Mimi er altijd bij als er nieuw, jong personeel was. Dat ging doorgaans bij het minste of geringste zitten. "Neem een voorbeeld aan Mimi," zei de baas dan. "Die is 75 en gaat nooit zitten."

Mimi Verbrugge heeft nu eenmaal nooit anders gekund. Toen ze dertien was en haar jongste zusje werd geboren, kreeg Verbrugges moeder nierbekkenonsteking. Het was aan de jonge Mimi om de baby te voeden, te koken en de kleren te wassen van de rest van het gezin. In de oorlog werkte ze onder andere als modelnaai­ster in een atelier op de Prins Hendrikkade. Later, nadat ze in 1947 getrouwd was, leed haar man Herman aan tbc, waardoor hij zelf niet kon werken.

Geboren in Roermond
"Ik vraag me nu wel eens af hoe ik dat allemaal heb kunnen doen," vertelt ze in de dagbesteding van het Flevohuis, een verpleeghuis in de Indische Buurt. Verbrugge komt er twee dagen per week. Dat doet ze vooral zodat ze op die dagen niet zelf hoeft te koken. "Dat heb ik vroeger al genoeg gedaan," zegt ze lachend.

Mimi Verbrugge heeft heel haar Amsterdamse leven in Oost gewoond. Ze werd geboren in Roermond, Limburg, maar verhuisde op acht-jarige leeftijd naar Amsterdam voor het werk van haar vader, die bij de spoorwegen in dienst was. Het gezin ging via de toenmalige Rietlanden naar het Obiplein in de Indische Buurt. Met man Herman woonde ze op Kattenburg en aan het Voltaplein in de Watergraafsmeer. Aan dat laatste plein woont ze al vijftig jaar.

90

Hoe ervaren Amsterdammers de veranderende stad? Tien stadsbewoners van verschillende generaties delen hun verhaal.

Het Voltaplein is erg veranderd in de afgelopen jaren. Mensen bekommeren zich minder om elkaar, denkt Verbrugge. Zien of spreken doet ze nagenoeg niemand meer van de buren. Er wonen veel jonge stellen aan het plein, soms met kinderen. De bewoners zijn nooit thuis, ­omdat de woningen dure koopwoningen zijn geworden en de eigenaren altijd aan het werk zijn.

Rommelen
Mimi Verbrugge is een van de zeldzame bewoners die nog een woning huren. Ze vertelt dat er geïnteresseerden zijn geweest om ook haar grote, dubbele bovenwoning te kopen, maar Verbrugge denkt niet aan een vertrek. Haar twee dochters, Carolina (Carrie) en Marga, wonen in Spanje en Groot-Brittannië. Als ze naar Nederland komen, moeten ze kunnen blijven logeren.

Verbrugge ziet weinig mensen. Echtgenoot Herman is 23 jaar geleden overleden. Haar dochters bellen meerdere keren per week. Haar zoon, die ook Herman heet, komt elke zaterdag een half uurtje.

Buiten haar woning komt Verbrugge niet meer, behalve in het Flevohuis. Een busje haalt en brengt haar. "Anders gaat het niet," zegt Verbrugge. "Met de rollator kan ik naar de hoek van het plein. Dan moet ik al gaan zitten. Ik kom nergens meer."

Ze is eraan gewend geraakt en 'rommelt' nu thuis een beetje aan. Zo breit Mimi Verbrugge momenteel een nieuwe bedekking voor de armleuning van haar sta-opstoel. De stoel kocht ze een paar jaar geleden van het beetje spaargeld dat ze toen nog had. Verder komt ze rond van haar AOW en moet ze zuinig aan doen. Met die stoelbedekking slijt de stoel minder snel. Verbrugge is sowieso gewend netjes op haar spullen te zijn. Het als nieuw uitziende rode vest dat ze draagt, heeft ze al dertig jaar.

Stiekem dansles
Verbrugge praat graag over haar man Herman. Ze leerden elkaar in de oorlog kennen. In een woning aan de Plantage Middenlaan werden stiekem danslessen gegeven. Herman was de dansleraar. Het maakte hem populair bij de vrouwen, maar hij had alleen oog voor Mimi. In 1947 raakte ze zwanger en toen moest er gauw getrouwd worden. "Mijn moeder was zó rooms-katholiek. Nog roomser dan de paus. Ik was de schánde van de familie."

Pas op het vijftigjarige huwelijk van haar ouders realiseerde Verbrugge zich dat haar eigen ouders ook hadden moeten trouwen. "Mijn ouders zijn op 15 oktober getrouwd en op 8 april is mijn oudere zusje geboren, dus dat kon nooit. Mijn ouders hebben het nooit verteld. Maar ja, zo ging dat toen. Een beetje vreemd."

Lees ook deel 1: Truus Langelaan-van Eeghen (108) wilde geen mevrouwtje uit Zuid worden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden