PlusColumn

Mijn zoon is mijn meest geslaagde zelfportret

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Mijn zoon en ik staan voor de Nachtwacht. Hij kijkt naar het schilderij en ik kijk naar hem. Ik kijk naar de poedersuikervlekken op zijn capuchontrui en naar hoe zijn kaplaarzen nog naglimmen van de regen.

Soms wil ik mijn zoon inlijsten en naar het Stedelijk Museum brengen. Hij hoort daar te hangen. Mijn zoon lijkt niet op mij, en toch is hij mijn meest geslaagde zelfportret.

"Zie je dat hondje?", vraag ik.

"Ja, hij blaft naar de trommel."

"Het hondje is langzaam aan het verdwijnen. Ik vind dat zo mooi aan dit schilderij. De schilder wilde de vacht een speciale glans geven en daardoor heeft het nu geen glans meer."

"Het meisje in de witte jurk glanst wel heel erg."

"Rembrandt begreep het leven, jongen. Huisdieren verdwijnen langzaam, meisjes zijn voor altijd."

"Wie is die man met die vlag?"

"Dat is de man met de vlag. Zie je hoe hij naar de vlag kijkt? Alsof hij verliefd op de vlag is. En dit kan ook wel kloppen. Als je vroeger de man met de vlag wilde zijn, moest je vrijgezel zijn. Weet je wat een vrijgezel is?"

"Het klinkt als een dier."

"Je zit in de buurt, hoor. Pappa was vroeger ook wel­eens vrijgezel en toen leek ik net een dier. Mank, hongerig en op het randje van hondsdol. Maar de man met de vlag liep dus altijd voorop. Zonder wapen. Hij droeg de kleuren van een stad of een land. Hij moest laten zien wie ze waren en mocht daarom nooit echt zichzelf worden."

"En waarom staat die man er maar voor de helft op?" vraagt hij.

"Het schilderij was te groot voor het stadhuis dus toen zijn er twee mannen van het doek gesneden."

"Jeetje. Wat verdrietig voor die mannen."

"Intens verdrietig, jongen. Die mannen hadden zich vast heel mooi aangekleed. En o, wat stonden ze goed stil voor Rembrandt. Ze knipperden hele dagen niet met de ogen. Alles voor de kunst, weet je wel?"

"Waar zijn die afgesneden stukken? Waar zijn die mannen?"

"Niemand die het weet. De ene dag sta je op de Nachtwacht en de andere dag ben je de man die niet meer op de Nachtwacht staat. Zo is het leven, zoon. Probeer ervan te leren."

"Maar wat dan?"

"Dat weet ik niet, maar ik vind de twee mannen die niet meer op het schilderij staan vele malen interessanter dan iedereen die nog wel op het schilderij staat. Die mannen zijn groter dan de Nachtwacht geworden, omdat ze te groot voor de Nachtwacht waren."

Mijn zoon kijkt naar de Nachtwacht en ik kijk naar hem. Vanochtend maakte hij me om 06.30 uur wakker omdat hij moest plassen. Ik liep achter hem aan naar het toilet en keek naar zijn te kleine pyjamabroek.

Ik ben het gelukkigst als hij te kleine pyjamabroeken draagt. Als hij groter lijkt dan hij is. Dan wil ik hem van het doek snijden en hem in mijn achterzak stoppen. Dan heb ik hem altijd bij me. En hoef ik nooit meer een nacht te wachten.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden