Johan FretzBeeld Artur Krynicki

Mijn zoontje leert me dat ik geen ‘betere ik’ hoef te worden

PlusJohan Fretz

Er werd een doos met wijn op de deurmat gezet.

“Heb jij dit besteld?” vroeg mijn vriendin. Ik knikte en zei dat we in deze tijd de kleine ondernemers moesten steunen. 

Ik zei ondernemers, in meervoud, maar bedoelde eigenlijk alleen onze favoriete wijnwinkel in de Czaar Peterstraat. Ze keek me wantrouwend aan.

“Ja, ja, de kleine ondernemers steunen.”

“Die mensen hebben het heel zwaar,” zei ik.

Misschien is dit hoe alcoholisme begint. Zelf zie ik het meer als de enige daad van rebellie die ik als jonge vader in quarantaine nog tot mijn beschikking heb. Een glas wijn drinken op de bank. Rock-’n-roll. 

In elk geval ben ik alle aansporingen om de thuisisolatie aan te grijpen om een betere versie van mezelf te worden, nu al spuugzat. Leer een nieuwe taal, componeer een symfonie, kweek een sixpack, ontdoe je van al je overbodige ballast… Man, ik mag al blij zijn als het me lukt om langer dan vijf minuten onafgebroken naar een aflevering van La Casa de Papel op Netflix te kijken.

Elke dag maak ik een wandeling, maar deze 1,5 metersamenleving is nu al funest, met mijn aanleg voor sociale ongemakkelijkheid. 

Hoe loop je nonchalant met een boogje om mensen heen, wie wijkt er uit voor wie, jij of de tegenligger, wat is het exact juiste moment om dat te doen? En knik je dan nog gedag of doe je juist alsof de ander niet bestaat? 

Een hoek om lopen voelt als Russische roulette en natuurlijk zijn er ook altijd nog de types die het allemaal geen reet uitmaakt, die door de straten en gangpaden blijven flaneren, op dertig centimeter afstand in je nek hijgend, alsof ze al honderd dagen niet naar het nieuws hebben omgekeken. Misschien is binnenblijven zo gek nog niet.

De trainer van mijn sportschool is zo vriendelijk geweest om hier een bankje en allerlei gewichten af te leveren. Een verrassing.

“Dat is echt geweldig,” zei ik, toen hij met de halve catalogus van de Fitness Koerier in zijn handen op gepaste afstand voor mijn deur stond, maar ik geloof dat hij de wanhoop in mijn stem kon horen.

Nu informeert hij om de dag per app of ik mij goed aan het strenge trainingsschema houd, meestal net op het moment dat mijn zoon 50cc melk terug uitspuugt over mijn laatste schone T-shirt. Ik antwoord dat ik de oefeningen braaf uitvoer, wat ook zo is. Maar voor wie doe ik dat eigenlijk?

“Voor jezelf, schatje,” zegt mijn vriendin. “Jij voelt je een stuk beter als je beweegt.”

Oké, prima, ik doe nog wel honderd burpees, beeld me in dat ik straks voor Ajax 1 de eredivisie uit moet spelen, terwijl ik maar eens een podcast beluister over stress en anxiety in tijden van Corona. Alleen: mag ik dan aan het einde van de dag een glas wijn drinken? Gewoon, eentje. Om de kleine ondernemers te steunen.

Wat me werkelijk op de been houdt, is mijn zoon, die geen flauw idee heeft van wat zich buiten de veilige muren van ons appartementje afspeelt. Dankzij zijn vrolijke onwetendheid vergeten wij dat soms urenlang ook. 

Door zijn ogen is ons balkon een heel stadspark. Elke kamer een nieuw dorp, de boekenkast een pretpark, kijken naar de patroontjes op het kussen is voor het eerst De Nachtwacht zien. 

Hij geeft ons het ritme van de dagen aan, onverstoorbaar, en leert me dat ik geen ‘betere ik’ hoef te worden om domweg gelukkig te zijn.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij heeft een wekelijkse column in Het Parool.

Reageren? j.fretz@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden