Column

'Mijn zoon is mijn verstand kwijt'

Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

"Denk nou even goed na."

"Ik denk goed na."

"Vanmorgen had je er aan elke voet één. En nu heb je alleen je linker. Dat is toch raar?"

"Ja. Nee. Weet ik veel."

"Weet ik veel? Schat! Waarom ben je altijd alles kwijt?"

Fatal error. Les één in het handboek Ruzie maken is: gebruik niet de woorden 'nooit' of 'altijd' als in 'Jij denkt nooit ergens aan' of 'Jij speelt altijd de baas', aangezien je de ander daarmee volledig in een hoek drijft en een redelijk weerwoord onmogelijk is.

Maar in dit geval is het waar. Mijn zoon is altijd alles kwijt. Zijn scheenbeschermers. Zijn rekenschrift. Zijn huis. En mijn verstand. Want ik word er mesjogge van. Nu kwam ie na een voetbaltraining thuis op z'n kicksen en zat er slechts één gewone gymp in zijn tas. De rechter had blijkbaar spontaan de benen genomen.

Natuurlijk ben ik extra pissig omdat ik domweg in de spiegel kijk. Hoe vaak ik me ook heb voorgenomen een geordend leven te leiden met postbakjes, huissleutelhaakjes en de vuile was gescheiden van de schone, als ik het aantal uren bij elkaar optel dat ik zoekende in mijn bestaan heb doorgebracht, had ik in die tijd een geheel nieuw belastingstelsel kunnen uitvinden, inclusief dividendpot.

Ik ben áltijd alles kwijt en dat verandert nóóit. Soms denk ik dat de evolutie een illusie is. Haruki Murakami schrijft ergens: 'Ik had amper belangstelling voor nieuw uitgekomen boeken.

Alsof op een zeker moment de tijd opeens was gestopt. Wie weet was de tijd wel echt gestopt. Of misschien bewoog de tijd wel uit alle macht, maar was iets als vooruitgang al ten einde gekomen. Zoals ze in een restaurant vlak voor sluitingstijd geen bestellingen opnemen. En misschien was ik de enige die dat nog niet had opgemerkt.'

Het lijkt waanzin dat we onszelf zien als één groot zelfverbeteringstraject en in feite geen stap verder komen. Sterker, als we ouder worden, schijnen onze slechte eigenschappen steeds pregnanter aanwezig te zijn. Ben je als dertiger al een licht afgunstig ding, dan kun je als bejaarde weleens grauw van afgunst achter je looprek lopen schelden op hardlopers in het park.

Was je als veertiger een sloddervos, dan eindig je mogelijk als een naar urine riekend kattenvrouwtje in een huis waar je langzaam uitgedrukt wordt door de almaar aanwassende krantenstapels. Dat zou niet best zijn. Dus blijven we ons best doen, tegen de klippen op. Misschien is dat de grootste evolutie: weten hoe gemankeerd je bent en daar een beetje handig mee leren leven.

Die avond kruip ik naast mijn zoon. Hij snift. "Mam. Ik wil zo graag alles goed doen." Ik knik. "Ik ook. En soms lukt het niet helemaal. Geeft niks. We gaan morgen wel zoeken samen."

Die nacht ligt ergens langs een voetbalveld een eenzame kinderschoen. De illustratie dat niemand perfect is, al probeer je het nog zo hard. En dat je op één been best even kunt lopen.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.