Plus Column

Mijn moeder is de godin van de gastvrijheid

Mano Bouzamour (1991) publiceerde eind 2013 zijn succesvolle debuutroman De Belofte van Pisa. Elke zondag lees je hier zijn column uit Het Parool.

Beeld Wolff

Wanneer onze bovenbuurvrouw in de Lutmastraat op vakantie ging, overhandigde zij mijn moeder haar huissleutels. Sjoukje vertrok meestal twee maanden naar Frankrijk. Eén keer in de week ging ik met mijn moeder naar het prachtige appartementje op de zesde verdieping met dakterras dat uitkeek op de bovenverdiepingen van De Pijp.

In de verte torenden de luifel van het Okura, de klok en reclameborden van de RAI-toren en de Rembrandttoren met de antenne waaruit een lichtkegel scheen. Als het in de avond mistig was, zwiepte die als een lichtgevend zwaard om zich heen alsof het elke keer een gevecht hield met de duisternis, ik kon er als kind uren naar kijken. De Amsterdamse skyline stelt geen moer voor, maar al die hoge herkenningspunten geven mij nog steeds een geweldig gevoel van geborgenheid.

Wij hadden het niet zo breed dat we elke zomer naar Marokko konden verkassen. Sjoukje was weliswaar wekenlang op vakantie, maar als ik samen met mijn moeder de plantjes water ging geven, de meubels ging afstoffen en daarna met een welverdiend zakje chips op de bank neerplofte om tekenfilms te kijken, waande ook ik mij op vakantie.

Ik vond het fantastisch om in haar huis te vertoeven. De gladde houten vloer, oorverdovende stilte, overvloedige zonneschijn, hoog boven de bewoonde wereld en dicht bij de wolken, daar wilde ik het liefst zijn. Ver van huis, maar toch thuis.

Ook al sprak mijn moeder geen Nederlands en Sjoukje geen Marokkaans, ze onderhielden toch jarenlang een goede verstandhouding. Ik trad zo nu en dan op als tolk, Marokkaans-Nederlands, Nederlands-Marokkaans. De taalbarrière weerhield hen er niet van om elkaar zo nu en dan te bezoeken. Ze hielp met het doorgronden van ingewikkelde brieven van de Belastingdienst of gemeente. En als ik dan weer met een enorm bord warme couscous met groente en vlees de trap optrippelde en heel voorzichtig op haar deur klopte, verloor ze elke keer weer haar verstand van vreugde.

Mijn moeder is de godin van de gastvrijheid. Ze wijdt haar hele leven aan de hordes kennissen, buren en verre familieleden die dagelijks bij ons over de vloer komen. Voorziet ze, met een enthousiasme waar je jaloers van wordt, van de laatste roddels, hete muntthee en borden zo groot als de schotel die naast het raam schittert, vol lekkere hapjes die ze uren daarvoor in de keuken voor ze bereidde. Soms leek ons huis wel een vluchtelingenkamp.

De ontelbare paren schoenen voor de deur verraadden wie er op visite waren bij ons. De gestippelde muiltjes met een strikje wezen op Sjoukjes aanwezigheid. Zoals ik ervan hield om bij haar thuis te zitten en te genieten van de rust, zo hield zij ervan om tussen de Marokkaanse tantes een theetje te drinken in alle vrolijke onrust.


m.bouzamour@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden