Column

Mijn vader loopt nog steeds krom van alle jaren dat hij achter me aan rende

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag lees je hier haar column uit Het Parool. Vandaag: vertrouw nimmer een man met een hoedje.

Roos Schlikker Beeld Het Parool/Floris Lok

Ik heb nooit geweten hoe hij echt heette. Ik had hem uitgezocht vanwege zijn bedrijfsnaam: Autorijschool REM. Rijvaardigheid Eist Meesterschap, dat is nog eens iets anders dan Rijinstructeur Zoef.

Ik zei van meet af aan dat meneer Rem aan mij een lastige zou hebben. Ik paar mijn aangeboren lompigheid aan fikse zelfoverschatting, wat tot rampzalige situaties leidt als ik iets fysieks moet leren. Ik denk bij alles: dat doe ik wel even. Vervolgens blijk ik nul talent te hebben met de bijna-dood tot gevolg. Mijn badjuf in het Floraparkbad had in mijn kindertijd zo vaak een haak nodig om te voorkomen dat ik tijdens de zwemles verzoop, dat ze hem op het laatst standaard om mijn bovenarmpje klemde, en mijn vader loopt nog steeds krom van alle jaren dat hij achter me aan rende, mijn bagagedrager klemvast in zijn wit uitgeslagen handen. 'Ik kan écht los fietsen!' blèrde ik om mezelf vervolgens weer om een boom te vouwen.

Goddank had meneer Rem engelengeduld. Tijdens het rijden praatten we veel over Ajax ('Naatje') en het weer ('Naatje'). Ook gaf hij de nodige levenslessen. Zo waarschuwde hij me voor mannen met hoedjes. 'Nooit vertrouwen. De oudere zijn sacherijnig en de jongere benne hippies.'

Op de dag van mijn rijexamen was meneer Rem nerveuzer dan ik, die uiteraard dacht: dat fiks ik gewoon. De examinator had zo zijn eigen plan. Net toen ik achter het stuur schoof, bromde hij: 'Ho ho, eerst kijken wíj onder de motorkap.'

Pardon? Het is natuurlijk dozig maar ik weet niets van auto's. Bij mij eindigen alle auto-onderdelen op -dinges. Remvloeistofdinges. Versnellingsdinges. Carbura-dinges. Toen ik net rijles had en een vriend vroeg in wat voor auto, antwoordde ik: 'Een groene.'

En nu moest ik de carburadinges aanwijzen? Ik gokte. Verkeerd. Waarop de examinator vroeg: 'Maar wat doen wíj dan als de carburateur niet werkt en wíj kunnen hem niet vinden?' Mijn geduld was op. Ik zag meneer Rem nog waarschuwend kijken. Niet te fel, Schlikker. Maar het was te laat. 'DAN BELLEN WIJ DE WEGENWACHT!' bitste ik.

Ik zakte. En de examens daarna ook. De ene keer reed ik te roekeloos, vervolgens te voorzichtig en daarna was er een akkefietje met een rotonde. 'Je ken het gewoon! Wat laat je je nou op je kop zitten?' riep meneer Rem, maar ik was mijn gogme kwijt. Uiteindelijk liet hij me faalangstexamen doen. In Amstelveen. Waar niemand harder tuft dan dertig.

Die dag kon ik van de zenuwen niets meer. Mijn inparkeren leek op een schilderij van Picasso en het heuveltje holderdebolderden we tijdens de hellingproef keihard af, in zijn achteruit. En? Geslaagd. Want ach, zei de goedmoedige examinator, rijden leer je pas als je je rijbewijs hebt.

Deze week las ik dat steeds meer mensen faalangstexamen doen. Ik snap dat. En ik gun het ze. Net als ik iedereen, al weet ik niet of hij nog leeft, een meneer Rem gun. Want hij leerde me nooit mijn gogme te verliezen. En nimmer een man te vertrouwen met een hoedje.


Wilt u reageren op deze column? Dat kan. Scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen of stuur een mail.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden