Plus

Met Geert Mak langs de huizen van Jan Six: 'Je weet niet wat je ziet'

Geert Mak (69) wilde wel weer een Amsterdams boek schrijven, maar nu eens niet vanuit de gewone man. Hij volgde de Jannen van de aristocratische familie Six.

Geert Mak en journalist Maarten Moll voor Kloveniersburgwal 103, waar de eerste Jan Six woonde tot de dood van zijn moeder. Beeld Dingena Mol
Geert Mak en journalist Maarten Moll voor Kloveniersburgwal 103, waar de eerste Jan Six woonde tot de dood van zijn moeder.Beeld Dingena Mol

Geert Mak zet zijn rode fiets tegen een Amsterdammertje. Achter hem staat een kolossaal grachtenpand. Zo eentje waar je al duizenden keren voorbij bent gefietst zonder het eens goed te bekijken.

Amstel 218. Het woonhuis van Jan Six de tiende. Daar hangt wat wel wordt beschouwd als het beste portret dat Rembrandt schilderde: Portret van Jan Six (1654).

Jan Six
In het huis aan de Amstel begint De Levens Van Jan Six, het nieuwe boek van Geert Mak. Een vier eeuwen omspannende Amsterdamse familiegeschiedenis, waarin de mannen allemaal Jan heten, die aanvangt in het jaar 1618, bij de geboorte van Jan Six. Jan Six de eerste, patriciër en kunstverzamelaar, zoon van een steenrijke lakenhandelaar.

Mak: "Ik kende de naam Six, kende dit huis ook, ik ben er rondgeleid - hier zijn ook de fantastische kunstverzamelingen van de familie Six te bewonderen; de collectie Six."

"Het is verbijsterend wat ik allemaal te zien kreeg toen ik onderzoek deed. De familie Six heeft van alles bewaard; archiefstukken, allerlei grote en kleine voorwerpen, tot tandenborstels aan toe. Je weet niet wat je ziet."

Originele huwelijkshandschoen
In het eerste hoofdstuk staat Mak opeens met een 'originele huwelijkshandschoen' in zijn hand. 'Even is het 1612' staat er dan. "Ik wist niet wat ik meemaakte. Hier gebruik je het begrip historische sensatie voor. Toen ik daar de eerste keer was geweest, liep ik te stuiteren over de gracht; dat dit mogelijk was."

Mak schreef drie jaar aan De Levens van Jan Six. Na omvangrijke werken over Europa (In Europa, 2004) en de Verenigde Staten, in het voetspoor van John Steinbeck (Reizen Zonder John, 2012), besloot Mak het dichterbij te zoeken.

"Ik had zo veel gereisd de afgelopen vijftien jaar... Ik had heel veel zin om weer een Amsterdams boek te schrijven. Daar komt bij; ik heb altijd van bottom-up de stad beschreven, vanuit de gewone man, zeg maar. Ik wilde het ook wel eens top-down doen. We weten wel wat van al die regenten, maar ook weer niet zo veel. Bicker, De Graeff, Coornhert, Six. Machtige mensen, de koningen van de Republiek."

Amstel 218, waar Rembrandts Portret van Jan Six hangt. Beeld Dingena Mol
Amstel 218, waar Rembrandts Portret van Jan Six hangt.Beeld Dingena Mol

Maagschappen
"Hiernaast (hij wijst op het pand Amstel 216) woonde Coenraad van Beuningen, topdiplomaat en meervoudig burgemeester van Amsterdam. Die werd op het eind van zijn leven helemaal mataglap. Hij heeft met zijn bloed op de muur staan krassen, dat beschrijf ik ook in mijn boek."

"En kijk, dat kun je nog steeds zien, dat is helemaal in die stenen getrokken. Dit huis heet ook Het Huis Met De Bloedvlekken. Ik heb al eindeloos lopen zeuren dat er glasplaten overheen moeten, want dit is echt historische graffiti."

We besluiten een kleine ronde te maken langs de huizen van Jan Six. Aan de Amstel heeft Jan de eerste nooit gewoond, we lopen in de richting van de Zuiderkerk, naar de buurt waar Jan Six opgroeide. "Het Amsterdam van begin zeventiende eeuw was enorm dynamisch, heel vol en druk. En het stonk. De grachtengordel werd gegraven.

Lakenhandel
Hier, op de Kloveniersburgwal, heeft Jan lange tijd met zijn moeder gewoond. Zijn vader overleed kort voor zijn geboorte en had fortuin gemaakt in de lakenhandel. Er waren uitzonderingen, maar de meeste Sixen hebben vanaf die tijd gerentenierd, bijna drie eeuwen lang, tot het begin van de twintigste eeuw.

Er ontstond daarnaast in de stad een systeem van 'maagschappen', streng geordende familieclans. Een aristocratisch, gesloten systeem met daarbinnen erfelijk overdraagbare functies."

Mak blijft staan voor het huis met het nummer 103. Een pand dat vroeger bekend stond als Het glashuis (er zat een glasfabriek). "Tot de dood van zijn moeder in 1654 heeft hij hier gewoond. Dit was toen zo'n beetje de plek waar de chic leefde voor men naar de grachtengordel trok."

Bijzonder stukje Amsterdam
"Jan ging naar de Latijnse school in de Bethaniënstraat, Spinoza woonde hier vlak achter, en Rembrandt had op vijf minuten lopen bij de Zuiderkerk zijn eerste atelier bij Pieter Lastman. Het gebouw van de VOC was ook heel vlakbij. Echt een bijzonder stukje Amsterdam."

We lopen even naar de Zuiderkerk, de eerste protestantse kerk die in Amsterdam begin zeventiende eeuw werd gebouwd. "Hier moet ergens dat atelier van Lastman hebben gestaan. Bijna iedereen in de Lage Landen had toen wel een schilderijtje aan de muur hangen. Het was een waanzinnige mode."

"Overal had je ateliers waar de doeken als Toyota's van de lopende band kwamen. Hier ontstond de vriendschap tussen Jan Six en Rembrandt. Die ook weer eindigde nadat Rembrandt bankroet was gegaan."

De 'historische graffiti' op Het huis met de bloedvlekken, Amstel 216. Beeld Dingena Mol
De 'historische graffiti' op Het huis met de bloedvlekken, Amstel 216.Beeld Dingena Mol

Parel van een wijf
We lopen via de Zwanenburgwal en de Staalstraat richting het Spui. "Jan Six trouwde met de dochter van Nicolaes Tulp, arts, en een van de burgemeesters van Amsterdam. Dat was een verstandshuwelijk. Er bestonden in die kringen geen gewone huwelijken.

Het was een heel goede deal. Jan Six werd cultureel zeer gewaardeerd. Hij was een mecenas, beschermheer van Vondel en Rembrandt. Dat culturele prestige telde en bovendien was zijn familie heel rijk."

Nicolaes Tulp had politiek prestige, hij was zeer ambitieus, maar iets minder rijk. Een uitstekende combinatie dus en zo ging dat voortdurend in hoge kringen. Men hielp elkaar de macht te behouden. Jan bracht het uiteindelijk tot burgemeester.

Overigens schijnt het dat Jan en Margaretha het best met elkaar konden vinden. Een parel van een wijf, noemde hij haar."

Tijdsbeeld van de stad
Geert Mak vertelt maar door - we lopen inmiddels naar de Gouden Bocht in de Herengracht - en we hebben het alleen nog maar gehad over de eerste Jan uit zijn fascinerende boek vol Jannen Six.

"Het is een totaal ander boek geworden dan ik van plan was te schrijven. Ik dacht aan een vrij beknopte familiegeschiedenis, maar het is veel meer een tijdsbeeld over de stad geworden. Over de denkbeelden daar, over de oude wereld van rangen en standen en daarna de opkomst van de idealen van de Verlichting, de 'uitvinding' van de gelijkheid, want dat was, in die achttiende eeuw, echt een uitvinding."

"In de zeventiende en achttiende eeuw was ongelijkheid de norm. De Bataafse revolutie van 1795 was ontzettend belangrijk. Toen opeens moest ongelijkheid worden bewezen, het uitgangspunt werd gelijkheid."

Gewone mensen
"Tot die tijd was het omgekeerd. Als jij een jonge Six was, kreeg je automatisch een baan in het stadsbestuur. Na 1795 stond er iemand anders naast je, misschien van mindere komaf, maar wel met vijf diploma's. En die kon die baan voor je wegkapen. De Amsterdamse aristocratie, ook de Sixen, trokken zich vanaf die tijd terug."

We lopen over de Herengracht, af en toe wijst hij een huis aan waar Sixen hebben gewoond. "Ik heb dit boek geschreven omdat ik een familie uit de bovenlaag wilde volgen vanaf het begin tot in de twintigste eeuw. De hele dynastie. Eindigend met Jan de achtste in de twintigste eeuw. Want toen iedereen ging werken, werden de Sixen gewone mensen."

"Mijn boek gaat ook heel erg over de psychologie van deze elites, hoe die familiesystemen werkten, compleet met ontervingen en gearrangeerde huwelijken."

Ultramodern
We blijven staan voor Herengracht, nummer 619, eindpunt. "Echt revolutionair voor de zeventiende eeuw. Dat huis heeft Jan Six met de architect Adriaan Dortsman ontworpen, en in 1667 laten bouwen. Kijk eens naar die brede, grote ramen. Heel gedurfd, en ultramodern."

Geert Mak loopt naar zijn fiets, het sleuteltje in zijn hand. "Ik vond het ook heel interessant om de tijd waarin al die Sixen leefden, te duiden. De Sixen, een doorsnee Amsterdamse familie in de bovenlaag, personifieerden dat heel goed."

"De eerste Jan was het prototype Amsterdammer van de Gouden Eeuw. De tweede Jan was een echte achttiende-eeuwer; zo corrupt als wat, de derde Jan een achttiende eeuwse rentenier, Jan de vierde ging met Napoleon bijna ten onder. Jan de zesde en de zevende hebben veel gedaan voor het behoud van cultureel erfgoed."

"Dat maakt het zo leuk om het boek te schrijven, omdat je met hen wordt meegesleept naar allerlei uithoeken van de geschiedenis waar je anders nooit komt. Het is alsof je een blind date hebt met telkens een nieuwe generatie. Het was echt een ontdekkingstocht. Een feest om te schrijven."

'Ik had zo veel gereisd de afgelopen vijftien jaar... Ik had heel veel zin om weer een Amsterdams boek te schrijven.' Beeld Dingena Mol
'Ik had zo veel gereisd de afgelopen vijftien jaar... Ik had heel veel zin om weer een Amsterdams boek te schrijven.'Beeld Dingena Mol

Geert Mak: De Levens Van Jan Six. Een Familiegeschiedenis. Verschijnt 25 augustus bij Uitgeverij Atlas Contact, €34,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden