Column

Met het nadrukkelijk uitventen van je misère maak je geen vrienden

Albert de Lange (57), bijna dertig jaar redacteur bij Het Parool, is 'uitbehandeld'. Hij verkent, vermoedelijk niet lang meer, de route naar zijn aangekondigde dood.

Albert de LangeBeeld Jan van Breda

Wanneer me gevraagd wordt hoe het gaat, zeg ik de laatste tijd 'best goed'. Net als gezonde mensen hoop je met zo'n antwoord net voldoende scherm te plaatsen tegen vervolgvragen, die bij de start van een ontmoeting de toon lelijk neerwaarts kunnen zetten. En zie daarna maar eens van de meewarigheid af te komen.

Er zijn mensen die op de vraag naar hun welbevinden niet aarzelen te zeggen 'niet best'. Zij willen graag direct hun particuliere ellende, eventueel hun open been, op tafel leggen in de idiote veronderstelling dat derden daar belangstelling voor hebben.

Met het nadrukkelijk uitventen van je misère maak je geen vrienden, niemand vraagt deze mensen meer hoe het met ze gaat. Beter is het dat soort types de pas af te snijden met de mede­deling dat ze er heel goed uitzien. Dat beperkt de ruimte voor zeikverhalen enorm, al is het bij de geharde ziektegenieter nog geen garantie.

Ik had een tante - God heeft haar ziel, vermoed ik - die afgaand op haar eigen verklaringen zeker veertig jaar op het randje heeft gezweefd; hemeltergende pijnen en aanhoudend noodlot, andere onderwerpen hadden niet haar interesse. Haar dood, laat ik het zo zeggen, kwam op hoge leeftijd toch nog onverwacht.

Ikzelf lijd tegenwoordig aan het PHPD-syndroom*, een vooral onder sceptische artsen bekend ziektebeeld, dat zich vooralsnog met zetpillen met paracetamol (vorm en afmeting: raket) onder controle laat houden. Voor de niet-hypochonder en stoere kerel die ik vanzelfsprekend ben, kost het weinig moeite in gezelschap geen mede­delingen te doen over deze Kruisweg; zoals bekend hou ik de theevisites graag gezellig. Geobserveerd word ik, in mijn afgeslankte vorm, toch wel.

Ik heb nu besloten in elk geval door te leven tot 1 juni. Zo kan ik, kan mijn vrouw, de bonus meepakken die verbonden is aan een dertigjarige vaste relatie met mijn werkgever. Kun je niet laten lopen. Een verworven recht waarmee die werk­gever al jaren worstelt - om ervan af te komen uiteraard - nu men tegenwoordig na een jaar of tien wel klaar is met de 'competenties' van de meeste employés.

'Plaatsmakersregelingen' en andere oprotvondsten verdragen zich niet met een premie op levenslang dienstverband. (Goed moment wellicht om hier een moreel appèl te doen op de afdeling Menselijke Middelen: in geval van voortijdige dood die bonus graag overmaken naar de Witte Bedjes.)

Hoe het nu met me gaat? Er zijn pieken en dalen, met een neerwaartse lijn als constante - zoals de beurskoers van ABN Amro er de laatste maanden zou hebben uitgezien als niet was besloten er een nutsbank van te maken.

De hang naar frikandel speciaal, vorige week nog manifest, is verdwenen; het is al raadselachtig wat het lichaam doet met de min of meer vloeibare stoffen die ik tot me neem. Ik moet dokter Bart vragen of kankercellen er soms een autonome stofwisseling op nahouden, zonder residu.

Dat vasten is vol te houden als je voldoende rust: twaalf uur per nacht minstens en hazenslaapjes overdag, voor zover dat mogelijk is met alle lieve mensen die komen kijken hoe het me je gaat. Nee, dit is te cynisch: die je aangename afleiding, wijn en soep bezorgen. Geen kaviaar meer svp, dat brengt me maar in verlegenheid; ik moet ontzettend oppassen met wat ik hier schrijf. En geen eieren!

(*Pijntje Hier, Pijntje Daar)


a.delange@parool.nl

Wilt u reageren op deze column? Dat kan! Scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden