Mijn beide ouders zijn door de Japanners gemarteld

PlusTheodor Holman

Omdat ik nog enigszins ziek ben, kon ik gisteren niet naar de Indië-herdenking.

Het afgelopen jaar heb ik een aantal zaken over Indië proberen uit te zoeken. Dat is me niet in de koude kleren gaan zitten. Ik bedoel daarmee dat ik me, hoewel mijn ouders al geruime tijd zijn gestorven, alsnog enorm aan ze kan ergeren, dan weer groot medelijden met ze heb, en ze soms niet begrijp.

“Laten we maar niet over het kamp praten,” schrijft mijn moeder aan haar moeder.

Mijn vader aan zijn schoonouders: “We moeten door. Een nieuw leven beginnen. We moeten vergeten wat er is gebeurd.” Het is dan 1950.

Mijn beide ouders zijn door de Japanners gemarteld. Mijn moeder moest daarvoor naar de psychiater. Mijn vader ook, maar is niet gegaan. Naar de psychiater gaan vond hij een teken van zwakte. Over het koloniale verleden heb ik wel met mijn vader gesproken. Hij was een koloniaal, een bestuursambtenaar en meende dat hij altijd goed was geweest voor de bevolking. Ik heb hem dat in mijn jeugd kwalijk genomen, en daar heb ik nu, nu ik meer over die tijd weet, spijt van. (Zoals ik van veel aantijgingen spijt heb, nu ik mijn kennis heb vermeerderd.)

Mijn vader was voor en in de oorlog, zo blijkt uit zijn brieven, zwaar christelijk. Als hij het niet wist, keek hij in de bijbel. In het kamp werden uiteindelijk de velletjes van de dundrukbijbel gebruikt om sigaretten mee te rollen. “Maar niet dan nadat ik had gelezen wat ik zou oproken.”

En dan kwam het verhaal dat hij uiteindelijk ‘Job’ niet uit de bijbel kon scheuren. Vervolgens de woorden van Job: “Och, of mijn verdriet recht gewogen werd, en men mijn ellende samen in een weegschaal ophief! Het zou nu zwaarder zijn dan het zand der zeeën.” Veelzeggend.

Toch is hij in Birma, aan de spoorlijn, definitief van zijn geloof gevallen. Tegen mij heeft hij daar maar één zin over gesproken: “God kon niet bestaan.”

De verleden tijd alsof hij de tegenwoordige tijd als een muiskleine ontsnappings­route zag.

God kon toen niet bestaan, maar misschien kan Hij nu wel bestaan… Ik weet niet. Ik heb zijn twijfel gezien, maar die ook minder zien worden.

Naarmate de vrede voortduurde, kregen mijn ouders meer pijn in hun ziel. Die ziel waar ik nooit bij kon komen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden