Plus

Michael Varekamp: 'Die trompet is echt mijn stem'

Op de Klapstoel: trompettist Michael Varekamp (1968). Hij speelt in de voorstelling Miles! en is vanaf maart te zien in Louis! - What a Wonderful World, over zijn eerste rolmodel Louis Armstrong. Een interview in 15 trefwoorden.

Kenneth Vermeer? Je moet bij zoiets meteen de wedstrijd staken, zegt Michael Varekamp.Beeld Harmen de Jong

Rotterdam
"Ik ben als baby afgestaan, ik ben in Rotterdam in een geboortekliniek geboren en geadopteerd toen ik een half jaar was. Mijn ouders, mijn adoptieouders, kwamen uit die buurt en als het ging over 'de grote stad', was dat altijd Rotterdam. Ik heb er veel gespeeld ook, er is een leuke, fijne mentaliteit, heel down to earth maar ook avontuurlijk."

Louis Armstrong
"Elf was ik toen ik hem ontdekte. Mijn ouders hadden thuis één jazzplaat, van Louis dus. Het voelde meteen alsof hij bij mij hoorde. Ik ben opgegroeid in Bodegraven, in een blanke omgeving. Kennelijk vervulde hij toch de behoefte aan een zwart rolmodel. Wat belangrijk is: hij was ook een soort weeskind, hij leerde trompet spelen in het weeshuis. Ik vind Louis Armstrong de oerknal van de jazz, hij heeft het concept jazz zoals we dat later zouden kennen geïntroduceerd, qua frasering, qua solo's, qua manier van zingen."

"Nee, dat ik trompet ben gaan spelen komt niet door hem. Zou voor het verhaal wel mooi geweest zijn hè? Mijn ouders hadden gehoord, en dat is later bevestigd, dat mijn biologische vader muzikant was, hij speelde saxofoon. Zij dachten: daar moeten we wat mee. Dus ging ik naar de muziekschool. Eerst blokfluit, daarna trompet. Ik mocht van mijn moeder niet naar buiten voordat ik een half uur trompet had gespeeld. Dan riep ze onder aan de trap: 'Later zul je me dankbaar zijn!' Kennelijk had ze een vooruitziende blik."

Conservatorium
"Ik had een nare leraar, zo'n gefrustreerde militair. Die stond altijd op mijn buik te slaan, dat ik meer ademsteun moest geven. Met die lessen ben ik gestopt. Maar ik ben wel blijven spelen, een geluk bij een ongeluk. Gewoon zelf klooien. En op mijn zestiende, zeventiende ben ik verder gegaan met lessen. Ik was zo gegrepen door de warmte, de swing, het losse van de jazz, het improviseren. En die trompet is echt mijn stem. Er is een boekje over karakters en instrumenten. Die trompet staat voor onafhankelijkheid, voor je eigen weg willen uitstippelen. Iemand die bas speelt bijvoorbeeld, is toch meer dienend. Ik ben op het Conservatorium in Den Haag aangenomen. Ack van Rooyen gaf er les, Jarmo Hoogendijk. Voor trompet was dat echt the place to be."

Fra Fra Sound
"Wat we deden met Fra Fra Sound was ons door de zwarte muziekgeschiedenis heen werken. Eerst vanuit de Surinaams-Afrikaanse traditie, maar we reisden met de band de hele wereld over. Dat was een ontzettende eyeopener. Opgroeien in Bodegraven en dan op je 22ste, 23ste overal naartoe. Cuba, Zuid-Afrika, Mali. Dat is een heel belangrijke fase geweest, eigenlijk een soort kennismaking met de zwarte cultuur." "We waren soulmates, en voor iedereen was het een leerzame periode. Meer dan leerzaam. Vormend. We waren vlak nadat de apartheid was afgeschaft in Zuid- Afrika, een euforisch land met toen nog alle hoop. Ik heb drie maanden met mijn hoofd in de wolken gelopen."

Desmond Tutu
"Toen hij naar Den Haag kwam voor de Burgerschapslezing acht jaar geleden heb ik in opdracht Tutu's Suite geschreven, een stuk in vijf delen. Hij heeft het gehoord en me de hand geschud. Een heel ontwapenende man. Zijn boodschap was 'heb uw naaste lief', en dat in vele varianten. We hebben natuurlijk niet uren gekletst. Maar het wonderlijke is dat je je toch héél even een deeltje van de wereldgeschiedenis voelt."

Trinidad
"Als musicus, als kunstenaar had ik de zwarte cultuur onderzocht, maar ik liet mijn eigen stukje buiten beschouwing. Mensen vroegen me wel: waar kom je vandaan? Ik was algemeen zwart, eigenlijk, maar exact wist ik het niet. Toen op mijn 38ste mijn kinderwens urgenter werd, ben ik het gaan uitzoeken. Kleur is één ding, maar er is ook nog zoiets als wie of wat."

"Dit wordt zo wel het grote adoptie- interview hè? Mijn biologische moeder bleek in Capelle aan den IJssel te wonen. Zij werd erdoor overvallen dat ik contact zocht. Meisjes moesten destijds ook een verklaring ondertekenen dat ze niet op zoek zouden gaan naar hun kind. Maar ze is het vrij snel gaan ervaren als een groot cadeau. Er is een band. Ze heeft Frans bloed, Marokkaans bloed, Joods bloed. Mijn biologische vader kwam uit Trinidad en ik ben verwekt in Londen. Ja, er zijn heel veel kleuren zwart."

Kenneth Vermeer
"Ik snap niet dat dat massaal getolereerd wordt. Ik vind het walgelijk en alle partijen hebben boter op hun hoofd. Je moet bij zoiets meteen de wedstrijd staken, dát is normaal. Het gebeurt steeds opnieuw en het signaal is steeds dat het wel kan. 'Het is niet oké, maar...' Ja, ik ben óók gepest, afgewezen voor banen, heb kamers niet gekregen of ben ronduit gediscrimineerd. Extra aangehouden door de politie. Die hele discussie is echt waar. We hebben allemaal zo'n lijstje."

Dochter
"Ze is zes, ze woont bij haar moeder in Den Haag. Mijn vader was al overleden, mijn moeder moest niets hebben van die zoektocht naar mijn biologische achtergrond. Maar de laatste jaren voor haar dood, toen het relevant werd, was ze dement. Ze is zich er nog wel, net, bewust van geweest dat ze oma zou worden."

Acteren
"Ik ben geen acteur hè? Maar de jazz heeft ook een heel klassieke kant. Als je Bach speelt, moet je de componist doorgronden. Speel je Miles Davis, of Louis Armstrong, dan moet je je ook verhouden tot de persoon. Het is niet zozeer een rol spelen als wel je verdiepen in het personage. Bij Miles! zoek je als speler die donkere, mystieke kant van Miles Davis op. Bij Louis! is het het omgekeerde. Waar Miles zich eenzaam maakt, treedt Louis juist naar buiten. Die staat met zijn armen wijd gespreid en zegt: kom maar hier! Maar als je goed kijkt, zit daar ook iets ongenaakbaars in. Zijn blijdschap heeft iets monumentaals, hij straalt er mee uit dat hij niet stuk te krijgen is. Miles gaf erop af: 'Dat gegrijns altijd.' Maar het is nooit zomaar een beetje lachen geweest."

Joy
"Joy Wielkens. Ik heb eerder met haar gewerkt in een Billie Holiday-tribute. Ze zingt en acteert te gek. Het is niet zo dat we muziektheater willen maken. Het is een voorstelling met theatrale elementen die heel dicht op de huid zit. Wat we doen in Louis! is Louis als het ware demonteren en van verschillende kanten laten zien. Joy staat voor de vrouwen die belangrijk zijn geweest in zijn leven. De eerste, die er niet was: zijn moeder, die werkte in de prostitutie. En hij is vijf keer getrouwd geweest, naast die lachende kant is het ook mooi die tragische kant te onderzoeken."

Sikje
"Ooit heb ik dat laten staan toen ik in de ban was van Dizzy Gillespie. Tot het conservatorium was Louis Armstrong mijn enige voorbeeld, maar daar kwamen vanzelf andere trompettisten langs, Dizzy, Freddie Hubbard, Kenny Dorham. Maar dat sikje is inmiddels autonoom. Ik ben geen kopieerder, ik speel ook heel graag mijn eigen muziek."

Kobe Award
"Gewonnen in 2000, een aanmoedigingsprijs. Dan mag je optreden op het Kobe Jazz Street festival in Japan met een tourneetje erachteraan. Toch leuk om een keer een prijs te winnen. Zoals de media zich vooral richten op een paar mensen, zie je ook prijzen veel op dezelfde plek terechtkomen. Ik ben natuurlijk heel breed ontwikkeld, hou me bezig met de historie. Dat is voor mensen moeilijker dan wanneer je vanaf je twintigste alleen met je eigen muziek bezig bent. Dat maakt me atypisch. Maar hoe ik het doe bevalt me prima, ik hou erg van mijn eigen koers."

Engel
"Regisseur Marcus Azzini van Toneelgroep Oostpool wilde in 2012 in de voorstelling Tramlijn begeerte een mystiek personage, een soort engel. Dus kwam ik te pas en te onpas op met mijn trompet. Wat ik daar leuk aan vond, sowieso aan cross-overs, is je te laten inspireren door iets anders dan muziek. Dan klikt je hoofd open. Ik schilder ook, een beetje een uit de hand gelopen hobby. Een beetje Cobra-achtig. Wel serieus hoor, niet dat je denkt dat ik het niks vind. Wat heel interessant is, is het verschil in tempo. Speel je op trompet een solo, dan moet je heel snel reageren. Bij een schilderij kun je afstand nemen, eromheen lopen. Maar het creatieve proces, de lijnvoering, vlakken inkleuren, zijn ook elementen die je in een solo gebruikt."

Cotton Club
"Ik dacht: leuk om daar af te spreken, op de Nieuwmarkt. Blijkt ie nog dicht. Het wordt wel de meest jazzy club van de stad genoemd. Ik speel niet zo vaak meer in cafeetjes. Maar in zo'n Cotton Club kun je het bijhouden en een beetje plezier maken. Experimenteren, een stuk voor de eerste keer spelen. Heel dicht op de mensen. Die kant hoort ook echt bij de jazz."

Joost Niemöller
"Wie is dat ook weer? Je moet me even helpen. Auteur, PVV? Ik ben zwaar anti-PVV, ik vind ze gevaarlijk en antidemocratisch."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden