Plus

'Mijn imago, de president van de rijken, ging me tegenstaan'

Donderdag opent de Masters of LXRY in de RAI, een lofzang op 'kwaliteit en levensvreugde'. Maar begin bij oprichter en eigenaar Yves Gijrath (51) niet over elite en rijken. 'Holle woorden en polarisatie zijn het houtrot van onze maatschappij.'

Yves Gijrath Beeld Martin Dijkstra

Voor Yves Gijrath is het restaurant van Hotel de l'Europe een reguliere locatie. Gijrath, de man achter de Masters of LXRY en eerder de Miljonair Fair, komt voor zijn werk geregeld in de betere hotels en horeca.

Hij zit amper op zijn plek of hij begint over een 'golfevenement' in Dubai waar hij midden in de nacht op tv naar de voetbalwedstrijd Duitsland-Nederland keek. Als hij de fronsende wenkbrauwen bij de interviewer ziet, zegt hij meteen: "Mag dat soms niet? Wordt dit ook weer zo'n gesprek waarin alles al vaststaat?"

Hoe bedoelt u?
"Ik hoor mensen van alles roepen over elite en de rijken en dat die van alles zouden doen. Ik vraag me af: wie zijn dat dan? Wie is die elite? Dan wil ik ook namen en rugnummers. Maar het blijft meestal bij kretologie. Bij populisme. Ik ken leuke, oude, jonge, vervelende en gekke rijken. Net zoals ik leuke, aardige, gekke en goede mensen ken zonder geld. Holle woorden en polarisatie zijn het houtrot van de maatschappij. Ik bestrijd dat."

Even een adempauze. Mijn eerste vraag was eigenlijk: hoe gaat het met Masters of LXRY? Profiteert u van de opmars van de nieuwe rijken in Amsterdam?
"Mijn werk gaat veel minder over rijkdom dan iedereen denkt. Maar goed, we leven in een land waar iedereen mag vinden wat hij vindt. Tegelijk heb ik ervaren dat afwijken van de norm hier niet echt wordt gewaardeerd."

Dat is geen antwoord op mijn vraag.
"De Miljonair Fair beginnen was in 2002 niet echt logisch. Voor mij was het aanvankelijk meer een schoolreisje. Dat zich ontwikkelde tot een grote reis, tot een bedrijf met internationale vestigingen. Iedereen had er een mening over. Vooral de mensen die er nooit waren geweest."

"Ik heb me daar weinig van aangetrokken, al werd het na verloop van tijd vermoeiend. De media bombardeerden mij tot een soort woordvoerder van de rijkaards. Als ergens een Ferrari uit de bocht vloog, belden journalisten mij om te vragen wat ik daarvan vond."

Misschien had u die media vaker 'nee' moeten verkopen.
"Bij mij is iedereen altijd welkom - en dan is 'nee' zeggen niet de eerste impuls. Uiteindelijk ben ik Masters of LXRY begonnen omdat ik wilde dat mijn werk op andere merites zou worden bekeken."

Welke merites?
"Ik wilde weg van de clichés, van de platitudes die ik blijkbaar opriep. Mijn imago, de president van de rijken, ging me tegenstaan. Ik heb mezelf minder belangrijk gemaakt."

"Masters of LXRY is nu de AEX-index van de beurzen. Bij ons kun je zien hoe de economie ervoor staat. Het is een gigantisch evenement - er wordt in de RAI een soort stad in de stad gebouwd."

Maar vooral een plek voor rijken...
"Hoe kom je daar toch bij?"

Omdat er helikopters te koop zijn, jachten, horloges van 60.000 euro...
"Ik kijk en denk niet zo. We leven in deze stad met 185 nationaliteiten en dat betekent dat wij hier alles hebben. Dat is te danken aan onze geschiedenis, aan onze liberale grondhouding en aan onze open geest."

"Die houding is niet alleen op menselijk vlak mooi, maar ook economisch interessant: nieuwe mensen brengen nieuwe ideeën en initiatieven met zich mee. Geen Gouden Eeuw zonder Spinoza. De leerlingen van Rembrandt, nu allemaal geëerd als grote schilders, waren gewoon ambachtslieden op zoek naar een beetje droog brood. Of neem Johan Cruijff. Een Amsterdamse jongen zonder enige opleiding die de wereld aan zijn voeten kreeg."

Ik geloof dat ik de draad nu kwijtraak.
"Ik praat over Amsterdammerschap. In deze stad is alles van iedereen. Dus als ik als Amsterdammer iets doe, dan doe ik dat voor iedereen. Masters of LXRY gaat over 'masters', over de beste jongetjes en meisjes van de klas. De beste schoenmakers, de beste kunstenaars, de beste juweelontwerpers."

"Iedereen die een kaartje koopt, krijgt die te zien. De beurs gaat vooral over bewondering en levensvreugde. Bewondering voor kwaliteit en vakmanschap, voor het beste in zijn soort."

U hamert nogal op uw Amsterdamse identiteit. Brengt u de stad met uw beurs verder?
"Het geeft Amsterdam internationale allure, maar dat is natuurlijk mijn mening. Ik houd zo veel van deze stad. Ik doe ook van alles voor de stad, veel meer dan beurzen organiseren en bladen uitgeven. Maar ik ben niet zo'n type dat dergelijke dingen aan de grote klok hangt."

"Ik heb op verzoek van Eberhard van der Laan de Daklozenkrant geholpen. Zo zijn Amsterdammers. Die helpen elkaar gewoon. Joop van den Ende heeft de stad een schitterend theater geschonken. Ook een echte Amsterdammer. Met niets begonnen in Oost en decennia later geeft hij zijn geboortegrond een cultuurhuis terug. Zo gaat dat."

U zei zojuist dat u van koers wijzigde omdat u meer op uw merites wilde worden aangesproken. Maar de Miljonair Fair ging toch failliet?
"Dat gebeurde in 2012 - nadat ik in 2008 nog een schitterend bod op het bedrijf had afgewezen. Zo broos is succes. De ene avond besluit je, met een fles Barolo in de buurt, een miljoenenbod opzij te schuiven en het volgende moment valt alles om. Het was een rollercoaster van ellende. De crisis die begon bij de Lehman Brothers en daarna over de wereld raasde."

'Mijn moeder heeft in de oorlog flinke schade opgelopen en dat werkt door' Beeld Martin Dijkstra

"Wij gingen daarin mee. Er was sprake van een massale kopersstaking. Iedereen panikeerde. Terwijl met de spaarsaldo's op de banken weinig mis was. Ik verkocht uiteindelijk de helft van mijn bedrijf - en dat was geen succes. Mijn naam stond nog op de gevel, maar ik had niet veel meer te zeggen. Dat werkt natuurlijk niet. Een drama. Vooral voor mijn personeel."

Hoe ging u met die nederlaag om?
"Een nederlaag... Dat was het inderdaad. In sporttermen moet je denken aan het Nederlands elftal op een WK dat ineens van het veld wordt gespeeld. Met 6-0. Het goede van vallen is dat je meestal weer kunt opstaan. Dan zijn er twee opties: huilen en zeuren, of zorgen dat je nog beter wordt. Ik ben een strijder. Ik ben zelfs op mijn best als het me tegenzit. Dan schakel ik pas echt door."

U schrikt er zelfs niet voor terug oud-werknemers voor het gerecht te slepen. Is dat de strijder in u, of bent u rancuneus?
"Dat is helemaal niet waar. Wie heeft dat nou weer gezegd? Ik ben een man van mijn woord, en ook van het compromis. Maar ik kan niet tegen onrecht. Dan staat de strijder in mij op. Dat komt door mijn jeugd, vermoed ik. Er gebeurt iets met me als ik word bedrogen of oneerlijk behandeld. Ik vind het prima als iemand mij in het gezicht de waarheid vertelt, ook als die lelijk is. Maar ik heb een enorme weerstand tegen gekonkel en gedraai."

Hoe komt dat?
"We komen allemaal ergens vandaan, we hebben allemaal ons eigen verhaal. Dat maakt de wereld zo interessant. En het is ook niet zo dat het ene verhaal groter is dan het andere. Particuliere pijnen en gevoelens zijn niet tegen elkaar af te zetten. Er zijn daar geen gradaties in."

Dit klinkt als een opmaat naar een pittig verhaal...
(Na een stilte) "Mijn moeder heeft in de oorlog flinke schade opgelopen en dat werkt door. Haar ouders zijn in Auschwitz vermoord, op een vreselijke manier. Daar spraken we nooit over. Met geen woord. Met als gevolg dat alles wordt opgepot."

"Ik heb niet alleen extra ogen in mijn achterhoofd en op mijn rug ontwikkeld, maar ook op mijn knieën en op mijn voeten. Ik sta altijd 'aan'. Mensen die altijd 'aan' staan, staan altijd op scherp. Ze zijn alert en nooit helemaal ontspannen. Het kwaad kan altijd zijn kop opsteken."

U bezocht drie jaar geleden met uw oudere broer Auschwitz. Wat deed dat met u?
"Eerder kon ik dat niet. Ik wilde het niet zien en ook niet weten. Nu was de tijd blijkbaar rijp. Eenmaal daar werd dat verhaal nog erger. De efficiëntie, de moordzucht - en dat mensen dan nog steeds zeggen dat ze niets ervan wisten."

"Dat in het door mij zo bewonderde Amsterdam zo veel Joden zijn opgepakt en afgevoerd. In verhouding het meest van alle Europese landen. Als ik erover begin, voel ik fysieke weerstand. Ik zat op een school waar beveiliging nodig was. Ook nu is dat bij elke Joodse instelling nodig. Dat wil ik niet normaal vinden. Ik wil me niet verdedigen om wat ik ben. We zijn één."

Zoekt u in gezelschap altijd naar een potentiële verrader?
"Dat zit in mijn systeem. Echt heel erg. Want ik hou van mensen, ongeacht hun achtergrond. Aan de andere kant trek ik leugenaars niet. Als iemand niet straight is in mijn gezicht, gaan alle alarmsystemen af. Dan voel ik me verraden."

"In Nederland hebben we moeite met de waarheid. Wij polderen en vermijden de moeilijke route. Daarom wordt ook altijd afgegeven op Louis van Gaal. Ik vind dat een fantastische man. Omdat hij altijd zegt wat hij denkt - zonder kansberekening en zonder aanzien des persoons."

Maar het leven is toch niet altijd zwart-wit?
"Wel als het op eerlijkheid aankomt en trouw. Als we leugens toestaan, zoals nu in de politiek, zetten we opnieuw de deur open voor populisme. Er zijn altijd bevolkingsgroepen die als zondebok worden aangewezen."

"Dat is gevaarlijk. Ik mis in de politiek de verbindende man of vrouw. Het is aan alle kanten schreeuwen. Polarisatie is het begin van een moreel failliet. Echte leiders hebben een visie. Onze leiders reduceren de werkelijkheid tot een Twitterbericht."

Voor een man die handelt in 'levensvreugde' klinkt u behoorlijk somber.
"Dat ben ik niet. Hoogstens teleurgesteld. Het ironische is ook dat we in dit land weinig tot geen problemen hebben. Er is welvaart. Ruimte. Mijn vader zit in een verzorgingshuis."

"Ik kan je zeggen: de gezondheidszorg is hartstikke goed - onze verpleegkundigen, maar ook onze brandweermannen, agenten en leraren verdienen een standbeeld. In plaats van onze zegeningen te tellen en iedereen naar behoren te belonen, wentelen we ons in cynisme."

'Iedereen behoorlijk belonen?' U klinkt als een sociaaldemocraat.
"Ik geef niet om etiketten. Ik ben van de praktijk. Wat de zorg betreft: laat iedereen naar inkomen betalen. Volgens het principe dat de mensen met het minste geld het meest recht hebben op de beste zorg."

Jeugdfoto Yves Gijrath Beeld Privé

"Hoe meer je verdient, hoe meer je zelf moet betalen. In het verpleeghuis van mijn vader is een groot tekort aan handen. Waarom niet een paar bedden voor veel geld verkopen, zodat meer verplegers aangenomen kunnen worden?"

Mist u bij de overheid ondernemerschap?
"Alles is bureaucratisch geregeld - ik geloof dat twee derde van onze politiemensen geen tijd heeft de straat op te gaan omdat ze allerlei formuleren moeten invullen. Weet je wat opmerkelijk is? De best lopende overheidsinstantie is het CJIB, het justitieel incassobureau. Als jij straks op de Ring drie kilometer te hard wegrijdt, word je door acht camera's geflitst. Blijkbaar kan het dus wel - als het maar geld oplevert."

"De staat heeft een dubbele moraal. Een vergunning aanvragen duurt een jaar, als je geluk hebt. Maar een boete ligt me­t­een op de mat. Begrijp me goed; ik houd van discussies en politieke debatten, maar die moeten wel tot een resultaat leiden. Hier leiden ze tot eindeloos geouwehoer."

Geldt dat ook voor de Stopera?
"De toestroom van toeristen - overigens een zegen voor de stad - komt niet uit de lucht vallen. Het is een probleem geworden omdat er geen echt beleid is gemaakt. Dat is iets anders dan een paar letters weghalen op het Museumplein."

Wat is volgens u een oplossing?
"Als je vaststelt dat het te druk is, moet je met elkaar in gesprek. Hoe komt het dat we dit als een groot probleem ervaren? Vervolgens is het een kwestie van afspraken maken. Kijk naar de fietsers - één grote chaos. Hoe krijgen we de geest weer in de fles? Amsterdam is de fietshoofdstad van de wereld. Dan moet je het beste fietsenplan ter wereld hebben. We hebben daarvoor de kennis en de creativiteit."

Is dat niet wat makkelijk?
"Het komt aan op anders durven denken. Over schotten en hokjes heen kijken. Ga als bestuur in gesprek met al die architecten en ontwerpers in de stad. Die worden, omdat ze in een andere sector werken, in het politieke debat genegeerd, of ze mogen meedoen als het al te laat is."

U reist veel. Hoe kijken ze in Azië of Amerika naar onze stad?
"Met jaloezie. En terecht, want Amsterdam is een geweldige plek om te leven. Overigens begrijpen die buitenlanders niets van onze problemen. Hier vinden we het al een punt als we van Sloterdijk naar Diemen moeten. In China of Moskou is twee uur reizen naar een afspraak doodnormaal."

U pleit voor strengere handhaving. Waarom?
"Amsterdam is een vrije stad en dat moet zo blijven. Alleen hebben we die vrijheid te veel opgerekt. Alles moet kunnen. Auto's scheuren door de bebouwde kom, fietsers rijden steevast door rood en het uitgaansleven staat stijf van de harddrugs."

"Ik vind dat niet normaal. Respect is hier een gek woord geworden, een beetje een besmuikt woord. Maar het gaat toch echt om respect. We moeten elkaar helpen en belonen. Wie veel belasting betaalt, moet geen aanmaning krijgen, maar een tegeltje aan de wand."

Een tegeltje aan de wand?
"Bij wijze van spreken. Een bedankje voor de geleverde bijdrage aan de maatschappij."

Uw vader had een reisbureau waarmee het niet zo goed afliep. Verklaart dat uw angst voor aanmaningen?
"Wacht even, dit gaat me wat snel. Ik vind belasting betalen iets moois. Alleen pleit ik voor een positiever systeem. Geen boetes, maar complimenten. En over mijn vader - die had een reisbureau op de Ferdinand Bolstraat. Gijrath Trips. Een bijzondere zaak. Ruudje Krol kwam er. Maupie Caransa. Het ging mis toen ik 17 was. Ik moest daardoor jong voor mezelf opkomen. Dat kan ik trouwens iedereen aan­raden."

Ik begreep dat u in uw jeugd een moeizame relatie met uw broer had. Begrijpt u inmiddels waarom?
"Wij hadden in onze jeugd andere interesses, andere vrienden ook. Ik dacht destijds dat mijn broer en ik een gescheiden leven zouden krijgen. Dat was een tijd ook zo. Als broers wil je dikke maatjes zijn. Dat zijn wij pas later geworden. In de zin dat het vanzelfsprekend is om elkaar even te bellen. Ik heb veel respect voor hem. De enige hoogleraar in de familie."

En uiteindelijk samen naar Auschwitz.
"We kwamen in het verhaal van mijn moeder terecht. Van al die families die uit elkaar werden gerukt. Terwijl familie het allerbelangrijkste is. Auto's, huizen, sieraden - koop zo veel als je kunt, maar weet ook dat het leven uiteindelijk alleen om familie draait. Daar moeten we altijd voor knokken. Ik werk keihard, maar dat staat in geen verhouding tot wat mijn vrouw en zonen voor me betekenen."

Uw vrouw werkt ook in uw bedrijf. Nemen jullie geen gedoe mee naar huis?
"We zijn 25 jaar getrouwd, dus we kennen elkaars goede en slechte eigenschappen. Tamara werkt inderdaad in het bedrijf. Tot mijn grote geluk. Ik kan daarover zo veel vertellen, maar dat is me te intiem. Laat ik het zo zeggen: zij is in mijn leven de echte baas."

'Ik moest jong voor mezelf opkomen. Dat kan ik iedereen aan­raden' Beeld Martin Dijkstra

Yves Gijrath

Geboren
16 december 1966, Amsterdam

1972-1978
Basisschool Rosj Pina

1978-1981
JSG Maimonides

1981-1983
Casimir Lyceum, Amstelveen

1983-1987
HES commerciële economie, Amsterdam

1989-1992
Marketing- en salesmanager Elas International

1992-1998
Marketingadviesbureau en bedenker van huis-aan-huisbladen als Het Amsterdammertje

1999-2012
Gijrath Media Groep

2000
Magazine Miljonair

2002
Eerste editie Miljonair Fair

2003-2008
Magazines als JFK en Jackie

2005-2011
Organisatie beurzen in o.a. Moskou, Sjanghai, Cannes, München en goededoelengala's

2013-heden
Oprichter LXRY Media Group

2019
Eigen ondernemersboek

Yves Gijrath is getrouwd met Tamara. Ze hebben twee zonen, Lior (19) en Yossi (22), en wonen in Amstelveen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden