Column

Mijn favoriete vertelling was het 'kerstverhaal' van mijn moeder

Holman Beeld Wolff

Mijn ouders waren nog jong toen ze oud uit de oorlog kwamen.

Ze hadden elkaar vijf jaar niet gezien; de baby, mijn zuster, die mijn vader moest verlaten toen hij in Indië door het leger werd opgeroepen, was zes weken oud en was vijf toen hij haar weer zag.

Bij hun eerste ontmoeting schold mijn zuster mijn vader uit voor 'Jap'.
Ze was samen met mijn moeder geïnterneerd geweest. Mijn vader had in Birma in het kamp gezeten en dat nauwelijks overleefd.

Eindelijk terug in Nederland, moesten ze kerstmis vieren, terwijl ze hun geloof hadden verloren. Het was nog de tijd van verplicht kerkbezoek om de schoonouders ter wille te zijn.

In de jaren vijftig besloten ze geen kerst meer te vieren. Er werd goed gegeten - en dat was het.

Maar de rituelen van vroeger begonnen mijn ouders te missen.
Het kerstfeest kon zo inspirerend zijn...

En dus begonnen ze, toen ik een jaar of zes was, niet met het voorlezen uit de Bijbel, maar met het, aan tafel, vertellen over de oorlog.

Vertellingen uit Het Kamp.

Elk jaar weer werd dat ruzie.

Nu eens vond mijn moeder dat mijn vader zijn eigen kampgeschiedenis dramatiseerde ('Overdrijf niet zo!') dan weer vond mijn vader dat moeder haar verhaal 'onbegrijpelijk' vertelde. ('Begin nu eens bij het begin.')

Mijn favoriete vertelling was het 'kerstverhaal' van mijn moeder.

In het kamp zag ze opeens een muis. Die doodde ze door hem dood te trappen. Met kerstmis kregen mijn moeder en mijn zuster, die toen twee jaar was, veertig gram rijst. Mijn moeder vilde het muisje, roosterde hem boven een vuurtje, sneed het kleine beetje vlees in nog kleinere stukjes en roerde dat door de rijst. Dat was hun kerstmaal. "Heerlijk," zei moeder.

Ik herinner het me nog goed, want ik kreeg honger van dat verhaal.

Mijn vader weigerde hiernaar te luisteren. Jaren, vele jaren later vroeger ik hem waarom niet. Hij zei: "Altijd als je moeder dat verhaal vertelde, moest ik denken aan de hond die de Jappen hadden opgehangen omdat hij te veel een vriend werd van de gevangenen.

De jappen zeiden: 'Eet die hond maar op, als jullie honger hebben.' Dat hebben we gedaan. Dat wilde ik niet vertellen toen je klein was. Maar als je moeder over dat muisje vertelde, zag ik de hele verdere kerst die hond hangen."

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.