Plus

Mijlpaal: Amsterdammers 'nollen' al vijftig jaar

Café Nol - altijd lol - bestaat vijftig jaar en viert dat in Paradiso. Hans van der Beek doet een zaterdagavond mee in het Jordanese feestcafé. 'Eeeeeeeven aan mijn moeder vragen.'

Eigenaar Anne-Marie Grijzenhout (links): 'Mijn oma vond dat een café er zo uit moest zien' Beeld Dingena Mol

Het verhaal is dat je vanaf de maan met het blote oog maar twee dingen op aarde kunt zien: de Chinese Muur en Café Nol.

Telkens wanneer je 's avonds in de Westerstraat komt, schrik je toch even. Is daar even verderop een ufo geland? O nee, Café Nol natuurlijk.

Het feestcafé is geliefd en gehaat, maar de Jordanese Efteling is hoe dan ook een van de fijnste guilty pleasures van de stad. Ga aan de bar zitten en vroeg of laat zing je luid mee met Sweet Caroline, trommelend op de lederen barrand. Het is groter dan jezelf.

Om negen uur gaat de deur open en niet zelden is het een kwartier later al stampvol; donderdag vooral met Amsterdammers, vrijdag is het fiftyfifty en zaterdag voornamelijk van buiten. Overal komen ze vandaan: Brabant, Groningen, Volendam. Allemaal voor een rondje Jordaan, en je bent niet in de Jordaan geweest zonder een tijd mee te brullen in Nol.

Geef mij nu je hart, ik geef je er hoop voor terug...

Rick Bakker komt uit Osdorp - tellen we ook goed. Hij is met lijn 1 naar CS gekomen en daarvandaan naar Nol. "En dadelijk naar het Leidseplein. Daar werkt mijn zoon, in The Waterhole. En dan terug naar Osdorp."

Sinds Nol hoefde de Jordanees de buurt niet meer uit Beeld Dingena Mol

Nol is niet het eerste café dat hij aandoet, nietwaar Rick? "Nee, hiervoor Lowietje. En daarvoor Het Bruine Paard. En De Ster, bij CS. Bitterballen met bier, dat is heel belangrijk."

En straks na The Waterhole nog plannen? "Dan gaan we afblussen, met Jack Daniel's Honey. Ken je dat? Dan kun je op je wenkbrauwen naar huis. Dan zie je de wereld als een doedelzak." En waar gaat hij dat opdrinken? "Thuis. Ik hoop thuis."

Zijn vrouw Jacqueline Hogenhout is erbij komen staan. "Mijn man, hè? Ik heb drie kinderen met hem. Ik maak hem op." Café Nol. Altijd Lol.

De meeste drooooomen zijn bedrog...

Vijftig jaar geleden opende het café zijn roodgekleurde deuren en laten we dan maar meteen één illusie armer worden: Arnold Uilen­­broek, oprichter en naamgever, was Rotterdammer. Wel had hij een uitstekende smaak, want zijn vrouw Miep was geboren Jordanese.

Nol werkte als barman in het Mercurius op de Nieuwendijk, destijds de place to be in Amsterdam, en zoals veel barmannen had hij een droom: een eigen kroeg beginnen. In 1966 kreeg hij de kans. Hij kocht het failliete café Huysman en vanaf dag één was Café Nol een succes.

Als je in die tijd namelijk een mopje wilde meezingen, moest je naar het Leidseplein of Rembrandtplein, en sinds Nol hoefde de Jordanees de buurt niet meer uit.

Wat meehielp, was dat Nol en Miep bevriend waren met Willy Alberti, Johnny Jordaan en tante Leen, en die kwamen geregeld zingen. De oude Nol hing kartonnen borden met het handgeschreven refrein van de grootste klassiekers aan een haakje achter de bar, en welbeschouwd was dat de geboorte van de eerste karaokebar van Amsterdam.

Die haakjes zijn er nog steeds. Alleen de borden zijn nieuw en geplastificeerd - je houdt de vooruitgang niet tegen. Acht hebben ze er. Allemaal Hazes.

Het café is ingericht volgens de Jordanese mode. Bloemetjesbehang, kroonluchters, zo veel mogelijk schilderijtjes en schemerlampjes met rood licht - heel veel rood licht. Daar houden Jordanezen van, van rood licht. Het straalt rijkdom uit.

"Het lijkt nu alsof er een concept achter zit," zegt de huidige eigenaar Anne-Marie Grijzenhout, kleindochter van Nol, "maar mijn oma vond gewoon dat een café er zo uit moest zien. Als een huiskamer. Ze woonden boven het café op eenhoog en ze hadden zelf ook overal rood licht in zitten, tot het toilet aan toe. Nu komen mensen binnen en zeggen: 'O, wat bijzonder', maar toen woonde iedereen zo."

Wat wel bijzonder was, ook toen: opa hield goudvissen in de spoelbak. "Niet dood te krijgen, die beesten. Bier, jonge jenever, alles ging in die bak. Ze gingen als een speer."

De oude Nol had er ook pret in bankbiljetten op de vloer te plakken, en dan kijken hoe klanten - niet de vaste - bukten om ze op te rapen. Ook deed hij graag 's avonds om zeven uur al alle lichten aan, terwijl het café pas om negen uur openging. Dan ging hij vanaf de eerste verdieping kijken hoe iedereen aan de deur stond te trekken. Anne-Marie: "Dat vond hij helemaal fantastisch."

In de jaren tachtig moest Nol nog een tijdje dicht, op last van de gemeente. Geluidsoverlast. Opa liet het café isoleren als een concerthal. "Als een doos. Het is nu eigenlijk een zaak in een zaak."

Alles moest wel terug in de oude staat. "Waar hing dit ook alweer, waar stond dat ook alweer? Het was zo ontzettend veel. Mazzel dat we nog een hoop foto's hadden."

Alleen kwamen er nieuwe kroonluchters boven de bar en de rookverdrijvers met porseleinen engeltjes en tierelantijntjes die aan de tafels vastzaten, die keerden niet meer terug. "Daar braken steeds stukjes engel vanaf. En wij maar plakken, die dingen."

Lekker meezingen, altijd Nederlandstalig, met Tom Jones als karige uitzondering. Het is een gouden formule, tot op de dag van vandaag. In feite draait Café Nol op drie dagen. Maandag en dinsdag is het café gesloten ("Anders is het niet leuk meer") en zondag en woensdag is het redelijk rustig. Je kunt elkaar dan zelfs verstaan aan de bar.

Maar op donderdag - altijd livemuziek, met Ronald Engel -, vrijdag en zaterdag is het gekkenhuis. "Uit het hele land komen ze 'een avondje Nollen', zo noemen ze dat. Dan gaat er geld in een pot en die pot moet leeg."

Aan de uitsmijter, Henk bijvoorbeeld, ook al 21 jaar aan de deur, de schone taak ervoor te zorgen dat het binnen een goede mix blijft van jong, oud, man, vrouw. En niet te veel vrijgezellenfeesten. "Vooral in het voorjaar is dat om gek van te worden. Als er twee groepen vrouwen binnen zijn, komt de derde er niet meer in. Anders heb je te veel vrouwen binnen en dat wil je ook niet."

Binnen gelden een paar belangrijke regels. "Niet aan mijn lampen hangen, alsjeblieft, niet op mijn tafels staan en niet in mijn gordijnen hangen. Je moet wel overwicht hebben. Zeker op die paar vierkante meter, met zo veel mensen, moet je streng zijn. Er zit toch een borreltje in, hè?"

Geef mij maar Amsterdam, dat is mooier dan Parijs...

Het is elf uur in Café Nol en we zijn al sardientjes. Alleen al even naar het toilet gaan is een onderneming. Daarom is hier ook dat strikte jassenbeleid: garderobe verplicht. Om te beginnen is dat beleefdheid. De oude Nol zei het al: "Als je op visite bent, hang je ook je jas op. En je bent hier op visite."

Anne-Marie: "En zonder jas kunnen er meer in. Maar ook: als hier jassen gaan slingeren, breek je je nek."

Even verderop aan de bar zitten een superhippe jongen en meisje: sikje, knotje. Ze hadden net zo goed bij Roest of Pllek kunnen zitten. Dan weet je: toeristen en de cultuur­shock van hun leven. Toch even polsen, wurmend door de massa.

Toekomstig eigenaar Lisa Grijzenhout, de vierde generatie Beeld Dingena Mol
Rechts: Cemre Akalin en Umut Celik uit Turkije. 'This seems to be very local' Beeld Dingena Mol

En ik ben blij dat ik je niet vergeten ben...

Umut Celik, uit Turkije, woont al elf maanden in Amsterdam, maar hier is hij voor de eerste keer. En? "The most touching moment in my life. It's Alice in Wonderland."

Metgezel Cemre Akalin, ook uit Turkije, op bezoek bij Umut, wil nadrukkelijk gezegd hebben dat het haar idee was. Ze zag die enorme hoeveelheid rood licht en wilde naar binnen. En? "This seems to be very local." Maar het bevalt wel, verzekeren ze, en ze nemen een kopstootje, met een miniflesje Jägermeister.

Miniflesjes Jägermeister. Hoeveel zou Paradiso daarvan op voorraad hebben?

Café Nol gaat zijn jubileum namelijk in Paradiso vieren. Anne-Marie: "Stoer, hè? Héél Paradiso. Vijftienhonderd man. In acht dagen uitverkocht."

Ze had zelfs nog driehonderd reclame­borden laten drukken, voor een extra zetje in de verkoop. Nu heeft ze driehonderd borden thuis in een doos. "Ik laat ze signeren en verkoop ze voor het goede doel. De Nierstichting. Mijn moeder was nierpatiënt, ze overleed twee jaar geleden. Zo is ze er toch nog een beetje bij."

Het moet een groot feest worden, maar de mensen moeten elkaar wel nog gewoon tegen kunnen komen. Het affiche staat als een Jordanees huis: Willeke Alberti, André Hazes junior, Peter Beense, Wesly Bronkhorst, Tino Martin en nog vele anderen. Lange Frans presenteert.

Dit is de laatste keer, ik weet, jij kijkt nu op me neer, maar straaaaaks...
Het mooie: aanvankelijk reageerde Paradiso niet eens, Anne-Marie kon mailen wat ze wilde. "Ze dachten vast: dat café is helemaal gek geworden."

Maar Nol heeft sinds twee jaar ook een eigen podium op Dutch Valley, het Bij-Ons-In-De-Jordaanpodium, en daar leerde ze Rob Bout kennen en via zijn contacten kwam het alsnog goed. Paradiso gaat 12 december nog wat beleven.

Anne-Marie: "Kijk, we hebben ook gin-tonic, maar niet met malle fratsen. Gewoon: longdrink, citroentje, stokkie en hup. Onze oude garde blijft trouw aan een borreltje-cola of een vieuxtje-cola. En een baco natuurlijk, en wodka-cola - dat zijn altijd de hardlopers. Maar Paradiso had zoiets van: vieux? Vieux, ja. Ze hadden geloof ik één doosje jonge jenever staan. 'Dat is niet genoeg,' zei ik."

Want zij is alles, alles, alles, alles in éé-héén...

In het rustige hoekje van de bar, bij het raam, het best mogelijke plekje in Café Nol op een drukke avond, zitten twee vrouwen, die je meteen, zolang het nog kan, tot Jordanees cultureel erfgoed moet benoemen. Zussen, vanzelfsprekend: Sylvia (70) en Sonja (65) Peters. Dit is hun plekje.

Sylvia: "Vrijdag én zaterdag."

Sonja: "En donderdag. Want dan zingt Ronald Engel."

Ze zijn hier om een beetje mannen op te pikken, zeker? Sonja: "Néééé!" Sylvia: "Effe blij dat we zonder man zijn!"

Stond zelfs in dubio, maar ik nam geen enkel risico...

De barvrouw zet vier bier en vier pikketanissies op een dienblad en schenkt een Malibu-cola.

In Paradiso hebben ze geen idee wat hen straks overkomt, géén idéé.

De vaste portier Beeld Dingena Mol

Familiebedrijf Nol

Nol en Miep kregen drie kinderen: Ali, Tobi en Nol jr.. "Daar was niet diep over nagedacht," zegt Anne-Marie, de dochter van Ali.

Het concept van Nol is nooit veranderd. Twee mannelijke obers die zich door de zaak wurmen ("Een kolerebaan. Maar ja: een café is leuk, maar je moet ook kunnen bestellen") en twee vrouwen achter de bar. Dus Miep en dochter Ali achter de tap, de zonen Nol en Tobi als ober, en vader Nol aan de deur.

In 1979 verkochten Nol en Miep het café aan hun kinderen. Een tijd hadden ze zelfs nog een paar cafés (The Family, Babylon en Plenty) erbij. Maar uiteindelijk keerden ze terug naar de kern: Café Nol.

In 2012 verkocht ome Nol het café aan Anne-Marie, nadat hij en zijn vrouw Ans Uilenbroek twintig jaar de zaak hadden gerund. En straks gaat Anne-Maries dochter Lisa het café overnemen. Lisa doet in het weekend de garderobe, maar op donderdag staan ze samen achter de bar. Dat is dan de derde generatie moeder-dochter achter de bar.

"Het is genetisch. Als de horeca onder je huid kruipt, is dat niet meer te stoppen. En als je met een van ons aantrouwt, sta je dezelfde dag nog glazen op te halen. We hebben ook geluk met onze crew. Sommigen werken hier al twintig, dertig jaar. Ook al zijn ze geen bloedverwanten, het voelt als familie."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden