Artikel WitBeeld Agata Nowicka

‘Mijn deur staat altijd voor je open,’ schreef ze

PlusNatascha van Weezel

Nu het beter weer begint te worden staat mijn raam standaard open. Dat is het enige alternatief voor een balkon of een tuin als je geen buitenruimte hebt, op tweehoog achter woont en in thuisisolatie zit. Vanaf de bank vang ik af en toe een zonnestraal op en maak ik contact met de wereld om me heen vanuit mijn eigen kleine fort.

Twee jaar geleden gingen mijn ex-vriend en ik uit elkaar. De eerste maanden na onze breuk leefde ik bij familie en vrienden op banken en in logeerkamers. Zodra duidelijk werd dat onze wegen definitief zouden scheiden, ging ik als een idioot op zoek naar een nieuwe woning. Geen makkelijke opgave voor een zzp’er in Amsterdam. Toch vond ik dit huisje relatief snel. Bij de Ikea kocht ik nieuwe meubels, al bleven de muren leeg. Posters en schilderijen ophangen voelde als een nederlaag, alsof ik me te snel neerlegde bij mijn nieuwe leven. “Ooit keer ik terug naar waar ik eigenlijk hoor te zijn,” vertelde ik mezelf keer op keer. Ik woonde hier wel, maar het voelde niet als thuis.

Aan het begin van de coronacrisis werd ik helemaal gek. Mijn overburen maakten dagelijks knallende ruzie (“Ik krijg je wel, vuile kankerlijer”). Soms ging het zo ver dat ik me afvroeg of ik de politie moest bellen. Maar de ruzies werden steevast gevolgd door luide goedmaakseks. Een andere buurman installeerde zich op zijn terras. Hij smeerde zijn lichaam in met olijfolie en ging languit in de zon liggen. Als ik per ongeluk een blik op hem wierp, voelde ik me een voyeur. Ik kon zijn telefoongesprekken over aandelen en beurskoersen woordelijk volgen.

Er waren ook verrassingen: op een dag kreeg ik een kaartje van de vrouw in het huis boven me, die ik alleen ken van vluchtige ontmoetingen in het trappenhuis. “Mijn deur staat altijd voor je open,” schreef ze. Niet veel later hoorde ik een andere buurtbewoner valse klanken op zijn of haar trompet voortbrengen, die verdacht veel leken op het nummer Hou je bek en bef me van Merol. De tranen rolden over mijn wangen van het lachen.

Vanaf mijn bank kijk ik naar mijn muren: de litho van de vredesduif van Picasso, foto’s van vrienden en familie, een canvasschilderij van The Beatles. Buiten maken mijn overburen voor de zoveelste keer ruzie. De olijfolieman handelt in aandelen. De buurttrompettist speelt Summertime. In de verte zingt iemand De Vlieger van Hazes met een onvervalst Amsterdams accent. Op de achtergrond klinkt geroezemoes vanaf de Albert Cuypmarkt.

En ik voel wat ik eigenlijk al een hele tijd wist: ik ben thuis. 

Natascha van Weezel (33) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden