Ten slotte

Merel Emaus (29) was altijd onbevreesd en onbevangen

Onbevreesd en onbevangen. Merel Emaus (29) paste naadloos in haar eigen leven. Tot ze vorige week vrijdag verongelukte op het Kwakersplein: een abrupt einde aan een leven in dienst van de mode.

Merel Emaus Beeld Het Parool
Merel EmausBeeld Het Parool

Onhandige dingen, haar huis stond er vol mee. Te groot, te zwart en te duur. Haar bankstel bijvoorbeeld. Het domineerde de huiskamer, was vooral erg aanwezig. Maar Merel Emaus was er gek op, dít was de bank die ze hebben wilde. Praktisch? Tja, dat is ook weer zo wat. Voor Merel moest het móói zijn. En als zwart je lievelingskleur is, dan koop je dus die bank die eigenlijk te groot is voor je huisje in de Jordaan. Ook als je een verharende witte kater hebt.

Gisteren namen vrienden en familie afscheid van haar. Merel verongelukte in de Bilderdijkstraat. Vrijdagmiddag, een week eerder, op weg van werk naar werk; 29 jaar en dood. Het hoort niet, het is niet te bevatten en toch is het zo. Wat er precies is gebeurd, is nog onderwerp van onderzoek.

'Vrouw verongelukt' kopte het bericht in de krant deze week, naast een foto van een spontaan eerbetoon op de plek des onheils. Haar vrienden moesten even goed kijken: in de woorden '29-jarige vrouw' in de krant herkende zij haar 'Peer' niet, zegt één van hen, Urs Hasham. 'Ik ken vrouwen van 29, Peer was een meisje.'

Het is inderdaad een meisje, dat je aankijkt op de vele foto's die er van haar zijn. Jong en onbevangen. Veel onbevreesder dan Merel Emaus worden ze niet gemaakt. Zorgen had ze niet, of het moest de angst zijn om keuzes te maken, zich vast te leggen. Opties openhouden, daar was Merel sterk in. Maar ondertussen nam ze de ene beslissing na de andere en ging ze recht op haar doel af. Ze reisde naar Tokio en New York, ze pakte de trein naar Parijs om daar te werken. 'Ik zie wel hoe het gaat', zei ze tegen vrienden. En weg was ze weer.

'Onderweg' typeert haar misschien wel het best. Afkomstig uit Ulft - haar vader, moeder en broer wonen er nog steeds - stond het vast: daar ging ze niet blijven. Ze kwam er wel steeds terug, maar ging er even zo vaak weer weg. Voordat de wereld aan de beurt was, studeerde ze eerst nog in Arnhem, waar ze aan de Artez Hogeschool voor de Kunsten werd opgeleid tot modeontwerpster. Want ze leefde voor de mode. Gepassioneerd, zo omschrijven vrienden haar. Mensen uit het vak noemen haar een dijk van een ontwerpster. Ambitieus, maar toch leuk.

Dat blijkt ook uit haar cv. Met haar afstudeerproject werd ze in 2007 genomineerd voor een modeprijs waarmee ze naar Tokio ging. In 2008 liep ze stage bij ontwerper Johan Lindeberg van Paris68, het merk van Justin Timberlake, van wie ze tijdelijk ook kleedster was. In 2009 keerde ze terug naar Nederland om aan de slag te gaan als ontwerpster bij de Bijenkorf.

Eind 2011 werd ze ontwerpster bij Tommy Hilfiger in Amsterdam. Ze sprong eruit tussen haar collega's, was misschien niet een typisch Tommy-meisje. Het hinderde niet, noch haar, noch haar collega's. Als een vis in het water was ze er, hoewel ze die indruk overal wekte waar ze was. Ze paste naadloos als zichzelf.

Niemand die zo hard kon lachen als zij. Niemand die de ander zo goed op zijn gemak kon stellen. Gewaardeerd om wie ze was en om wat ze bijdroeg. En dat hield in dat uren moesten worden gemaakt, bij welk bedrijf ze op dat moment ook zat. Werken, werken, werken. 'Dan belde ze op om half tien 's avonds en dan zat ze nóg bij Tommy', zegt beste vriend Maik Rözer, die haar op haar veertiende leerde kennen in Ulft. 'Ze was altijd bezig.'

Leven in de hoogste versnelling, het is een cliché, maar het gaat erom hóe je dat doet. Businesstrips naar Istanboel of Hongkong werden afgewisseld met tentjes in de Jordaan zoals G's, La Perla en Vesper. Een filmpje bij de Movies en op zaterdag de Lindengrachtmarkt op voor lelies (witte, dat dan weer wel) en koffie. En 's avonds naar Cirque Excentrique of Pacific Parc.

Amsterdam was haar plek, New York haar droom. Dáár te kunnen werken, daar zou uiteindelijk alles voor zijn geweken. De sticker op haar computer zei het allemaal: 'Fuck it, let's go to New York.' Het energieke van de stad paste bij haar, ze probeerde haar leven hier alvast in te richten op z'n New Yorks. Dat koffietentje in West waar ze vaak heenging, noemde ze Brooklyn.

De zondag voordat ze overleed, zag Urs Hasham haar voor het laatst. Over mode spraken ze. En over die jongen die misschien wel leuk was. Urs pushte Merel om er werk van te maken. Merel wist het niet helemaal. 'Ik heb nog heel lang,' zei Merel. 'Ik weet het', antwoordde Urs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden