Column

Mijn boek gaat over geheimen en weggepoetste rafelrandjes

Roos SchlikkerBeeld Floris Lok

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar momenteel werk ik aan mijn eerste roman. Journalisten die geen roman schrijven zijn zeldzaam als water in de woestijn, vandaar dat ik wat bescheten doe. Maar in wezen is het niet gek dat fictie ons aantrekt. Het lijkt namelijk veel makkelijker. Je hoeft geen bronnen te zoeken, geen hoor en wederhoor te plegen én je hebt niets te maken met voorlichters. Niets tegen voorlichters, hoor, maar het zijn er zoveel.

De gemeente Amsterdam alleen telt al 260 communicatieprofessionals. Als je wilt weten wat de burgemeester bij zijn ontbijt at, moet je zestien verschillende mensen bellen om vervolgens op de vraag "Was het een gebakken of gekookt ei?" een afgemeten "Daar doen wij geen mededelingen over" te horen.

Sommige journalisten zijn dit gedoe zo zat dat ze stiekem een ietsiepietsie gaan fabuleren (Trouw, de Perdieping), maar daar kleven carrièretechnisch wat risicootjes aan. Je kunt kortom beter een roman schrijven als je onder het juk van de waarheid vandaan wil kruipen.

Tegelijkertijd hoop je als schrijver juist een diepere waarheid te vinden. Ik begon met een duidelijke plot en heldere personages. Al tikkende merkte ik echter dat puur karakters op papier kalken weinigzeggend was. Verzinnen is leuk, maar mijn hoofdpersonen kregen pas profiel toen ik mijn roman persoonlijker durfde te maken.

Mijn boek gaat over geheimen, rafelrandjes die we wegpoetsen, de gekte die we allemaal verborgen houden. Hoe langer ik schreef, hoe meer van mijn eigen gekte in het boek doorsijpelde. Ik benoemde stiekem mijn eigen waarheid.

Natuurlijk hoeft een boek niet autobiografisch te zijn, maar het helpt als er een kern in zit die in de schrijver huist. Daarvoor moet je eerst langs je eigen nietszeggende voorlichters zien te komen, een doodeng proces.

Afgelopen week stond Emma Curvers in de rechtszaal. Dit jaar debuteerde ze met 'Iedereen kan schilderen', een roman over een disfunctionele Limburgse familie. Met name de vader heeft geen Troetelbeertjeskwaliteiten. De man is koopziek, depressief, hypochondrisch en maakt het leven van andere gezinsleden zuur.

De vader van Curvers herkende zich in dit personage en begon een zaak. En daar kan ik dus niet bij. Want ja, Curvers heeft zich laten inspireren door haar eigen jeugd, maar vervormde die tot fictie. Ze schreef een pijnlijk en prachtig boek, ze kroop onder het juk van de waarheid vandaan. Ze transformeerde die tot kunst. Kunst die schrijnt, ongetwijfeld ook bij papa, maar iedereen heeft recht op zijn eigen verhaal. Door je vader gedaagd worden omdat je jouw waarheid vertelt. Dat is pas gekte.



r.schlikker@parool.nl

Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden