Plus

Met schoonmaakster Ludwiga mee terug naar Polen

Ze zuigt de teennagels uit het vloerkleed en haalt de haren uit zijn doucheputje. Toch neemt Paul Teunissen zijn schoonmaakster Ludwiga al tien jaar voor lief. Om haar te leren kennen, rijdt hij met haar naar haar thuisland Polen. 'Op de terugweg moet je alles weer vergeten.'

Met Ludwiga onderweg naar Polen. Het is tien uur en duizend kilometer rijden naar Legnica Beeld Roger Cremers

Mijn Poolse schoonmaakster Ludwiga en ik zijn onderweg naar Polen. Ze heeft een woordenboek meegenomen. Zij noemt het een wonderboek. Dit is geen poëtische vondst, maar zo spreekt ze het uit.

Via het wonderboek moet ik haar leren kennen. Wil ik ontdekken wie die vrouw is, die al zo'n acht jaar bij ons schoonmaakt. "Tien," zegt ze. Ze weet het nog precies. Mijn dochter was drie maanden oud. Dus dit is een jubileumreis.

Waarom heb ik er niet bij stilgestaan? Het tekent onze verhouding ben ik bang. Ik neem haar voor lief. Elke maandagochtend zuigt ze zonder mopperen onze teennagels uit het vloerkleed en haalt onze haren uit het doucheputje.

Ludwiga wil wel vertellen wie ze is, maar moet naar Polen voor een bezoek aan haar arts. Daarom rijden we erheen.

Nederigheid
Ludwiga (50) is klein - ik schat 1,58 meter - slank en heeft vriendelijke bruine ogen. Soms komt ze met haar dochter schoonmaken. Andere keren heeft ze haar moeder van zeventig achterop de scooter, vanuit Zaandam. Buiten trekken ze hun regenpak uit en slaan ze de armen warm tegen hun lichaam. Als ze licht zien branden durven ze niet naar binnen, omdat wij in ons trage ochtendritueel zitten.

Als het te hard regent, klinkt geklop op de deur en komt ze door een kier naar binnen, met grote verontschuldigende ogen. "Sorry." Haar nederigheid vind ik ongemakkelijk. Het maakt mij superieur.

Beeld Roger Cremers

Eerder maakte ik nog snel het huis aan kant, zodat Ludwiga geen gebruikte onderbroeken of een vuile wc aantrof. Maar een schoonmaakhulp moet je leven veraangenamen. Dus liet ik het los.

Om mijn ongemakkelijke gevoel te compenseren bracht ik hen met kerst een bezoek op de Oudezijds Voorburgwal. Ze woonden daar destijds met zijn drieën in een kamer van twintig vierkante meter, voor achthonderd euro. Dat was alvast 65 uur schoonmaakwerk.

Het opbouwen van een menswaardig bestaan is over het algemeen veel zwaarder voor nieuwkomers.

Perfecte mix
Ik had een zak met cadeautjes. Lekkers van de supermarkt. Ik vond dat ze er blij mee mochten zijn. Ze deden dankbaar. Een week later stond er op ons aanrecht een grote fles drank en een enorme Poolse taart. De kwaliteit van hun cadeaus lag aanmerkelijk hoger.

Wie is die vrouw die al zo lang bij ons over de vloer komt? Waarom heb ik in al die jaren nooit over een man gehoord?

Haar vroegere woonplaats Legnica, een leeggelopen provinciestad, ligt op 1000 kilometer rijden. Tien uur samen met Ludwiga, die geen Nederlands, Duits of Engels spreekt. Maar wel een mix, zegt ze. "De perfecte mix."

De perfecte mix voor wat. Totaal onbegrip?

Ze wil dat ik haar een stoomcursus Nederlands geef.

Wat me opvalt, is dat ze steeds straks zegt, terwijl ze daarna bedoelt.

"Niet straks," zeg ik, "maar daarna of en toen, of later."

"Ja goed," zegt ze. "Straks als ik uit Polen kwam en in Amsterdam ging met mijn rugzak."

Bruine stukjes
Zondag hielp ik haar met het schoonmaken van een kantoorpand in de Bijlmer.

"Wat wil je doen?"

"Doe de toiletten maar."

Zoals ik bij een chirurg zou willen opereren, wilde ik hier het meest veeleisende werk doen. Dat kwam haar goed uit. Met mijn lengte kon ik de tegels tot aan het plafond doen. Nederlanders zijn reuzen, zei ze. En zij zijn de dwergen.

Klein zijn heeft zijn voordelen in de schoonmaakbranche, want uiteindelijk eindigt al het vuil door de zwaartekracht op de grond. Daar kruipt Ludwiga onder tafels en bedden om stofdeeltjes en zoekgeraakte sokken op te vegen.

De wc-ruimte had allerlei hoekjes en wel duizend tegels, die moesten geboend tot ze gingen glanzen. Achter de wc-pot zat een hardnekkig bruin plekje, dat niet weg wilde. Ik drukte mijn nagel in het doekje en krabde aan het bruine stukje, dat langzaam afbrokkelde.

Guerilla
Als er iets van de schoonmaker wordt verwacht, is dat het verwijderen van bruine stukjes achter de pot. En schaamharen, die in een krans rond de pot leken gestrooid.

Ik vroeg Ludwiga of de tegels zo goed waren. Ze zei dat ik eerst zelf moest beoordelen of ik mijn werk goed had gedaan. Daarna kon ik het haar vragen.

De buitendeur moest ik op een kier houden. In kleine ruimtes neemt Ludwiga vaak een ademteug en schrobt ze tot ze naar adem snakt. Bleek en chloor slaan op haar longen. 's Avonds zit ze met brandende ogen.

Ludwiga deed de ramen. Die zijn een crime in Amsterdam. Ze vermoedt dat er een guerrilla gaande is, dat er in het donker auto's langs de pas gezeemde ramen rijden en er zand en roet tegenaan gooien. Onder de aanvliegroutes van Schiphol is het nog erger. Op ramen van klanten in Buitenveldert zit een olieachtige substantie, misschien kerosine die de vliegtuigen afwerpen.

Rode slipjes in de bestekla
Ludwiga praat veel. Ze begrijpt dat een verhaal over een schoonmaakster smeuï­ge details moet bevatten. Toon haar een woonhuis en zij zal je alles vertellen over het karakter van de bewoners.

Ze vertelt over rode slipjes in de bestek­la. Over de klant die een papiertje achter een stapel handdoeken verstopt, om te zien of zij daar wel schoonmaakt. De familie van acht, met een badkuip vol sokken die ze elke week moet sorteren. Over de vochtige plekken die ze in de lakens vindt.

Het stoort haar niet. In Italië werkte ze met oude gehandicapte mensen. Daar had ze een veelvoud aan lichamelijke vloeistoffen gezien. Zelf is ze ook een mens. Ze weet hoe het werkt.

Sekstoys die ze naast het bed vindt, behandelt ze hetzelfde als een bloemenvaas. Ze tilt ze op, maakt de vloer schoon en legt ze terug.

Ludwiga ondersteunt haar woorden met haar handen. Haar vingers maken figuurtjes. Als ze over haar dochter of moeder spreekt, beginnen haar ogen te stralen.

Wat een leuke vrouw.

Antiperistaltisch
In de verte doemen de Oost-Duitse bossen op, met daarboven een roze lucht. Eindelijk wat anders dan het grauw dat van Zaandam tot Potsdam boven ons hing. We zijn zes uur onderweg. Het gaat goed. Hoewel drie dagen in elkaars nabijheid te zijn als een bedreigende periode aanvoelt. Wat als we elkaar niets meer te zeggen hebben?

Straks al dat eten dat haar moeder zal voorschotelen. Zelf drank stoken is een nationale sport in Polen, waarschuwde iemand me. Net als het bereiden van traditionele gerechten die naar ontlasting ruiken.

En dan vriendelijk blijven lachen, terwijl de antiperistaltische bewegingen van je slokdarm op gang komen. Bedenken hoe je ongezien naar de wc komt, terwijl twee bezorgde vrouwen in hun perfecte talenmix vragen of het wel gaat.

Voorlopig zijn we al voorbij Berlijn en zoeven we richting Cottbus. Ludwiga houdt een plastic bakje met appelstukjes voor me op. Even later, in het donker, pakt ze mijn hand en laat er een flinke hoeveelheid Tictacs in rollen.

Ik denk aan de vakantiereizen met mijn vrouw, die begint te mopperen als ik na 400 kilometer rijden vraag of ze misschien de dop van de waterfles wil draaien. Dat ik niet moet denken dat ze mijn bediende is en zij ook met vakantie is: "Hoor!"

Nee, dan mijn schoonmaakster.

Gebonkeklonk
In een wegrestaurant begint Ludwiga over haar jeugd. Dat ze de lieveling van haar vader was, een politieofficier met een kwade dronk. De lach verdwijnt van haar gezicht, als ze vertelt over hoe haar moeder en broertje trilden van angst, als vader tekeerging.

Een keer belde ze de politie en die hadden hun collega meegenomen. Ludwiga herinnert zich de blik van haar vader, alsof zijn lieveling hoogverraad pleegde.

Daarna kan ze niet meer praten. Liever wil ze buiten roken. Er komen drie zwerfkatten uit de struiken gekropen. Ze drukken hun lichamen tegen Ludwiga's benen. "Ik vertel het later wel," zegt ze.

Voorbij de Poolse grens gaat ons zachte geraas over in een gebonkeklonk van Hitlers betonnen platen. Zestig kilometer lang. Een dichte mist langs de weg.

"Mysterieus," zeg ik.

"Horrorachtig," zegt Ludwiga.

Haar moeder belt om te zeggen dat de Hollander moet opschieten, omdat de aardappelen op tafel staan te dampen. Ze lachen hard.

Het is een grapje dat ze maken, als ze om half zes 's avonds de haastige fietsers door de Amsterdamse straten zien gaan.

Poolse specialiteit
De kleine woning is prachtig schoon. Moeder Jadwika begroet me hartelijk. Ze heeft haar haren geverfd en draagt een feestelijke jurk. We kunnen meteen aan tafel. Een Poolse specialiteit: worst in een blad van witte kool.

Jadwika is sinds een paar maanden terug, voor de neuroloog. Ze hield kapotte knieën en chronische nekklachten over aan zestien jaar traplopen in een Beiers hotel.

Ludwiga begint het te voelen in de rug en haar vingers. Het lichaam is geen machine die je oneindig kunt repareren. Ze heeft een noodplan voor als haar lichaam verzaakt. Een paar jonge vrouwen helpen haar, maar ze is geen goede baas. Eentje heeft een fobie voor urinoirs. Ludwiga zou streng moeten zijn, maar ze heeft afgesproken dat zij de urinoirs zal doen en de jonge vrouwen de rest.

Vijftien jaar geleden hing Ludwiga haar rugzak om en vertrok ze naar Italië, om de kunstopleiding van de 15-jarige Julia te bekostigen. Toen het daar minder ging, trok ze naar Nederland. Ze hield van het idee dat ze haar rugzak kon omhangen. Ze was een economisch zwerver.

Kraakpand
In Polen werkte ze in het theater, als assistent van de directeur. Kreeg ze eind van de maand 180 euro in haar hand. Ze kon zich nooit iets extra's veroorloven. Ze snapt niet hoe mensen in Polen een behoorlijk inkomen verdienen. Het knaagt aan hun zelfrespect.

In Amsterdam was veel werk. Werd ze steeds gebeld of ze ook bij dat gezin wilde schoonmaken. Ze rekenden op haar. Moeders stuurden haar dankbare berichtjes. Zo had ze haar rugzak weggedaan en belde ze Jadwika, om kleren en boeken te brengen. Jadwika wilde maar wat graag kijken waar haar dochter, de mooiprater, uithing. Waren de mensen wel goed voor haar? Was er niets met drugs?

Ludwiga en Julia sliepen in een kraakpand. "Maak je geen zorgen," zei Ludwiga. "Het wordt beter. Ik verdien geld. Straks kan ik een huis huren en kun jij bij ons wonen."

Dat eerste jaar had ze al het werk aangenomen. Overdag maakte ze schoon bij gezinnen. 's Avonds deed ze kantoren en daarna hielp ze een vriendin bij het schoonmaken van Airbnb-appartementen. Werkte ze tot diep in de nacht en fietste ze in de vroege ochtend met Ikea-tassen vol vuil beddengoed - een op het stuur, een tussen haar benen en twee achterop - naar de wasserette.

"Er hangt een waas van slaapgebrek over die tijd," zegt ze.

Zuinig op haar moeder
De vrouwen zijn hecht met zijn drieën. Bellen elkaar dagelijks. In Nederland probeert Ludwiga niet aan haar familie en vrienden te denken. Ze kan beter werken zonder dat gevoel van gemis.

Jadwika is in haar hoofd altijd bij haar dochter. Is het niet te zwaar voor haar? Zal ze het wel redden? Terwijl ze het uitspreekt, moet ze huilen.

Jadwika hoopt nog een 'bisseli weiter zu leben'. Samen met Ludwiga en Julia. Helpen met schoonmaken, maar Ludwiga wil zuinig zijn op haar moeder.

Ludwiga zegt dat ze snel weer mee kan, maar eerst moet ze zelf naar de specialist in Polen. Nederlandse artsen begrijpt ze niet. Eerst had ze dokter Maartje, die haar de regels uitlegde en formulieren met haar invulde. Maar Maartje ging weg en de volgende dokter zei: zoek maar op internet.

Ze wil niet dat Julia gesprekken met de arts vertaalt. Het gaat over intieme dingen, moeilijke klachten, waar haar dochter niets van hoeft te weten.

Nu ze hier is, wil Ludwiga ook een oom van negentig bezoeken. Ze ziet er een beetje tegenop. Is bang dat hij op haar ligt te wachten, zodat hij kan sterven.

Ik krijg het tweepersoonsbed in de slaapkamer. Ludwiga en haar moeder nemen de slaapbank in de woonkamer. Elk Pools gezin heeft een slaapbank voor dit soort bezoek. Er is een Pools gezegde, dat als een gast komt, het is alsof God op bezoek is.

Nationalistische wind
Vandaag is de viering van het honderd­jarig bestaan van het nieuwe Polen. Er hangen rood-witte paraplu's boven de straten. Leger, politie en brandweer laten zich van hun beste kant zien, met voertuigen waar kinderen en ouders op mogen klimmen. Om twaalf uur zullen de inwoners gezamenlijk het volkslied zingen.

Ludwiga en Jadwika voelen er weinig voor om de stad in te gaan. Een tijdlang ging het goed met Polen. Was het rustig en ging de economie een beetje vooruit. Met de nieuwe regering waait er een nationalistische wind door het land. Vorig jaar liepen er op deze feestdag zestigduizend fascisten door Warschau.

Een tijdje terug liepen Ludwiga en Julia hand in hand door de stad. Riep een vent dat de oude lesbie die jonge vrouw met rust moest laten. Vroeger was zo'n opmerking zeldzaam.

Hun toekomst ligt in Nederland. Daar heeft Ludwiga haar business. Het is nog klein, maar misschien wordt het groter. Ze ervaart er geen homofobie, geen racisme.

Mensen mogen zijn wie ze willen. Van de zomer reden ze met de scooter naar Castricum, had de gemoedelijkheid van het strandleven hen verrast. Er waren geen dronken kerels. Niemand werd lastiggevallen.

Oneerbaar voorstel
In Italië vroeg menig man bij wie ze schoonmaakte of ze met hem naar bed wilde. Nee, ze was aan het werk. De volgende dag vroegen ze het gewoon weer.

In Nederland deden Martin en Karel haar geen oneerbare voorstellen. Zo hoort het te zijn natuurlijk, maar in het begin wist ze niet wat ze kon verwachten.

Een keer kwam de belastingambtenaar bij haar. Die wilde dat ze naast hem kwam zitten. Ze zei dat ze liever stond, zodat ze snel koffie voor hem kon pakken. Later boog hij over haar heen om op de pc te helpen en toen hij wegging kuste hij haar en zei dat ze hem altijd kon bellen.

Verder was ze nooit lastiggevallen door een Nederlandse man. "Als ik een man was en jij kwam schoonmaken, zou ik je elke dag een oneerbaar voorstel doen," zegt haar moeder.

Iets terugdoen
Het valt me zwaar al hun vriendelijkheden in ontvangst te nemen. Te gast zijn is een oefening in dankbaarheid. Ik wil iets terugdoen. Voor al het vlees, de zelfgestookte likeuren, hun verhalen - voor alles.

Ik sta erop om hun boodschappentassen te dragen. Ik hou elke deur voor ze open, sta mijn sjaal af aan de kouwelijke Jadwika en maak complimenten over hun kleding. Zeg dat het bed heel goed slaapt en de douche prima werkt en dat het uitzicht achter, die afgebladderde oude muren met kogelgaten uit de Tweede Wereldoorlog, me geenszins stoort.

Ik mag ze naar het ziekenhuis brengen. We passeren de militaire begraafplaats. Vorig weekend heeft Jadwika het graf van haar man schoongemaakt. Er een bos bloemen op gezet. "Je hebt het niet verdiend," liet ze hem weten.

Het ziekenhuis lijkt op een voetbalkantine. Het linoleum zit vol gaten. Er zitten veel jonge gezinnen. Jadwika moet een prik halen voor haar pijnlijke nek. Op een normale afspraak moet ze zes maanden wachten. Als ze geld meebrengt, kan het op dezelfde dag.

Kind gebleven
Ik vraag waarom haar vader geen bloemen op zijn graf verdient. Ludwiga vertelt dat, als haar vader begon te drinken, ze zich terugtrokken in de kleine kamer. Dat hij uiteindelijk kwam, boos om een verkeerde opmerking, met zijn dienstwapen in de hand. En hij de loop tegen haar hoofd zette. Of tegen dat van haar broertje of zijn vrouw.

Dan komen de tranen. Eerst bij Ludwiga, dan bij Jadwika. En daarna bij mij.

Achttien jaar later is het nog moeilijk. Ze leden onder zijn tirannie. Als ze naar het politiebureau gingen om te zeggen wat vader, hun collega, deed met dat pistool, werd er niet gereageerd.

Hij stierf aan slokdarmkanker, door de drank. Op zijn begrafenis huilden ze niet. Hun tranen hadden ze al tijdens zijn leven vergoten.

De mannen in hun leven brachten weinig geluk. Ludwiga's ex, de vader van Julia, was niet veel beter. Die beloofde zijn kleine meisje op zondag te bezoeken. Zat Julia netjes te wachten op haar vader. De tijd verstreek, maar haar vader kwam niet. Ook de volgende tien zondagen niet. Later, toen Julia elf was en haar vader opnieuw wilde komen, zei ze dat ze al een andere afspraak had.

De meeste mensen worden wijzer, maar haar ex is altijd een kind gebleven. Julia heeft hem nooit meer gezien.

Zonder mannen hebben ze het goed. Ze maken weinig ruzie. Soms kissebissen ze wat en trekt ieder van hen zich terug in zijn eigen ruimte. Na een uur begint Jadwika wat te koken, zoekt Julia een leuke film op internet en kruipen ze dicht tegen elkaar op de bank.

Bonnen voor panty's
De laatste tijd heeft Ludwiga stress. Ze is bang dat haar plan in gevaar komt, nu Polen op ramkoers ligt met de EU. Wat als de EU zal zeggen: "Bye bye Polen."

"Je gelooft het niet?" vraagt ze mij. Kijk naar Groot-Brittannië. Eerst leek alles rustig. Toen kwam er een referendum en nu is het bye bye. Wat zal er met haar gebeuren als ze Polen eruit gooien? Wat zal Nederland haar zeggen?

"Ludwiga, lijkt je werk op raketwetenschap? Denk je dat je onmisbaar bent? Ben je een kind uit een oorlogsgebied dat medelijden verdient of een 50-jarige schoonmaakster die ook in Polen kan schoonmaken?"

Dan is het 'Doei doei, Ludwiga'.

's Avonds praten we in het café over het communistische Polen.

"Zitten we hier omdat ik geen bier in huis heb?" vraagt Jadwika.

Ik maak uitvoerig mijn excuses. Het heeft niets te maken met de afwezigheid van wat dan ook in haar huis.

"Oké, drink dat bier op. We gaan thuis verder praten."

Ondergronds handelen
Bij kweeperenlikeur vertellen ze over een wereld zonder kleur. Hoe er in november een vrachtwagen met winterjassen de stad binnenreed en de volgende dag alle vrouwen in dezelfde winterjas liepen.

Daarom kan Ludwiga niet door de Leidsestraat, zegt ze. Zodra ze een schoenwinkel binnenstapt, slaat haar brein op tilt. Vroeger was er één model schoen, kon ze kiezen uit bruin of zwart. Kreeg iedere vrouw twee bonnen per jaar voor panty's. Ze moeten er smakelijk om lachen.

Tot 1988 was alles op de bon: chocola, koffie, drank, sigaretten. Jadwika werkte bij de slager en had vlees te verhandelen. Daarmee liep ze naar de drankhandel, die iets van onder de toonbank haalde. Heel Polen handelde ondergronds.

Op school leerde Ludwiga een klein beetje over die andere ontaarde wereld, waar de mensen verziekt waren door geldzucht en luxeproducten.

Protestzangers
Later kreeg de stad geleidelijk kleur. Eerst via marktstalletjes die bonte spullen uit het Westen verkochten.

Jadwika herinnert zich de eerste keer Duitsland, met de auto naar Dresden. Ze had haar ogen uitgekeken. "In Polen was er alleen zout en azijn en daar was alles."

Ze draaien muziek uit die tijd. Mooie liedjes van protestzangers, met teksten over de donkere hemel boven Warschau en dat vrouwen moeten slapen tot het vechten voorbij is.

In die tijd studeerde Ludwiga filosofie. Ze studeerde af op de interpretatie van de condition humaine door Socrates en Marcuse. Ze vertelt het zonder groot vertoon.

Dus een filosofe haalt de haarslierten uit mijn doucheputje.

Meditatieve toestand
"Is het niet ongemakkelijk om andermans vuil op te ruimen na een universitaire studie?"

"Denk je dat Nederland meer filosofen nodig heeft, of meer schoonmakers?"

Wat extra filosofen kan ook geen kwaad.

"Goed. Dan kom ik volgende keer naar je huis om samen te filosoferen."

Voor haar klanten is ze de buitenlander die hen niet verstaat. Die rol bevalt haar. Het schoonmaken kan een meditatieve toestand zijn. Ze denkt aan andere dingen. Aan de tsunami aan Polen waarover ze las. Ze begrijpt dat Nederlanders moeite hebben met de exodus richting het Westen.

Polen komen naar Nederland. Oekraïners naar Polen. Een deel is goed. Die werken, doen boodschappen en zijn rustig. Een ander deel drinkt, steelt en maakt herrie. Zelf is ze met een kleine koffer naar Nederland gekomen. Eentje zonder ideologie, zonder grote tradities die ze hier wil invoeren.

Ze is gekomen om het economisch beter te hebben.

Potjes zelfgemaakte jam
Ook in Polen kennen ze de zegswijze dat bezoek maar drie dagen goed blijft.

"Ja, besuch stink machen," lacht Jadwika.

Het is maar goed dat ik vertrek, voor ze zich gaan storen aan mijn gewoonte om lang te douchen, zodat zij koud water hebben. Ik mijn ergernis over die eeuwige Poolse televisie en die flessen zelfgestookte drank niet meer kan onderdrukken. Je donkere, norsige kant laat zich niet oneindig wegcijferen.

Ludwiga en haar moeder hebben zich mooi aangekleed. Moeder geeft me een tas vol potjes zelfgemaakte jam. Ik neem me voor om niet emotioneel te raken. Wel voel ik dat ik ruimte in mijn hart moet vrijmaken voor deze vrouwen. Moeten de anderen maar een beetje inschikken.

"Onderweg moet je alles weer vergeten," zegt Ludwiga.

Als ze bij ons komt schoonmaken, moet het weer net zo zijn als het was.

Ludwiga en Julia zijn pseudoniemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden