Plus

'Mentor' uit omgeving kan leed voorkomen bij uithuisplaatsing

Het aantal uithuisplaatsingen stijgt. Een methode waarbij jongeren zelf een mentor aanwijzen, kan echter voor een daling zorgen. 'De helpende peetoom was er al vóór de verzorgingsstaat.'

'Het is geen een-op-eenverhouding meer, omdat een JIM ook meekijkt' Beeld Ted Struwer

Levi van Dam (34) was ooit behandelaar van jongeren. Hij zag uithuisplaatsingen van nabij; pubers die kleren en wat persoonlijke spullen in een sporttasje propten en de deur van het ouderlijk huis achter zich dicht trokken.

Op naar een 'residentiële setting': een opvanghuis waar ze met tien lotgenoten onder toezicht gingen wonen. Thuis was de situatie onhoudbaar geworden, of de rechter had bepaald dat het thuis te onveilig was, en zette het zwaarste middel in dat de jeugdhulp kent: de uithuisplaatsing.

Traumatische ervaring
"Een uithuisplaatsing is een traumatische ervaring voor het kind, ouders, broertjes en zusjes. Onderzoek wijst uit dat deze ingreep kostbaar is en geen of beperkt effect heeft," zegt Van Dam, werkzaam bij Spirit en het landelijk Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie, en daarnaast promoverend orthopedagoog aan de Universiteit van Amsterdam.

"Ik heb gezien dat jongeren elkaar gingen na-apen. Sneed de een in zijn onderarmen, ging de ander het ook doen."

In de jeugdhulp is uithuisplaatsing een paardenmiddel. Als het even kan, wordt een kind dat niet meer thuis kan verblijven bij familie geplaatst. Of in een gastgezin. Samen met collega's bedacht Van Dam vier jaar geleden echter iets anders om een uithuisplaatsing af te wenden: een JIM, ofwel 'Jouw Ingebrachte Mentor'. In Amsterdam, Rotterdam, Breda en regio Utrecht wordt de methode met succes toegepast.

Veel goedkoper
Het idee achter JIM is eenvoudig: een jongere heeft baat bij een sterk sociaal netwerk om de problemen het hoofd te bieden en wijst daartoe een mentor aan - een vertrouwd persoon, iemand met wie hij een goede band heeft.

Het kan de buurman zijn, een tante of een vriend. Het is iemand die tussen ouders, jongere en de vaak al lang over de vloer komende hulpverleners in staat en vanuit die positie kan een JIM al laverend en bijsturend helpen om een uithuisplaatsing te voorkomen.

"Een JIM heeft geen ouderlijk gezag, maar wel autoriteit, omdat de jongere hem vertrouwt," zegt Van Dam. "Bovendien verandert een JIM ook iets in de verhouding tussen gezin en de hulpverlener. Het is geen een-op-eenverhouding meer, omdat een JIM ook meekijkt."

Herwaardering
Het lijkt op de situatie zoals die vroeger veel voorkwam, zegt Van Dam, vóór de opkomst van de verzorgingsstaat. Toen de overheid minder waakte over de inwoners, waren er ook al betrokken leraren en tantes die problemen tussen ouders en kind oplosten. "Een soort herwaardering van de klassieke peetoom."

Het idee van de JIM past in de moderne opvatting van een terugtredende overheid. Sinds 2015 wordt de jeugdhulp minder gesubsidieerd en zijn preventie en zelfredzaamheid groter geworden.

Niet de staat moet de burger redden, dat moet de burger zelf doen, met hulp van andere burgers. Voor gemeenten, sinds 2015 financier van de jeugdzorg, is een JIM een aantrekkelijk initiatief. Een JIM-traject kost maximaal een derde van de kosten voor een uithuisplaatsing, aldus Van Dam. Een uithuisplaatsing kost gemiddeld 90.000 euro.

De gemeente Amsterdam is enthousiast. Wethouder Kukenheim (Jeugd): "De samenwerking tussen de mentor en jeugdhulpverlener werkt goed voor een kind dat in de knel zit."

Gezag professionals geschaad
Jeugdbescherming Regio Amsterdam, die uithuisplaatsingen doet, houdt een slag om de arm. "Het idee of de bedoeling achter JIM omarmen we volledig, en we zetten het middel ook regelmatig in bij onze gezinnen. Maar een uithuisplaatsing voorkomen is voor ons geen doel op zich. Absolute voorwaarde is dat kinderen werkelijk veilig zijn."

Evelien Tonkens (UvA-hoogleraar burgerschap en humanisering van instituties en organisaties) plaatst stevige kanttekeningen bij de uitgangspunten van een JIM. Ze vindt dat grenzen tussen professionals en niet-professionals vervagen. "Iedereen zou een gelijkwaardige mededeskundige zijn. Een kwalijke gedachte, schadelijk voor het zelfvertrouwen en het gezag van professionele hulpverleners, die wel degelijk een vak hebben geleerd."

Een uithuisplaatsing is een traumatische ervaring voor het kind, ouders, broertjes en zusjes Beeld Laura van der Bijl

"Als hun professionele kennis onvoldoende is, moet daar wat aan gedaan worden. Maar dit soort beledigingen van professionals, wier kennis klaarblijkelijk niets waard is, is onnodig en maakt hun positie bijzonder lastig: wat doen zij nog in een gezin? Waarom zou iemand naar hen luisteren?"

Echt deskundig
Ook het argument dat een JIM een jongere allang kent, is volgens Tonkens geen pre. "Persoonlijk kennen is niet altijd beter. Als dat zo was, was de hele jeugdzorg niet nodig. Ouders kennen hun kinderen immers altijd langer en beter dan hulpverleners, maar toch hebben ze externe hulp nodig. Belangrijk is dat die hulp echt deskundig is, en daar hoor ik nog wel eens klachten over. Dus daar moeten we op inzetten: op het professionaliseren van de jeugdzorg, in plaats van het deprofessionaliseren."

Van Dam ziet dit anders: "Het gaat om én én: professionals hebben expertise en JIM's hebben andere expertise, bijvoorbeeld over de familiegeschiedenis en de ongeschreven regels van een gezin of buurt. De combinatie hiervan is ontzettend krachtig."

Hij ziet de resultaten van JIM, en niet alleen omdat zijn eigen onderzoek de effectiviteit aantoont. Van Dam had zelf een JIM: de kunstenares Han Mes. Hij leerde haar kennen via haar zoon, en het was een openbaring voor de toen 19-jarige Van Dam.

"Ik kom uit een christelijk gezin, mijn vader is dominee. De manier hoe Mes tegen de wereld aankeek, vond ik heel bevrijdend. Hoe liberaal ze dacht over seks, liefde en het leven, dat heeft mijn eigen leven veranderd. Mede dankzij haar heb ik me losgemaakt van het geloof en ben ik een gelukkiger leven gaan leiden."

Negentig procent niet uit huis geplaatst

De inzet van een zelfgekozen mentor kan voorkomen dat jongeren uit huis worden geplaatst. Dat staat in een studie van Levi van Dam en anderen. Het artikel verschijnt deze maand in het vaktijdschrift British Journal of Social Work.

96 jongeren met complexe problematiek werd gevraagd een mentor te kiezen, 80 procent van hen slaagde daar binnen 33 dagen in. De problematiek van de onderzochte jongeren kwam grotendeels overeen met jongeren die al uit huis waren geplaatst.

Door samenwerking tussen gezin, professionals en de mentor kon uithuisplaatsing in 90 procent van de gevallen worden voorkomen. Het gebruik van een mentor volgens de JIM-aanpak kan uithuisplaatsingen voorkomen, aldus de conclusie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden