Column

Mijn geleende tijd is inmiddels 2,5 maand, en wie weet wat er nog bij komt

Albert de Lange (57), bijna dertig jaar redacteur bij Het Parool, is 'uitbehandeld'. Hij verkent, ongewis hoe lang, de route naar zijn aangekondigde dood.

Albert de Lange.Beeld Jan van Breda

Een paar verhalen over het tragische einde van mensen had ik liever nooit gehoord. Ik zou willen dat ze niet in mijn hoofd waren beland; je gaat visualiseren en ze zijn moeilijk te onderbreken of te blokkeren. Ze plagen me soms en ik doe u een groot plezier ze hier niet op te roepen.
Verdringing vermag veel, niet alles.

Ik lees een mooi boek van Paul Auster, Winter Journal, waarin hij op z'n 64ste de eerste drie seizoenen van zijn leven overpeinst. Hij vraagt zich af - verwonderd haast - welk lot, geluk of toeval hem voor het leven heeft behouden, gegeven de talloze kansen om vroegtijdig aan je einde te komen.

Iedereen, zegt hij, die de zestig heeft weten te passeren, heeft al een paar van zulke kantjeboords afgeschud in het dagelijks leven; verdrinking, brand, een lullige val, een verkeersongeluk. Voor miljoenen anderen zat en zit het ongeluk in een veel grotere hoek: oorlogen, natuurrampen, moorddadige regimes, epidemieën.

Zelf bleef Auster ooit bijna in een buitenmodel visgraat. (Zijn vader kreeg een hartstilstand terwijl hij de liefde bedreef met z'n nieuwe vriendin; veel mannen, constateert de schrijver, lijkt dat een mooi einde, maar een vrouw heeft hij dat nooit horen zeggen.)

Ik moet tegenwoordig nog wel eens denken aan twee schrikwekkende incidenten, allebei met mijn zoon (nu 24, blakend), die aan de theorie van Auster beantwoorden.

Ik was met hem aan het ballen op een naburig plein, hij zal vier geweest zijn, toen de bal hoog in een boom bleef steken. Toen ik een straatklinker naar de bal gooide, rende hij ineens naar voren - de steen miste hem maar net.

Jaren later hadden we een motorjacht gehuurd en de kinderen ontdekten dat het erg leuk was om te duiken vanaf de reling op het bovendek, een meter of drie hoog. Naast ons lag een stalen sloepje afgemeerd. Mijn zoon gleed uit bij het afzetten en scheerde met zijn hoofd vlak langs de boeg van het sloepje.

Ik krijg nog knikkende knieën als ik eraan denk - centimeters waren we verwijderd van een fatale afloop.

Laten we hopen dat hij hiermee zijn quotum levensbedreigende situaties heeft opgebruikt. Op zo'n soort geluk, noem het mazzel, hoef je niet te rekenen als de specialisten er geen heil meer in zien; ik blijf, pech, zogezegd in het derde seizoen van mijn leven steken.

Dat is een besef dat steeds zwaarder indaalt en me ook vaker plaagt - het leven is te plezierig om te verlaten. Al zie ik er mogelijk minder tegenop dan Auster, die in feite zijn doodsangst vormgeeft.

Mijn geleende tijd is inmiddels 2,5 maand, en wie weet wat er nog bij komt. Ook René Gude (57), de filosoof die de stervenskunst aardig onder de knie heeft, denkt weer in termen van maanden.

Recentelijk werd hij getroffen door longontsteking, hij wist zeker dat hij eraan zou gaan. 'Maar ik ben weer opgeknapt,' mailt hij me. 'De antibiotica volstonden, en nu zit ik licht gegeneerd te denken aan al die lieve vrienden en familieleden die afscheid zijn komen nemen. Zij voor niks gekomen en ik m'n grande finale verpest. Gaat dat straks nog eens lukken?'

Tja, zo'n verhaal wil je wél horen.

Ik ga voorlopig terug naar een wekelijkse frequentie, volgende week zaterdag verder.


Wil je reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen of mail naar a.delange@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden